Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

De kat met vijf poten

Ik ben Rick.

Ik woon in Den Haag.

Ik ben leraar.

Vandaag ben ik thuis.

Noor en Daan komen bij mij.

Ze hebben papier bij zich.

Noor heeft een rood potlood.

Daan heeft een blauw potlood.

Ik heb een geel potlood.

We zitten aan een tafel.

Buiten valt de regen.

Ik hoor de regen op het raam.

Binnen is het warm.

De tafel is klein.

Het papier is wit, er staat een plant naast het raam.

Noor kijkt naar de plant.

Daan kijkt naar zijn papier.

Hij tekent al een kat.

De kat is blauw.

Ik lees een korte tekst.

Het gaat over Trump en AI.

Mensen maken AI.

AI is een soort machine.

AI maakt ook plaatjes.

Trump heeft een plan.

De makers kijken naar hun eigen werk.

Ze kijken ook naar fouten.

Noor kijkt naar mij.

Wat is een fout?

Vraagt ze.

Ik kijk naar het papier van Daan.

Kijk eens naar deze kat.

Noor kijkt naar de blauwe kat.

De kat heeft vijf poten.

Een kat heeft vier poten.

Zeg Noor.

Daan kijkt naar zijn kat.

Mijn kat heeft vijf poten.

Hij kijkt weer naar het papier.

Dat is een fout.

Daan telt de poten nog een keer.

1, 2, 3, 4, 5.

Hij legt zijn potlood op tafel.

Ik kijk naar mijn eigen werk.

Noor kijkt ook naar zijn werk.

Ik zie de vijfde poot.

Ik kijk naar Daan.

Een ander kijkt ook naar jouw werk.

Daan zegt: 'Dat helpt.'

Nu even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Nu teken ik een huis.

Het huis heeft een deur.

Het heeft ook twee ramen.

Naast het huis staat een boom.

Ik teken een gele kat.

De kat heeft vier poten.

Noor kijkt naar mijn papier.

Waar is de deur?

vraagt ze.

Ik kijk naar het huis.

De deur is klein.

Hier is de deur.

Zeg ik.

Noor kijkt naar de gele kat.

De kat is heel groot.

Ik zie het nu ook.

De kat is groter dan de deur.

Daan kijkt naar mijn huis.

De kat gaat niet naar binnen.

Ik kijk naar mijn grote kat.

De kat slaapt buiten.

Noor tekent nu een hond.

Noor tekent nu een hond.

Haar hond is rood.

De hond heeft vier poten.

Hij heeft twee oren.

Noor kijkt naar haar eigen werk.

Dan kijkt Daan naar haar papier.

De hond heeft geen neus.

Noor kijkt naar de kop.

Ja, ik zie het.

Ze tekent een kleine zwarte neus.

We leggen het papier naast elkaar.

Daar ligt de blauwe kat.

Daar ligt mijn gele kat.

Daar ligt ook de rode hond.

Daan telt alle poten.

Noor telt alle oren.

Ik kijk naar de neuzen.

De blauwe kat heeft geen neus.

Daan pakt zijn potlood weer.

Nu heeft de kat een neus.

Ik kijk naar de korte tekst.

Dan kijk ik naar ons werk.

De makers kijken naar hun werk.

Noor zegt: 'Wij doen dat ook.'

Daan zegt: 'Wij kijken ook bij elkaar.'

Ik ben blij met ons werk.

Buiten valt nog steeds de regen.

Binnen liggen drie mooie tekeningen. Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com

vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands alsjeblieft tot het.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze