

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Proost, vrienden.
EMMA: Proost!
LARS: Lekker biertje, hè?
EMMA: Ja, dit is een goed biertje.
Het is lekker koud.
RICK: De zon is ook fijn.
Het is prachtig weer vandaag.
LARS: Het is perfect hier op het terras.
Ik hou van het weekend.
EMMA: Ik ook.
Zaterdag is een fijne dag.
Wij werken niet vandaag.
Wat lees je daar, Rick?
RICK: Ik lees een artikel in de krant.
LARS: Is het interessant?
RICK: Ja, het gaat over kinderen.
EMMA: O, wat is er met de kinderen?
Zijn het kinderen uit jouw klas?
RICK: Nee, het zijn kinderen uit Den Haag.
LARS: En?
Wat doen zij?
RICK: Zij gaan niet naar school.
Zij blijven de hele dag thuis.
EMMA: Wat zeg je?
Niet naar school?
Maar alle kinderen moeten naar school.
LARS: Dat is raar.
Waarom niet?
Zijn ze ziek?
RICK: Nee, ze zijn niet ziek.
De ouders geven les.
EMMA: De ouders geven zelf les?
RICK: Ja, de les is thuis.
Gewoon in de woonkamer.
LARS: Zijn de ouders ook leraar?
Hebben zij een school?
RICK: Nee, de ouders zijn geen leraar.
Ze hebben geen diploma.
Ze hebben een andere baan.
EMMA: Dat is toch niet goed?
Lesgeven is erg moeilijk.
LARS: Nee, een kind heeft een echte leraar nodig.
Een leraar weet veel.
RICK: Dat vind ik ook.
Het is mijn werk.
Ik leer kinderen lezen en schrijven.
EMMA: Jij bent een hele goede leraar, Rick.
Jij helpt de kinderen goed.
Je bent altijd erg aardig.
LARS: Haha, ik ben geen leraar.
Ik kan niet goed met kinderen werken.
EMMA: Nee, dat is maar goed ook.
Jij bent veel te druk, Lars.
LARS: Dat is waar.
Jij bent ook geen leraar, Emma.
EMMA: Ik heb ook geen kinderen.
LARS: Ik ook niet.
Gelukkig maar.
RICK: Maar er is een rechter.
EMMA: Een rechter?
Wat zegt de rechter?
RICK: De rechter zegt: dit mag niet.
Kinderen moeten naar school.
LARS: Ah, dat is duidelijke taal.
De rechter is streng.
Regels zijn regels.
RICK: Ja, de kinderen moeten naar school.
De ouders moeten luisteren.
EMMA: Dat is een goede uitspraak.
School is de beste plek voor een kind.
LARS: Ja, school is heel belangrijk.
Je leert daar rekenen en taal.
RICK: Nu gaan de kinderen naar school.
Van maandag tot vrijdag.
EMMA: Dat is goed voor die kinderen.
Ze leren veel nieuwe dingen.
LARS: Zeker.
Dan zien ze andere kinderen.
Ze zitten in een klas.
EMMA: En ze maken vrienden.
Vrienden maken is erg leuk.
Je bent dan niet alleen.
RICK: Precies.
Dat is ook leren.
Samen spelen is belangrijk.
LARS: Sociale contacten zijn belangrijk.
Ik had veel vrienden op school.
EMMA: Ja, je leert veel van elkaar.
Ik speelde altijd buiten op het schoolplein.
RICK: School is meer dan boeken.
Het is ook praten met elkaar.
LARS: Absoluut.
Heb jij een leuke klas, Rick?
RICK: Ja, ik heb een heel leuke klas.
Er zitten twintig kinderen in.
EMMA: Zijn de kinderen lief?
RICK: Meestal wel.
Ze werken hard.
Soms niet, dan zijn ze heel druk.
LARS: Haha, dat is een eerlijk antwoord.
Kinderen zijn soms gewoon druk.
EMMA: Dus die kinderen gaan nu naar school.
RICK: Ja, naar een normale school.
Met een leraar en een schoolplein.
LARS: Dat is een goed einde van het verhaal.
EMMA: Zeker.
Ze zijn nu vast blij.
School is leuk.
RICK: Ik denk het ook.
Ze spelen nu met andere kinderen.
LARS: Een nieuw avontuur voor ze.
Elke dag iets nieuws doen.
Leren is goed.
EMMA: Met nieuwe vrienden.
RICK: Inderdaad.
Mooi toch?
LARS: Zeg, zullen we nog een biertje doen?
Mijn glas is leeg.
EMMA: Ja, heel goed idee.
Het terras is nog warm.
RICK: Ik heb ook wel weer dorst.
Ik wil graag nog een biertje.
LARS: Ober!
Mogen wij er nog drie?
Drie koude biertjes, alstublieft.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze