Alle podcasts

Weekrecap — 17 mei t/m 24 mei

# Weekrecap Dutch News Stories - A2 — 2026-W21 Hieronder volgen de afleveringen van deze week.

Vat ze samen in één natuurlijke Nederlandse Deep Dive aflevering: geef per aflevering de kerngedachte, link de verhalen aan elkaar waar dat kan, en sluit af met wat luisteraars deze week kunnen meenemen. ## Taalniveau Dit is een A2 aflevering.

Spreek rustig en in korte, duidelijke zinnen passend bij A2.

Vermijd zeldzame woorden en complexe constructies; leg lastige begrippen kort uit als ze nodig zijn. ## Een Rustige Ochtend op het Plein Het is zaterdagochtend in de stad Groningen.

Johan wordt vroeg wakker in zijn bed.

Hij kijkt door het raam naar buiten.

De lucht is grijs en koud.

Vandaag is een belangrijke dag.

Veel mensen zijn boos op de regering.

Ze zijn boos over de nieuwe regels.

De regels gaan over mensen uit andere landen.

Johan wil graag gaan kijken in de stad.

Hij leest het nieuws op zijn telefoon.

Er is een grote actie gepland vandaag.

Mensen gaan samen op het grote plein staan.

Ze willen laten zien dat ze boos zijn.

Johan trekt zijn dikke, warme jas aan.

Hij pakt ook zijn sjaal en handschoenen.

Het waait hard buiten op straat.

Hij fietst snel naar het centrum.

Johan fietst over de hoge brug.

Hij verwacht echt heel veel mensen te zien.

Hij denkt aan een vol plein.

Hij hoort vast veel lawaai, denkt hij.

Maar het is eigenlijk erg stil op straat.

Hij ziet alleen een paar snelle fietsers.

Johan parkeert zijn fiets veilig bij het station.

Hij loopt rustig naar het grote plein.

Hij kijkt goed om zich heen.

Waar zijn alle boze mensen vandaag?

Hij ziet de hoge toren van de kerk.

Hij ziet de bakker en de slager.

Maar hij ziet helemaal geen grote groep mensen.

Het plein is bijna helemaal leeg.

Er vliegen alleen een paar vogels rond.

Dan ziet Johan ineens een klein groepje.

Ze staan samen bij de oude boom.

Het zijn maar ongeveer tien mensen.

Ze hebben dikke jassen en warme mutsen aan.

Ze houden grote borden van karton vast.

Op de borden staan grote teksten geschreven.

De teksten gaan over de nieuwe regels.

Johan loopt langzaam naar de groep toe.

Hij ziet plotseling een bekend gezicht.

Het is zijn aardige buurman Peter.

Peter heeft een rood bord in zijn handen.

"Hoi Peter," zegt Johan verrast.

"Ben jij vandaag ook hier?" Peter knikt en lacht een beetje.

"Ja, ik ben hier," zegt Peter zacht.

"Maar het is wel erg rustig vandaag." Johan kijkt naar de tien koude mensen.

"Ik dacht dat het heel druk zou zijn," zegt Johan.

"Ik las gisteren over een grote actie." Peter haalt zijn schouders langzaam op.

"Misschien is het gewoon te koud," zegt Peter.

"Of misschien slapen de meeste mensen nog." De mensen met de borden kijken erg koud.

Ze praten zachtjes met elkaar in een kring.

Niemand roept harde woorden over het plein.

Er is helemaal geen hard lawaai.

Het is eigenlijk een heel rustige ochtend.

Johan voelt de koude wind in zijn gezicht.

Hij stopt zijn handen in zijn diepe zakken.

"Hebben jullie het niet koud?" vraagt Johan.

Peter knikt weer naar zijn buurman.

"Ja, mijn voeten voelen als ijs," zegt hij.

Johan kijkt naar de bakker op de hoek.

Hij ruikt heerlijk vers brood en warme koffie.

"Zullen we samen koffie drinken?" vraagt Johan.

"Binnen in de winkel is het lekker warm." Peter kijkt even naar zijn rode bord.

Hij kijkt daarna naar de andere negen mensen.

"Dat is een heel goed idee," zegt Peter.

Hij legt zijn bord plat op de grond.

Twee andere mensen horen het plan ook.

"Mogen wij misschien ook mee?" vraagt een vrouw.

"Natuurlijk, heel graag," zegt Johan met een glimlach.

De kleine groep loopt samen naar de bakker.

Ze gaan aan een grote houten tafel zitten.

Ze bestellen warme koffie en zoete thee.

Ze eten allemaal een stuk verse appeltaart.

Ze praten gezellig over het weer.

Ze praten niet meer over de regering.

De actie op het plein is nu voorbij.

Het was klein en ook heel kort.

Maar de warme koffie is erg lekker.

Johan is blij dat hij gegaan is.

Hij heeft een gezellige ochtend met zijn buren.

Tot de volgende keer. Geduld op de markt. Johan staat op de markt in Maastricht.

Hij verkoopt kaas.

Het is maandag.

Het regent heel hard.

De regen tikt op zijn tent.

Het geluid is hard.

Johan heeft het koud.

Zijn handen zijn rood.

Zijn jas is nat.

Hij kijkt naar de lucht.

De lucht is grijs.

Er zijn geen klanten.

Gisteren was het ook al zo koud.

Hij had gisteren bijna geen klanten.

Niemand wil kaas kopen in de regen.

Johan zucht diep.

Hij houdt van zijn werk.

Maar hij houdt niet van regen.

Het weer in Nederland is vaak slecht.

Dat weet Johan best.

Toch is hij een beetje verdrietig.

Hij pakt een doek.

Hij maakt zijn toonbank droog.

De kaas moet droog blijven.

Hij ruikt de oude kaas.

De geur is sterk en lekker.

Hij snijdt een stukje af.

Hij eet het zelf op.

Dat helpt een beetje tegen de kou.

Johan pakt zijn telefoon.

Hij kijkt naar het weerbericht.

Hij wil weten wanneer het stopt.

Hij leest het nieuws.

Er staat een mooi bericht.

Geduld is een schone zaak.

Vanaf donderdag is de kans op neerslag klein.

Neerslag is een moeilijk woord voor regen.

Johan lacht een beetje.

Nog drie dagen wachten.

Dat is best lang.

Maar Johan heeft geduld.

Geduld is belangrijk op de markt.

Je moet altijd wachten op klanten.

Nu moet hij wachten op de zon.

Hij stopt zijn telefoon weg.

Hij wrijft in zijn handen.

Hij probeert warm te worden.

Hij drinkt een slok koffie.

De koffie is uit een thermoskan.

De koffie is gelukkig nog warm.

Dan ziet hij iemand lopen.

Het is een man met een paraplu.

De paraplu is groot en zwart.

De man loopt naar de kraam van Johan.

Het is meneer Visser.

Hij komt elke week kaas kopen.

Hallo Johan, zegt meneer Visser.

Wat een vreselijk weer, hè?

Johan knikt.

Ja, het is erg nat vandaag.

Maar ik heb goed nieuws, zegt Johan.

Vanaf donderdag wordt het droog.

Meneer Visser lacht.

Dat is heel fijn, zegt hij.

Geduld is een schone zaak.

Precies, zegt Johan blij.

Wat mag het zijn vandaag?

Ik wil graag een kilo jonge kaas.

En een half pond belegen kaas, alstublieft.

Johan pakt zijn grote mes.

Hij snijdt de kaas in mooie stukken.

Hij weegt de kaas op de weegschaal.

Hij pakt de kaas in papier.

Alstublieft, zegt Johan.

Dat is dan vijftien euro.

Meneer Visser betaalt met zijn pinpas.

Dank je wel en tot volgende week.

Tot ziens, zegt Johan.

Hij zwaait naar meneer Visser.

De dagen gaan langzaam voorbij.

Dinsdag is ook een natte dag.

Het regent de hele dag door.

De wind waait hard over het plein.

Johan draagt een dikke trui.

Hij draagt ook een muts.

Woensdag is een beetje beter.

Het regent niet de hele dag.

Soms is het even droog.

Maar de lucht is nog steeds grijs.

Johan kijkt vaak naar de wolken.

Hij hoopt op een beetje blauw.

Hij denkt aan donderdag.

Hij verheugt zich op donderdag.

Hij wil de zon weer zien.

Hij wil zonder jas werken.

Dan is het eindelijk donderdag.

Johan wordt vroeg wakker.

Hij kijkt uit het raam.

Hij ziet geen regen.

Hij ziet een blauwe lucht.

De zon schijnt!

Johan is heel erg blij.

Hij rijdt naar de markt.

Hij bouwt zijn kraam op.

Hij fluit een vrolijk liedje.

Het is niet koud vandaag.

De zon warmt zijn gezicht op.

Het plein stroomt vol met mensen.

Iedereen is vrolijk.

Het mooie weer maakt mensen blij.

Ze willen allemaal kaas kopen.

Johan heeft het heel erg druk.

Hij snijdt veel stukken kaas.

Hij praat met veel klanten.

Iedereen praat over het mooie weer.

Het wachten is beloond.

Geduld is echt een schone zaak.

Johan lacht naar een nieuwe klant.

Hij geniet van deze mooie dag.

Het leven op de markt is prachtig.

Tot de volgende keer. Een vreemd verhaal en een nieuwe hobby. Johan zit op de bank in zijn woonkamer.

De woonkamer is in Delft.

Het is zaterdagochtend.

De zon schijnt door het raam.

Johan drinkt een kopje koffie.

De koffie is warm en lekker.

Hij kijkt op zijn telefoon.

Hij leest het nieuws.

Soms staan er vreemde verhalen op internet.

Vandaag leest hij een heel raar verhaal.

Het gaat over het land Cuba.

Het gaat ook over Amerika.

Johan snapt het verhaal niet goed.

Hij leest het nog een keer.

Het verhaal zegt iets over kleine vliegende machines.

Mensen noemen die dingen drones.

Het artikel zegt dat Cuba veel drones heeft.

Honderden drones, zegt het verhaal.

Ze willen naar Florida vliegen.

Florida is een staat in Amerika.

Ze willen daar problemen maken.

Maar de leiders van Cuba zeggen iets anders.

Ze zeggen dat het verhaal niet waar is.

Ze hebben helemaal geen honderden drones.

En ze willen niet naar Amerika vliegen.

Johan moet een beetje lachen.

Wat een gek verhaal, denkt hij.

Waarom schrijven mensen dit soort dingen?

Dan hoort Johan de deurbel.

Hij staat op van de bank.

Hij loopt naar de voordeur.

Hij doet de deur open.

Zijn vriend Peter staat buiten.

"Hoi Johan," zegt Peter vrolijk.

"Mag ik binnenkomen?" Johan zegt ja.

"Natuurlijk, kom binnen," zegt Johan.

Peter loopt de woonkamer in.

Hij gaat op een stoel zitten.

Johan pakt ook koffie voor Peter.

Hij geeft het kopje aan zijn vriend.

"Dank je wel," zegt Peter.

"Heb je het nieuws al gelezen?" vraagt Johan.

Peter kijkt hem vragend aan.

"Welk nieuws bedoel je?" vraagt Peter.

Johan vertelt over het verhaal.

Hij vertelt over Cuba en Amerika.

Hij vertelt over de kleine vliegende machines.

Peter begint hard te lachen.

"Dat is echt een raar verhaal," zegt Peter.

"Mensen schrijven vaak dingen die niet kloppen." Johan is het met hem eens.

"Ja, je leest vaak vreemde dingen," zegt Johan.

"Je moet niet alles geloven." Peter neemt wat koffie.

Dan pakt hij een tas.

Hij heeft een grote tas bij zich.

"Ik heb iets leuks gekocht," zegt Peter.

Johan kijkt nieuwsgierig naar de tas.

"Wat zit er in de tas?" vraagt Johan.

Peter maakt de tas open.

Hij haalt er een doos uit.

In de doos zit een kleine machine.

Het is een drone.

"Kijk," zegt Peter trots.

"Ik heb een drone gekocht." Johan kijkt naar het kleine apparaat.

Het is zwart met zilver.

"Wat leuk," zegt Johan.

"Wat ga je ermee doen?" Peter vertelt over zijn nieuwe hobby.

"Ik wil mooie foto's maken," zegt Peter.

"De drone kan hoog in de lucht vliegen.

Dan maakt hij foto's van boven." Johan vindt dat een goed idee.

"Dat is heel mooi," zegt Johan.

"Maar je gaat niet naar Amerika, toch?" Peter lacht weer heel hard.

"Nee, ik blijf gewoon in Nederland," zegt Peter.

"Ik ga foto's maken van Delft." Johan en Peter kijken naar de drone.

"Hoe werkt het?" vraagt Johan.

Peter pakt een klein kastje.

Het kastje heeft knoppen.

"Hiermee kan ik hem besturen," zegt Peter.

"Zullen we hem proberen?" vraagt Peter.

Johan vindt dat een beetje spannend.

"Kan dat hier in de woonkamer?" vraagt Johan.

Peter denkt even na.

"Misschien is buiten beter," zegt Peter.

"De woonkamer is een beetje klein." Johan is blij met dat antwoord.

Ze lopen samen naar de tuin.

De tuin van Johan is best groot.

Er is veel gras.

Er staan ook mooie bloemen.

Peter zet de drone op het gras.

Hij drukt op een knop.

De kleine machine gaat aan.

Het apparaat maakt een beetje geluid.

De drone gaat langzaam omhoog.

Hij vliegt boven het gras.

Johan kijkt naar de lucht.

"Wauw, dat gaat goed," zegt Johan.

Peter stuurt de drone naar links.

Dan stuurt hij hem naar rechts.

Het gaat heel makkelijk.

De drone maakt een foto van de tuin.

Dan laat Peter hem weer landen.

De drone staat weer op het gras.

"Dat was leuk," zegt Johan.

"Je hebt een mooie hobby gekozen." Peter is erg blij met zijn aankoop.

"Ja, ik ga veel oefenen," zegt Peter.

"Misschien maak ik morgen foto's van het bos." Johan vindt dat een leuk plan.

Ze gaan weer naar binnen.

Ze drinken hun koffie op.

Ze praten nog over andere dingen.

Ze praten over werk en sport.

Het is een heel gezellige ochtend.

Johan denkt niet meer aan het rare nieuws.

Het nieuws over Cuba en Amerika is vergeten.

Hij denkt alleen aan de mooie foto's.

Foto's van Delft vanuit de lucht.

Dat is veel leuker dan vreemde verhalen.

Tot de volgende keer. ## Een Veilige Zaterdag op de Voetbalclub Johan leest de krant aan de keukentafel.

Hij drinkt een grote mok warme thee.

De thee ruikt naar verse munt.

Johan leest een heel naar nieuwsbericht.

Het gaat over een voetbaltrainer.

De trainer filmde kinderen in de kleedkamer.

Johan schrikt heel erg van dit nieuws.

Hij heeft een zoon van tien jaar.

Zijn zoon heet Tim.

Tim speelt voetbal bij een club.

De club is in Haarlem.

Johan maakt zich zorgen, omdat hij wil dat Tim veilig is.

Johan roept Tim voor het ontbijt.

Tim rent de trap af.

Hij heeft veel zin in vandaag.

Het is namelijk zaterdagochtend.

Op zaterdag speelt Tim altijd een wedstrijd.

Johan smeert twee boterhammen met pindakaas.

Tim eet de boterhammen heel snel op.

Hij pakt zijn sporttas en zijn voetbalschoenen.

Johan en Tim lopen naar de auto.

Buiten is het koud, maar de zon schijnt.

De lucht is heel mooi blauw.

Johan start de auto en ze rijden weg.

Ze luisteren naar vrolijke muziek op de radio.

Na tien minuten zijn ze bij de voetbalclub.

Het is heel druk op de parkeerplaats.

Overal lopen ouders en kinderen in sportkleding.

Johan parkeert de auto naast een grote boom.

Ze stappen uit en lopen naar de velden.

Het gras ruikt heel fris en nat.

Johan hoort de bal hard tegen een paal komen.

Hij hoort ook lachende kinderen en fluitende scheidsrechters.

Tim rent direct naar zijn vriendjes op het veld.

Johan loopt naar de kantine, want hij heeft het koud.

In de kantine is het lekker warm.

Het ruikt er naar verse koffie en tosti's.

Johan ziet de manager van de club.

De manager heet Peter.

Peter draagt een dikke, rode jas.

Johan loopt naar Peter toe.

Hij wil praten over het nieuwsbericht.

"Heb je het nieuws gelezen?" vraagt Johan.

Peter knikt en kijkt heel erg serieus.

"Ja, ik heb het gelezen," zegt Peter.

"Het is echt een heel vreselijk verhaal." Johan vraagt wat de club in Haarlem doet.

Hij wil weten of de kinderen hier veilig zijn.

Peter lacht vriendelijk en legt zijn hand op Johans schouder.

"Maak je geen zorgen, Johan," zegt Peter.

"Wij hebben hele strenge regels op de club.

Niemand mag een telefoon gebruiken in de kleedkamer.

Ook de trainers mogen geen telefoon bij zich hebben.

Wij controleren dit elke week heel erg goed." Johan voelt zich direct een stuk beter.

Hij is blij, omdat de regels heel duidelijk zijn.

Hij koopt een kopje koffie en een stroopwafel.

De stroopwafel is lekker warm en zoet.

Johan loopt met zijn koffie naar het veld.

De wedstrijd van Tim begint bijna.

De scheidsrechter blaast hard op zijn fluitje.

Tim rent heel hard over het groene gras.

Hij krijgt de bal van een vriendje.

Tim schopt de bal heel hard naar voren.

De bal vliegt hoog door de lucht.

De bal gaat precies in het doel.

Iedereen langs de kant begint te juichen.

Johan klapt heel hard in zijn handen.

Hij is heel erg trots op zijn zoon.

De wedstrijd duurt in totaal een uur.

Het team van Tim wint de wedstrijd.

Na de wedstrijd gaan de kinderen douchen.

Johan wacht buiten de kleedkamer op Tim.

Hij denkt nog even aan het nieuwsbericht.

Maar hij weet nu dat Tim hier veilig is.

Dat geeft Johan een heel erg rustig gevoel.

Tim komt naar buiten met natte haren.

Hij heeft een grote lach op zijn gezicht.

"Gaan we nu naar huis, papa?" vraagt Tim.

Johan knikt en geeft Tim een aai over zijn bol.

Ze lopen samen terug naar de auto.

Het was een hele mooie en sportieve ochtend.

Johan is blij met de goede zorgen van de club.

Tot de volgende keer. De Grote Camera. Lisa werkt in een groot gebouw in Arnhem.

Het is een speciaal museum voor de ruimte.

Vandaag is een heel belangrijke dag voor haar.

Ze drinkt een kopje warme koffie.

De koffie ruikt erg lekker.

Ze kijkt door het grote raam naar buiten.

De lucht is mooi blauw vandaag.

Er zijn helemaal geen wolken in de lucht.

Dat is heel goed nieuws.

Want ze wil vanavond naar de sterren kijken.

Lisa loopt naar een grote, witte kamer.

In de kamer staat een heel grote machine.

Het is een heel dure telescoop.

Een telescoop is eigenlijk een grote camera.

Je kunt er heel ver mee kijken.

Je kunt er sterren en planeten mee zien.

De grote machine is nu bijna klaar.

Volgende maand gaat de machine naar de ruimte.

Hij gaat mee in een grote, snelle raket.

De reis naar de ruimte is heel spannend.

Waarom maken Lisa en haar team deze machine?

Ze hebben een heel grote droom.

Ze zoeken naar een heel speciale planeet.

Ze zoeken een planeet zoals onze aarde.

Een tweede aarde in de grote ruimte.

Is daar misschien ook veel blauw water?

Zijn daar misschien ook mooie, groene planten?

Wonen daar misschien ook andere mensen?

Niemand weet het antwoord op deze vragen.

Maar Lisa wil het heel graag weten.

Ze denkt er echt elke dag aan.

Haar collega Tom loopt de kamer in.

Tom draagt een lange, witte jas.

Hij heeft een kleine computer in zijn hand.

Goedemorgen Lisa, zegt Tom met een lach.

Ben je klaar voor deze drukke dag?

Lisa kijkt naar Tom en zegt ja.

Ik ben er helemaal klaar voor.

De grote camera is nu bijna af.

Tom kijkt naar de grote, zilveren machine.

Hij is erg trots op hun werk.

We gaan heel mooie dingen zien, zegt Tom.

Lisa en Tom werken vandaag heel hard.

Ze kijken goed naar de kleine computer.

Ze testen alle kleine lampjes op de machine.

Alles moet echt helemaal perfect zijn.

In de ruimte kun je niets meer maken.

Een foutje is daar een heel groot probleem.

Ze werken samen voor drie lange uren.

Dan hebben ze allebei heel veel honger.

Het is tijd voor een lekkere lunch.

Ze zitten samen in de gezellige kantine.

Lisa eet een bruin broodje met kaas.

Tom eet een rode appel en drinkt melk.

Ze praten samen over de grote ruimte.

Wat als we een tweede aarde vinden?

Vraagt Tom aan zijn collega Lisa.

Gaan we daar dan met zijn allen wonen?

Lisa moet hard lachen om zijn vraag.

Dat is echt veel te ver weg.

De reis duurt miljoenen jaren, zegt Lisa.

Tom neemt een grote hap van zijn appel.

Dan blijf ik liever hier in Nederland.

Hier hebben we tenminste lekkere stroopwafels.

Lisa lacht weer om de grap van Tom.

Na de lunch gaan ze weer aan het werk.

Ze testen de grote camera nog een keer.

De computer zegt dat alles goed is.

Alle lampjes op de machine zijn nu groen.

Lisa is echt heel erg blij.

De machine werkt helemaal perfect.

De machine is klaar voor de grote reis.

Volgende maand is de heel belangrijke dag.

Dan gaat de grote raket echt omhoog.

Lisa gaat dat zeker op televisie zien.

Het is nu vijf uur in de middag.

Het werk in het museum is klaar.

Lisa trekt haar warme, rode jas aan.

Ze loopt door de deuren naar buiten.

Ze kijkt nog een keer naar de lucht.

De zon gaat nu langzaam naar beneden.

Straks gaan alle sterren weer mooi schijnen.

Misschien is er echt een tweede aarde.

Misschien kijkt iemand daar nu ook naar boven.

Lisa krijgt een grote glimlach op haar gezicht.

Ze loopt rustig naar de bushalte.

Morgen is er weer een nieuwe dag.

Tot de volgende keer. Een Spannende Dag in Spanje. Hallo allemaal, ik ben Rick uit Den Haag.

Vandaag vertel ik jullie een heel belangrijk verhaal.

Het gaat over een warme zomerdag in Spanje.

Lucas is een jonge man uit Nederland.

Hij is op vakantie in de mooie stad Valencia.

Het is juli en het is echt heel erg warm.

De temperatuur is vandaag bijna veertig graden.

Lucas loopt door een smalle, oude straat.

De zon schijnt heel hard op zijn hoofd.

Lucas draagt een korte broek en een zonnebril.

Hij zoekt een rustig plekje in de schaduw.

Onder een grote boom staat een bankje.

Lucas wil daar even lekker gaan zitten.

Maar dan ziet hij een grote, rode auto staan.

De auto staat niet in de schaduw.

De auto staat vol in de warme zon.

Lucas loopt langs de auto en hoort iets.

Hij hoort een heel zacht en triest geluid.

Hij stopt met lopen en luistert heel goed.

Het klinkt als een klein kind dat huilt.

Lucas loopt snel terug naar de rode auto.

Hij kijkt door het raam naar binnen.

Op de achterbank zit een heel klein meisje.

Ze is misschien twee of drie jaar oud.

Maar het meisje heeft een heel rood gezicht.

Ze huilt en ze ziet er heel erg moe uit.

Alle ramen van de auto zijn helemaal dicht.

Lucas trekt aan de deur van de auto.

Maar de deuren van de auto zijn op slot.

Lucas weet dat dit echt heel gevaarlijk is.

Een auto in de zon wordt heel snel heet.

Het is net als een oven van binnen.

Lucas kijkt snel om zich heen op straat.

"Is er iemand hier?" roept hij heel hard.

"Van wie is deze rode auto?" roept hij nog een keer.

Maar hij ziet helemaal geen vader of moeder.

Er is niemand in de buurt van de auto.

Lucas denkt niet lang na over de situatie.

Hij moet het kleine meisje nu direct helpen.

Hij zoekt een grote steen op de grond.

Hij kijkt in de tuin naast de straat.

Gelukkig vindt hij daar een hele zware steen.

Lucas rent met de steen naar de auto.

"Pas op, klein meisje," zegt Lucas zachtjes.

Hij hoopt dat het meisje hem kan horen.

Hij slaat de steen hard tegen het voorraam.

Het raam gaat met een harde klap kapot.

Er vallen kleine stukjes glas op de stoel.

Lucas steekt zijn hand door het kapotte raam.

Hij maakt de deur van de auto open.

Er komt direct heel veel warme lucht naar buiten.

Het voelt echt als vuur in zijn gezicht.

Lucas pakt het meisje heel snel uit de auto.

Hij neemt haar direct mee naar de schaduw.

Hij zet haar voorzichtig op het bankje onder de boom.

Lucas heeft een fles koud water in zijn tas.

Hij opent de fles en geeft het meisje water.

Hij doet ook een beetje water op haar warme gezicht.

Het meisje drinkt het water heel erg snel op.

Ze stopt met huilen en kijkt Lucas aan.

Dan komt er ineens een jonge vrouw aanrennen.

Ze komt uit een kleine apotheek op de hoek.

Ze heeft een wit tasje in haar hand.

"Mijn baby, mijn lieve baby!" roept de vrouw hard.

Ze huilt heel hard en pakt het meisje vast.

"Ik was maar vijf minuten weg," zegt ze bang.

"Ik moest snel medicijnen halen voor haar." Lucas kijkt de jonge vrouw heel serieus aan.

"Vijf minuten in de zon is echt te lang," zegt hij.

"Een auto wordt in de zon heel snel te warm." De vrouw knikt en zegt wel duizend keer sorry.

Ze is heel erg blij dat Lucas er was.

Ze bedankt hem voor zijn snelle en goede hulp.

Het kleine meisje is nu weer veilig en rustig.

Ze lacht zelfs een heel klein beetje naar Lucas.

Lucas is heel erg blij dat hij kon helpen.

Het was een heel spannend en eng moment.

Maar alles is gelukkig heel erg goed afgelopen.

Dit is een heel belangrijke les voor iedereen.

Laat nooit een kind alleen achter in de auto.

Zeker niet als de zon heel erg warm is.

Let altijd goed op elkaar in de warme zomer.

Tot de volgende keer. De Verhuiscrisis van Lisa. Hallo allemaal.

Ik ben Rick.

Welkom bij een nieuw verhaal.

Vandaag vertel ik over Mark.

Mark woont in Den Haag.

Hij fietst door de stad.

Het is zaterdagochtend en heel mooi weer.

De zon schijnt in zijn gezicht.

Hij voelt een warme wind.

Mark is erg vrolijk vandaag.

Hij gaat naar zijn vriendin Lisa.

Lisa heeft veel hulp nodig, want ze gaat binnenkort verhuizen.

Mark wil haar heel graag helpen, omdat ze goede vrienden zijn.

Hij fietst door een mooi park.

Hij ziet eenden in het water.

Hij hoort vogels in de bomen.

Dan stopt hij voor haar flat.

Hij zet zijn fiets goed op slot.

Hij loopt naar de grote voordeur.

Hij belt aan bij Lisa.

"Kom maar binnen!" roept Lisa luid.

De deur gaat met een klik open.

Mark loopt de lange trap op.

Hij hoort heel harde muziek.

Hij ruikt een sterk schoonmaakmiddel.

Dat is een frisse en goede geur.

Hij stapt de kleine woonkamer in.

Mark stopt plotseling bij de deur.

Hij kijkt met grote ogen rond.

Zijn mond valt een beetje open.

Wat ziet hij allemaal?

De hele kamer ligt helemaal vol.

Er liggen overal oude kleren.

Er staan heel veel bruine dozen.

Er liggen dikke boeken op de vloer.

Ook staan er overal zwarte vuilniszakken.

Het is echt een heel grote chaos.

"Hoi Mark," zegt Lisa heel zacht.

Ze kijkt een beetje verdrietig.

"Sorry voor de enorme rommel hier.

Het is hier echt een bende." Mark lacht een klein beetje.

"Een bende?" vraagt hij verbaasd.

"Dit is geen kleine bende, Lisa.

Dit is een echte grote crisis!" Lisa moet nu toch ook lachen.

"Ja, je hebt helemaal gelijk.

Het is een grote verhuiscrisis.

Ik heb echt veel te veel spullen.

Ik weet niet wat ik moet doen.

Waar moet ik in hemelsnaam beginnen?" Mark legt zijn jas op een stoel.

De stoel ligt vol met oude knuffels.

"Geen paniek," zegt Mark heel rustig.

"We doen het gewoon stap voor stap.

We beginnen met de dikke boeken.

Daarna doen we al jouw kleren." Lisa knikt blij met haar hoofd.

Ze is heel blij met zijn hulp.

Samen beginnen ze hard te werken.

Mark pakt de zware boeken op.

Hij stopt ze netjes in een doos.

Lisa vouwt haar vele kleren op.

Het is echt heel veel werk.

Maar samen is het ook erg gezellig.

Ze praten veel over vroeger.

Ze luisteren naar de vrolijke muziek.

Soms zingen ze heel hard mee.

Lisa vindt een oude, lelijke trui.

"Kijk deze trui," lacht ze.

"Die is echt heel erg lelijk!" Mark lacht ook om de trui.

Ze gooien de trui in een vuilniszak.

Mark vindt ook iets heel grappigs.

Hij vindt een oude zonnebril.

De bril heeft grote rode glazen.

Mark zet de bril op zijn neus.

Hij kijkt heel serieus naar Lisa.

"Ben ik nu een bekende filmster?" vraagt hij.

Hij praat met een diepe stem.

Lisa rolt lachend over de grond.

"Nee, je lijkt op een clown!" zegt ze.

Mark lacht en legt de bril weg.

Het opruimen is zo best leuk.

Ze vergeten de tijd een beetje.

Na een uur pauzeren ze even.

Lisa pakt twee grote glazen water.

Ze drinken het water snel op, want ze hebben grote dorst.

"Kijk," zegt Mark heel erg trots.

"De vloer is nu weer leeg.

De crisis is al bijna voorbij." Lisa kijkt blij naar de kamer.

"Je hebt gelijk, lieve Mark.

Het is nu al veel beter.

Het is echt geen bende meer." Ze werken nog twee uur lang door.

Alle bruine dozen zijn nu vol.

Alle vuilniszakken staan netjes bij de deur.

De kamer is nu helemaal leeg.

Het ruikt nog steeds naar schoonmaakmiddel.

Mark veegt het zweet van zijn hoofd.

Hij is moe, maar ook erg tevreden.

"Zo," zegt Mark met een grote glimlach.

"De grote verhuiscrisis is nu opgelost.

Wat gaan we nu samen doen?" Lisa lacht weer heel erg hard.

"Nu gaan we lekker warm eten!

Ik heb echt heel veel honger.

Zullen we een lekkere pizza bestellen?" Mark vindt dat een heel geweldig idee.

"Ja, lekker!

Een grote pizza met extra kaas." Lisa pakt snel haar mobiele telefoon.

Ze bestelt twee grote, warme pizza's.

Ze gaan samen op de grond zitten.

Er zijn immers geen stoelen meer.

Maar dat maakt helemaal niets uit.

Ze wachten rustig op het warme eten.

Ze praten over het mooie nieuwe huis.

Lisa heeft er heel erg veel zin in.

Een half uur later gaat de bel.

De bezorger met de pizza is er.

Het eten ruikt echt heel erg heerlijk.

Ze eten de warme pizza snel op.

Het was een heel lange dag.

Maar het was ook een goede dag.

Mark helpt Lisa altijd heel erg graag.

Ze zijn al heel lang goede vrienden.

Mark fietst later weer terug naar huis.

Het is nu helemaal donker buiten.

De gele straatlantaarns branden in de straat.

Het is erg stil op de weg.

Er rijden bijna geen auto's meer.

Mark fietst rustig door de koude nacht.

Hij denkt aan de gezellige dag.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze