

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
In een klein huis in Meppel wordt Jan wakker.
Hij is vrachtwagenchauffeur.
Vandaag moet hij naar Groningen.
Hij drinkt koffie in de keuken.
De koffie ruikt sterk en warm.
De keuken is nog donker.
Alleen het licht boven het aanrecht brandt.
Zijn vrouw Anja is al weg.
Ze werkt in het ziekenhuis.
Jan pakt zijn tas en gaat naar buiten.
Het is nog steeds aan het regenen.
De lucht is grijs en vochtig.
Hij voelt de koude regen op zijn gezicht.
Jan zucht en trekt zijn jas goed dicht.
Jan stapt in zijn vrachtwagen.
Hij start de motor.
De motor maakt een diep geluid.
Jan rijdt langzaam de straat uit.
Hij gaat naar de N48.
Hij denkt aan zijn werk.
Hij moet om 9 uur in Groningen zijn.
Dat is genoeg tijd.
De vrachtwagen schudt een beetje op de weg.
Jan houdt van het geluid van de motor.
Het is een rustig, laag geluid.
Op de N48 is het druk.
Jan ziet veel auto's.
Iedereen rijdt voorzichtig.
De weg is nat.
Jan houdt zijn handen stevig op het stuur.
Hij kijkt goed naar de weg.
De rode achterlichten van de auto's voor hem gloeien in het donker.
Plotseling ziet hij iets vreemds.
Verderop staan rode lichten.
Er is een file.
Jan remt rustig.
De vrachtwagen stopt langzaam.
Hij wacht in de file.
Hij zet de radio aan.
De nieuwslezer zegt iets over een ongeluk.
Twee vrachtwagens zijn met elkaar in botsing gekomen.
De weg is dicht.
Jan zucht.
Hij denkt: "Wat erg voor die mensen."
Hij hoopt dat iedereen veilig is.
Hij kijkt naar buiten.
De regen valt nog steeds.
De lucht is nog donkerder geworden.
Jan voelt zich onrustig.
Jan belt zijn baas.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Er is een ongeluk op de N48, zegt hij.
Ik kom later.
Zijn baas zegt.
Blijf rustig.
Veiligheid is belangrijker dan tijd.
De.
Jan knikt.
Hij wacht geduldig.
Hij denkt aan Anja.
Hij wil haar bellen.
Maar hij wacht nog even.
De file staat stil.
Jan trommelt met zijn vingers op het stuur.
Na een uur gaat de file langzaam rijden.
Jan ziet de plek van het ongeluk.
Twee vrachtwagens staan aan de kant.
De politie is er.
Mensen in gele jassen lopen rond.
Jan voelt zich verdrietig.
Hij denkt aan de families van de chauffeurs.
Hij hoopt dat ze hulp krijgen.
De regen is nu zachter.
De lucht wordt een beetje lichter.
Jan rijdt verder.
De weg is weer open.
Hij komt om tien uur in Groningen aan.
Zijn collega Kees wacht op hem.
Gaat het?
Vraagt Kees.
Ja, zegt Jan.
Maar het was een moeilijke ochtend.
Kees knikt.
Ik heb het gehoord.
Vreselijk.
Jan zet de vrachtwagen op de juiste plek.
Hij stapt uit.
De lucht ruikt naar natte aarde.
Jan en Kees laden de vrachtwagen uit.
Ze praten niet veel.
Jan denkt aan thuis.
Hij wil zijn vrouw bellen.
Om twaalf uur belt hij Anja.
Ik ben veilig, zegt hij.
Er was een ongeluk op de weg.
Anja zegt.
Ik ben blij dat je veilig bent.
Kom je vanavond thuis?
Jan zegt.
Ja, rond 6 uur.
Hij hoort de opluchting in haar stem.
Die avond rijdt Jan naar huis.
De lucht is nu helder.
De zon schijnt.
Jan voelt zich moe.
Hij denkt aan de twee chauffeurs.
Hij denkt aan hun families.
Hij voelt zich verdrietig.
Maar hij is ook blij dat hij naar huis kan.
De weg is rustig.
De bomen langs de weg zijn nat en glanzen in de zon.
Thuis wacht Anja met warm eten.
Ze eten samen.
Jan vertelt over zijn dag.
Anja luistert.
Het leven is soms oneerlijk, zegt Jan.
Anja pakt zijn hand.
Ja, zegt ze.
Maar we moeten doorgaan.
Jan knikt.
Hij is moe.
Hij gaat vroeg naar bed.
Morgen is een nieuwe dag.
Tot de volgende keer.
Tot de volgende keer.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze