Alle podcasts

Bijen Op De Muur

Ik heet Rick en ik geef Nederlands in Den Haag.

Vandaag reis ik met mijn groep naar Amsterdam.

We gaan naar een groot lesgebouw aan het water.

Daar is een open dag voor jonge mensen.

Mijn groep wil luisteren en ook veel vragen stellen.

In de trein ruikt het naar koffie en natte jassen.

Buiten is de lucht grijs, maar het regent niet.

Malika zit naast mij en eet een banaan.

Samir leest een folder over reizen met de tram.

Ik zeg: “Vandaag leren we woorden in de stad.” Iedereen lacht, want dat klinkt als huiswerk.

Bij het station stappen we in tram vijf.

De tram belt hard bij elke halte.

Een oude man zegt: “Die bel is mijn wekker.” Malika lacht zo hard, dat haar tas openvalt.

Er rollen twee broodjes over de vloer.

Samir pakt ze snel op.

Hij zegt: “Deze broodjes reizen gratis mee.” Even later staan we voor het lesgebouw.

Het is hoog en licht van kleur.

Er staan fietsen, bomen en veel jonge mensen.

Bij de ingang ruikt het naar thee en warme koek.

Ik wil naar binnen gaan, maar Malika wijst omhoog. “Rick, kijk naar die muur,” zegt ze.

Ik kijk omhoog.

Aan de muur zitten heel veel bijen.

Ze zitten dicht bij elkaar, als een warme bruine jas.

Een paar bijen vliegen in kleine rondjes.

Ik hoor een zacht geluid in de lucht.

Het klinkt als een kleine motor.

Samir doet een stap terug. “Ik hou van honing,” zegt hij. “Maar niet met benen.” Ik moet lachen, maar ik blijf kalm. “We lopen niet naar de muur,” zeg ik. “We kijken alleen.” Mijn groep blijft bij de fietsen staan.

Andere mensen kijken ook omhoog.

Sommigen maken foto’s met hun telefoon.

Een man bij de deur komt naar ons toe.

Hij heet Sander.

Hij draagt een blauw jasje en heeft een sleutelbos. “Goedemorgen,” zegt hij. “De bijen blijven daar even zitten.” “Is het gevaarlijk?” vraagt Malika. “Niet als mensen afstand houden,” zegt Sander. “Ze zoeken een nieuw huis.” Ik herhaal het voor mijn groep. “De bijen zoeken een nieuw huis.” Dat is een goede zin voor vandaag.

Iedereen zegt de zin zacht na.

Zelfs Samir zegt het, met zijn broodje in zijn hand.

Sander zet rood-wit lint bij de muur.

Hij vraagt mensen om een andere deur te nemen.

Dat gaat goed.

Er is geen druk gedoe.

De bezoekers lopen om via de zijkant.

Een student moppert over de extra meters.

Samir zegt: “Dat is gratis sport.” De student lacht en loopt verder.

Na een tijdje komt er een vrouw op een bakfiets.

Ze heet Marit.

Ze draagt een wit pak met een kap.

In haar fiets liggen een doos en kleine spullen.

Zij weet veel van bijen.

Ze praat zacht, alsof de bijen buren zijn. “Waarom zitten ze daar?” vraag ik. “De moederbij zit in het midden,” zegt Marit. “De andere bijen blijven dicht bij haar.” “Dus zij is de baas?” vraagt Malika. “Een beetje,” zegt Marit. “Maar zonder groep is zij ook alleen.” Ik vind dat een mooie les.

In de taal is het ook zo.

Eén woord is klein.

Veel woorden samen maken een verhaal.

Marit zet de doos onder de muur.

Zij wacht lang en beweegt langzaam.

Een deel van de bijen gaat de doos in.

Daarna volgt de rest.

Het zachte geluid wordt minder.

De muur wordt weer lichter van kleur.

Mijn groep kijkt met grote ogen.

Samir fluistert: “Nu wil ik toch honing.” Malika zegt: “Eerst les, dan honing.” Binnen drinken we thee in een grote hal.

De thee ruikt naar munt.

Door het raam zien we Marit wegfietsen.

De doos staat goed vast op haar bakfiets.

De bijen gaan naar een plek met bloemen.

Op de terugweg denk ik aan de muur.

Een drukke stad heeft soms kleine gasten.

Je moet kijken, wachten en kalm blijven.

Mijn groep kent nu nieuwe woorden.

Muur, bij, doos en afstand.

En Samir heeft zijn broodjes nog.

Ik voel me blij in de trein naar Den Haag.

Vandaag gaf de stad zelf les.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze