

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hey, kijk. Ik lees iets gek.
Oh ja, wat dan? Het gaat over zehonde.
Zehonde? Waar?
In Zeeland. Ze zijn ziek.
Ziek? Hoe zo ziek? Ze hebben de griep.
Griep? Zeeronde krijgen griep?
Ja, echt waar. Vogelgriep.
Vogelgriep, maar ze zijn geen vogels.
Nee, maar vogels hebben het eerst.
En nu de zeeronde ook?
Ja, precies. Ze zijn erg ziek.
Hoeveel zeeronde zijn ziek?
Veel, heel veel.
Dat is niet goed.
Nee, klopt. Het is een probleem.
Waar zijn die zeeronde precies?
In Zeeland, bij de zeen natuurlijk.
Ja, logisch.
Gaan ze dood?
Sommige wel, ja.
Oh nee, dat is sielig.
Ja, ik vind het ook sielig.
Kunnen mensen ze helpen?
En denk het niet.
Het is moeilijk.
Waarom is het moeilijk?
Er zijn teveel zeeronde.
Mhm, snap ik.
En mensen kunnen ze niet vangen.
Nee, dat gaat niet goed.
Zeerhonden zijn groot toch?
Ja, best groot.
En zwaar.
En ze beide misschien?
Ja, dat ook.
Ze zijn wild.
Krijgen mensen ook vogelgriep?
Soms wel, ja.
Echt waar?
Ja, maar niet vaak.
Is het gevaarlijk?
Voor mensen?
Meestal niet.
Gelukkig maar.
Ja, maar voor zeerhonden wel.
Heb jij wel eens een zeerhond gezien?
Ja, in de zeen, in Nederland.
Ik ook.
Ze zijn leuk.
Waar heb jij ze gezien?
Bij scheeveningen in het water.
Oh ja?
Ik ook daar.
Ik zie ze nooit.
Ja, pech dan.
Ze zwemmen snel.
Ja, dat is waar.
Zijn er veel zeerhonden in Nederland?
Ja, best veel.
Vooral in het Norden.
In Zeeland toch ook.
Ja, daar ook.
En nu zijn ze ziek.
Komt het door vogels?
Ja, vogels hebben de giep eerst.
Welke vogels?
Weet ik niet precies.
Misschien meeuwen?
Ja, kan.
Meeuwen zijn overal.
Dat is waar.
Ze zijn luut ook.
Ja, heel luut.
Ik vind meeuwen vervelend.
Ik ook.
Ze stelen eten.
Ja, precies.
Bij het strand.
Eén keer stilt een meel mijn broodje.
Echt?
Dat is rot.
Ja, heel rot.
Ik ben boos.
Dat snap ik.
Maar goed.
De zeehonden.
Ja, terug naar de zeehonden.
Wat doen ze nu?
Wie?
De mensen?
Ja, de mensen in Zeeland.
Ze kijken.
Ze tellen de zeehonden.
Tellen.
Waarom?
Om te weten hoeveel er ziek zijn.
Ah, oké.
Dat is slim.
En dan weet ik niet.
Misschien niks?
Niks?
Dat is sielig.
Ja, maar wat kunnen ze doen?
Ja, goede vraag.
Medicine geven?
Aan zeehonden?
Moeilijk.
Ja, dat geloof ik.
Ze zijn wild.
Ze komen niet dichtbij.
Nee, dat klopt.
Stopt de griep vanzelf?
Misschien.
Ik hoop het.
Ja, ik ook.
Maar het duurt lang.
Hoe lang?
Weken.
Of maanden.
Oh, jee, dat is lang.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze