

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: De rij is erg lang vandaag.
TOM: Ja, we wachten al lang.
Ik sta niet graag in een rij.
JULIA: Het is heel druk.
Er zijn veel mensen.
RICK: Dat klopt.
Maar de muziek is wel goed.
JULIA: Ja, de muziek is goed.
Ik vind dit een leuk liedje.
TOM: Is de muziek niet te hard?
RICK: Nee hoor, ik hoor de muziek heel goed.
Het is vrolijke muziek.
JULIA: Het is ook erg warm vandaag.
De zon schijnt mooi.
TOM: Ja, het is erg warm.
Hebben jullie grote dorst?
JULIA: Ja, ik heb grote dorst.
Ik wil graag koud water.
RICK: Ik heb ook grote dorst.
Ik wil graag een koud biertje.
TOM: Een koud biertje is lekker.
Ik wil graag een koude cola.
JULIA: Een cola is ook lekker.
Krijgen we de drankjes snel?
TOM: We moeten nog heel even wachten.
De rij is nog lang.
RICK: Dat is niet erg.
We hebben de tijd.
JULIA: Kijk naar die leuke mensen daar.
TOM: Waar kijken jullie naar?
Oh, ik zie ze.
RICK: Ze dansen echt heel erg leuk.
JULIA: De vrouw in de rode jurk danst erg mooi.
TOM: Ja, en de man met het blauwe shirt ook.
Ze zijn blij.
RICK: Iedereen is blij vandaag.
Het is een mooie dag.
TOM: Wat lezen jullie op de telefoon, Rick?
RICK: Ik lees een heel raar verhaal.
JULIA: Een raar verhaal?
Vertel het ons!
Ik houd van verhalen.
RICK: Oké, ik vertel het.
Een man loopt vroeg op straat.
TOM: Waar loopt de man nu?
RICK: Hij loopt in de stad Rotterdam.
JULIA: Rotterdam is een mooie stad.
Loopt hij in het grote centrum?
RICK: Ja, hij loopt in het centrum.
Hij loopt naar het station.
TOM: Is het erg druk op straat in Rotterdam?
RICK: Nee, het is niet druk.
Het is nog heel vroeg.
JULIA: Hoe laat is het daar dan?
RICK: Het is zes uur in de ochtend.
TOM: Dat is echt heel erg vroeg.
Zes uur is te vroeg voor mij.
JULIA: Waarom is hij daar zo vroeg?
Is hij goed wakker?
RICK: Ja, hij is goed wakker.
En hij heeft een heel kleine koffer.
TOM: Hij gaat misschien op een reis.
RICK: Dat denk ik ook.
Hij gaat op reis met de kleine koffer.
JULIA: Waar gaat de man naartoe met de trein?
RICK: Hij gaat met de trein naar Amsterdam.
TOM: Naar Amsterdam?
Dat is een heel leuke stad.
JULIA: Wat zit er in de kleine koffer?
RICK: Dat is het rare deel van het verhaal.
TOM: Waarom is het raar?
Vertel verder!
RICK: Er zit geen kleding in de koffer.
JULIA: Geen kleding?
Geen warme trui en geen broek?
RICK: Nee, hij heeft geen trui en geen broek.
TOM: Wat zit er dan in de koffer?
RICK: De koffer zit helemaal vol met appels.
JULIA: Appels?
Heeft hij rode appels of groene appels?
RICK: Hij heeft heel veel rode appels.
De man houdt van appels.
TOM: Dat is inderdaad een raar verhaal.
JULIA: Een man met een koffer vol rode appels.
Dat is grappig.
RICK: Ja, in het verhaal eet hij elke dag tien appels.
TOM: Tien appels per dag?
Dat is echt veel fruit.
JULIA: Fruit is wel heel gezond.
Appels zijn goed.
RICK: Dat is waar.
Fruit is heel gezond.
TOM: Kijk, de rij is nu kort.
We zijn bijna vooraan.
JULIA: Gelukkig!
Ik wil heel graag mijn koude water.
RICK: En ik wil graag mijn koude biertje.
TOM: En ik wil mijn koude cola.
Het wachten is klaar.
JULIA: Gaan we na het drinken ook samen dansen?
RICK: Ja, ik wil wel dansen op deze goede muziek.
TOM: Ik dans niet zo goed, maar ik ga het proberen.
JULIA: Dat is goed, Tom.
Dansen is gewoon leuk.
RICK: Hallo, mag ik drie drankjes bestellen?
TOM: Een koud biertje, een koud water en een cola, alsjeblieft.
JULIA: Dank je wel.
Proost op deze leuke dag!
RICK: Proost!
En proost op de man met de rode appels.
TOM: Haha, proost allemaal!
JULIA: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze