

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Er was in zijn man die helemaal geen kat wilde.
Hij hield niet van katten.
Hij vond het vooral vervelend dat ze in zijn tuin hun behoefte deden.
Maar drie jaar geleden gebeurde er iets onverwacht.
Er kwam een speerwit katje in zijn tuin.
Hey, wegwezen jij, riept de man.
Maar het katje bleef terugkomen.
Op een dag sprong het katje op zijn schoot.
De man was verrast, maar hij aide het katje toch.
Het katje bleef terugkomen.
Elke dag.
Hij was nog jong.
En de man vond het een beetje zielig.
Dus maakte hij een klein hoekje voor het katje voor als het regende.
En hij zette brokjes voor hem neer.
Toen kwam de herfst.
Het werd koud en het regende veel.
Elke keer als de man in zijn tuin kijk, zag hij het katje zitten.
Hij kreeg medeleiden met het katje.
Dus nam hij een beslissing.
Hij bracht het katje naar de dierenarts.
De dierenarts gaf het katje alle nodigen in entingen.
Hij steriliseerde het katje en gaf hem een chip.
Vanaf dat moment had de man officieel een kat.
De man zorgde goed voor zijn kat.
Hij maakte de kattebak schoon.
Hij stofzuigde al het kat een haar op.
En hij kocht speciaal voer voor de kat.
Want hij wilde niet dat zijn katplasproblemen kreeg.
Het kostte hem veel geld, maar hij deed het toch.
Want hij had nu eenmaal een kat.
Maar de man had een waarschuwing voor iedereen.
Katten lijken leuk, maar ze manipuleren je.
Ze zorgen ervoor dat je uiteindelijk alles voor hen doet.
Je eindigt als hun bedienden.
Maar omdanks zijn waarschuwing heel de man van zijn kat.
En hij zou alles voor hem doen.
Want hij had nu eenmaal een kat.
En hij hield van zijn kat.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze