

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Kijk, een rups op de grond.
Een rups, waar dan?
Daar, hij is groen.
Oh ja, ik zie hem.
Hij is groot.
Ja, best groot.
Is hij gevaarlijk?
Nee, al niet gevaarlijk.
Maar hij heeft haren.
Ja, veel haren.
Sommige rups zijn wel gevaarlijk.
Echt waar?
Ja, de haren zijn soms giftig.
Deze is oké.
Weet je dat zeker?
Ja, geen probleem.
Hoe weet je dat?
Ik zie het aan de kleur.
Ah, oké.
Hij beweegt langzaam.
Ja, rups zijn langzaam.
Waar gaat hij heen?
Naar een boom misschien?
Of naar een plant?
Hij eten planten, toch?
Ja, bladeren.
Heel veel bladeren.
Wurt hij later een vlinder?
Ja, een mooie vlinder.
Of een mot?
Wat is het verschil?
Vlinders zijn kleurijk.
En motten zijn grijs of bruin.
Ah, ik snap het.
Deze wordt een vlinder, denk ik.
Welke kleur?
Weet ik niet.
Misschien oranje?
Of geel?
Kan allebei.
Hoe lang duurt dat?
Een paar weken?
Zo lang.
Ja, het is een proces.
Hij maakt eerst een cocoom.
Wat is een cocoom?
Een soort huis.
Hij zit erin en verandert.
Dat is raar.
Ja, best bijzonder.
Mocht we hem aanraken?
Nee, beter van niet.
Ja, laat hem maar.
Oké, geen probleem.
Kijk, hij kruipt verder.
Ja, hij gaat naar links.
Naar die boom daar?
Ja, precies.
Zie je meer rups hier?
Nee, alleen deze.
Het is lente nu.
Ja, er komen meer rups.
En meer vlinders?
Dat is mooi.
Ja, ik vind vlinders mooi.
Ik ook.
Ze zijn overal in de zomer.
Vooral in de tuin.
Heb je een tuin?
Ja, een kleine tuin.
Ik heb geen tuin.
Ik ook niet.
Je liet woon in een vlet.
Ja, ik wel.
Ik heb een bakkom.
Kom een vlinders op je bakkom?
Soms wel, ja.
Dat is leuk.
Heb je plant op je bakkom?
Ja, een paar planten.
Vlinders houden van bloemen.
Ja, ik heb bloemen.
Welke bloemen?
Rode bloemen.
Rosa?
Nee, geen roze.
Geraniums misschien.
Ja, geraniums.
Die zijn mooi.
En makkelijk.
Ja, ze groeien goed.
Kijk, de rups is weg.
Waar is hij?
In het gras.
Oh ja, daar.
Hij is snel nu.
Nee, jong, nog steeds langzaam.
Ja, erg langzaam.
Zullen we verder lopen?
Ja, goed idee.
Oké, kom op dan.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze