Alle podcasts

De Ruzie in de Tuin

Het is zaterdagmorgen in Amsterdam.

De zon schijnt warm op mijn gezicht.

Ik loop door een mooi park.

Ik ruik de geur van natte aarde.

Ik hoor de vogels zingen in de bomen.

In dit park zijn veel kleine tuinen.

Mensen huren deze tuinen.

Ze kweken hier hun eigen groenten.

Ze planten, tomaten, wortels en aardappelen.

Het is een rustige plek.

Normaal is het hier heel gezellig.

Mensen drinken koffie met elkaar.

Ze praten over het weer.

Ze praten over hun planten.

Maar vandaag is het anders.

Vandaag is er een groot probleem.

Er is veel lawaai in de tuinen.

Ik zie drie mannen.

Ze heten Ruud, Zeger en Boris.

Ze hebben tuinen naast elkaar.

Ruud draagt een oude, blauwe jas.

Zeger draagt een groene trui.

Ruud heeft een grote tuin.

Maar hij is niet blij.

Hij wil altijd meer ruimte.

Zeger heeft een mooie groene tuin.

Hij werkt er elke dag.

Boris heeft de tuin daarnaast.

Boris is een heel rustige man.

Hij houdt veel van zijn tomaten.

Hij praat niet zoveel.

Hij kijkt liever naar zijn planten.

Ruud en Zeger hebben een grote ruzie.

Ruud zegt dat zijn tuin te klein is.

Hij wil een stuk van Zegers tuin.

Jouw grond is eigenlijk van mij, zegt Ruud.

Zeger kijkt hem boos aan.

Nee, dat is niet waar, zegt Zeger.

Dit is mijn tuin.

Blijf van mijn grond af.

Ruud luistert niet naar Zeger.

Hij pakt een houten paal.

Hij wil de grens van de tuin veranderen.

Hij wil het hek anders zetten.

Zeger roept hard.

Hij stopt Ruud.

De twee mannen staan tegenover elkaar.

Ruud ziet dat hij niet wint.

Zeger is sterk en heel dapper.

Ruud bedenkt een nieuw plan.

Hij kijkt naar de tuin van Boris.

Boris staat bij zijn tomaten.

Hij heeft een gieter in zijn hand.

Hij geeft zijn planten water.

Ruud loopt snel naar Boris toe.

Hij lacht heel vriendelijk.

Maar zijn ogen zijn koud.

Hallo, Boris.

Mijn goede vriend, zegt Ruud.

Boris kijkt een beetje bang.

Hij houdt zijn gieter stevig vast.

Jij moet mij helpen, zegt Ruud tegen Boris.

Wij zijn toch goede buren?

Ruud praat heel hard.

Hij wijst met zijn vinger naar Zeger.

Boris kijkt naar de grond.

Ik wil geen ruzie, zegt Boris zacht.

Ik wil gewoon mijn tomaten kweken.

Maar Ruud stopt niet met praten.

Hij belooft Boris mooie dingen.

Als je mij helpt krijg je extra grond.

Ruud wil Boris bij de ruzie betrekken.

Hij wil dat Boris ook boos wordt op Zeger.

Boris weet niet wat hij moet doen.

Hij is bang voor Ruud.

Maar hij is ook bang voor Zeger.

Zeger hoort het gesprek.

Hij loopt naar het pad.

Hij roept naar de andere buren.

Luister allemaal naar mij.

Roept Zeger.

De andere mensen in de tuinen kijken op.

Ze leggen hun gereedschap neer.

Ruud speelt een gevaarlijk spel, zegt Zeger.

Hij wil Boris bij onze ruzie betrekken.

Hij wil dat Boris tegen mij vecht.

De buren luisteren goed naar Zeger.

Ze vinden het gedrag van Ruud heel slecht.

Ze knikken naar Zeger.

Ze snappen het probleem.

De sfeer in het park is nu heel koud.

De zon schijnt nog steeds.

Maar niemand voelt de warmte.

De vogels zingen niet meer.

Het is helemaal stil in de tuinen.

Boris staat nog steeds bij zijn tomaten.

Hij kijkt naar zijn rode groenten.

Hij wil echt geen ruzie maken.

Ruud kijkt boos naar alle buren.

Hij ziet dat niemand hem steunt.

Zeger staat recht en trots in zijn tuin.

Hij beschermt zijn eigen grond.

De buren praten zachtjes met elkaar.

Ze hopen dat de ruzie snel stopt.

Ze willen weer rustig koffie drinken.

Ze willen weer praten over het weer.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze