Alle podcasts

Klein huis, groot bier

Rick: Proost, vrienden.

Sophie: Proost!

Fijn, even zitten na het werk.

Daan: Ja, proost.

Ik heb dorst.

Rick: Mijn werk was heel druk vandaag.

Sophie: Mijn werk ook.

Ik ben moe.

Daan: Ik ben ook moe.

Maar het bier is lekker.

Rick: Ja, heel lekker.

Zeg, ik heb hier iets grappigs.

Sophie: Oh?

Laat eens zien.

Rick: Kijk, op mijn telefoon.

Daan: Wat is het?

Rick: Het is een foto.

Van een huis.

Sophie: Een huis?

Dat is een heel klein huis.

Daan: Is dat een huis?

Ik zie een doos.

Rick: Haha, ja.

Het is een huis in Japan.

Sophie: Wonen daar mensen?

Rick: Ja, er woont een familie.

Daan: Een hele familie?

Dat kan niet.

Rick: Jawel.

Een man, een vrouw en een kind.

Sophie: In dat kleine huis?

Dat is niet groot.

Daan: Mijn garage is groter.

Rick: Dat is waar.

Jouw garage is groot.

Sophie: Waar slapen zij?

Ik zie geen bed.

Rick: Het bed is hier.

Je klapt het uit.

Daan: Dus overdag is er geen bed?

Rick: Nee, overdag is er geen bed.

Sophie: En het kind?

Waar slaapt het kind?

Rick: Het kind slaapt ook op een klein bed.

Daan: Een klein bed in een klein huis.

Ik slaap graag in een groot bed.

Sophie: Dat is wel slim.

Dan heb je plek.

Daan: Ik vind het niet slim.

Ik vind het raar.

Rick: Het is anders.

Niet raar, maar anders.

Sophie: En de keuken?

Is die ook klein?

Rick: Ja, kijk.

Hier is de keuken.

Daan: Dat is geen keuken.

Dat is een kast.

Sophie: Ik zie een klein gaspitje.

Rick: Ja, precies.

Voor het eten.

Daan: Ik heb vier gaspitten.

En een oven.

Rick: Jij kookt ook veel, Daan.

Daan: Ja, ik hou van koken.

En van eten.

Sophie: Wat kook jij graag, Daan?

Daan: Ik kook vaak pasta.

En soep.

Dat is lekker.

Rick: Jouw pasta is heel lekker.

Daan: Dank je.

Sophie: Is het eten lekker in Japan?

Rick: Ja, het eten is heel goed.

Daan: Beter dan mijn eten?

Rick: Haha, anders.

Het is anders.

Sophie: Ik wil wel in zo'n huis kijken.

Daan: Ik niet.

Ik krijg geen lucht.

Rick: Is het huis duur?

Sophie: Goede vraag.

Is het duur, Rick?

Rick: Ja, heel duur.

Het staat in Tokio.

Daan: Duur?

Voor die kleine doos?

Rick: Ja, huizen in Tokio zijn heel duur.

Sophie: Net als in Amsterdam.

Rick: Precies.

De huizen zijn klein en duur.

Daan: Ik woon liever niet in Amsterdam.

Sophie: Ik ook niet.

Te druk.

Rick: Maar wel gezellig.

Veel te doen.

Daan: Heeft de familie een auto?

Rick: Nee, geen auto.

Geen plek voor een auto.

Sophie: Ze hebben vast een fiets.

Rick: Ja, twee fietsen, denk ik.

Daan: Ik heb mijn auto nodig.

Rick: Rij jij elke dag in de auto?

Daan: Ja, naar mijn werk.

Dat is ver.

Sophie: Ik heb mijn fiets.

Dat is genoeg.

Rick: Ik fiets ook naar mijn werk.

Dat is gezond.

Sophie: Ja, heel gezond.

Rick: Dus, conclusie.

Goed huis of slecht huis?

Daan: Slecht huis.

Te klein, te duur.

Sophie: Ik vind het interessant.

Niet slecht.

Rick: Ik vind het ook interessant.

Heel slim gemaakt.

Daan: Nou, ik ben blij met mijn grote huis.

Sophie: En jouw grote bank.

Daan: En mijn grote keuken.

Rick: En jouw grote garage.

Daan: Precies!

Zullen we nog een biertje doen?

Sophie: Ja, goed idee.

Dit onderwerp is klaar.

Rick: Haha, oké.

Ik bestel wel even.

Daan: Goed zo.

Ik heb weer dorst.

Rick: Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze