

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Tom woont in Den Haag. Hij is student.
Vandaag gaat hij naar Utrecht.
Hij heeft een feest bij zijn vrienden. Tom is blij.
Hij poetst zijn schoenen. Hij pakt zijn tas.
Hij doet zijn jas aan. De jas is blauw.
Tom loopt naar het station. Het station is dichtbij.
Hij ziet veel mensen. Iedereen loopt snel.
Tom kijkt op zijn horloge. Het is drie uur.
De trein gaat om drie uur en tien minuten.
Tom loopt naar het perron. Het perron is nummer vijf.
Op het perron staat een meisje.
Ze heet Lisa. Ze heeft een rode jas.
Ze kijkt op haar telefoon. Tom gaat naast haar staan.
Hij wacht op de trein. De trein komt.
De trein is geel en blauw. Tom stapt in.
Lisa stapt ook in. Tom zoekt een plaats.
Hij ziet een lege plek bij het raam. Hij gaat zitten.
Lisa gaat tegenover hem zitten.
Tom kijkt uit het raam. Hij ziet huizen en bomen.
De trein rijdt. De trein maakt een geluid.
Tjoek tjoek tjoek.
Na 20 minuten stopt de trein. Tom kijkt naar buiten.
Hij ziet een groot bord. Op het bord staat Rotterdam.
Tom schrikt. Rotterdam? Dat is niet Utrecht.
Tom kijkt naar Lisa. Lisa kijkt ook verbaasd.
Tom zegt: 'Is dit Rotterdam?' Lisa zegt:
Ja, ik denk het. Ik ga naar Rotterdam.
Tom zegt: 'Maar ik ga naar Utrecht.'
Lisa zegt: 'O, nee. Deze trein gaat naar Rotterdam.'
Niet naar Utrecht.' Tom zegt: 'Hij pakt zijn tas.'
Even tussen door. Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Hij stapt uit. Lisa stapt ook uit.
Ze staan op het perron in Rotterdam. Tom kijkt om zich heen.
Hij ziet veel mensen. Hij ruikt patat. Hij hoort een trein fluiten.
Tom voelt zich dom. Hij is in de verkeerde trein gestapt.
Tom zegt: 'Ik moet terug naar Den Haag. Dan naar Utrecht.'
Lisa zegt: 'Ik ga naar mijn oma in Rotterdam.'
Maar ik kan je helpen.' Tom lacht. 'Dank je.'
Lisa wijst naar een bord.
Kijk, de trein naar Den Haag gaat om vier uur.
Op perron twee.' Tom kijkt op zijn horloge.
Het is kwart voor vier. Hij heeft 15 minuten.
Tom rent naar perron twee. Lisa roept: 'Succes!' Tom haalt de trein.
Hij zit weer in een trein. Deze trein gaat naar Den Haag.
Tom kijkt uit het raam. Hij denkt aan Lisa.
Ze was aardig. Hij denkt aan het feest. Hij is nu laat.
Maar hij lacht. Het is een grappig verhaal.
Tom komt aan in Den Haag. Hij stapt over.
De trein naar Utrecht gaat om half vijf. Tom wacht op het perron.
Hij koopt een broodje. Het broodje is lekker.
Hij eet het op. De trein komt. Tom stapt in.
Deze keer kijkt hij goed. De trein gaat naar Utrecht.
Tom gaat zitten. Hij zucht van opluchting.
Na een half uur komt Tom aan in Utrecht. Hij loopt naar het feest.
Zijn vrienden zijn blij. Tom vertelt zijn verhaal.
Iedereen lacht. Tom lacht ook. Hij is moe, maar blij.
Hij heeft een nieuwe vriendin. Lisa uit de trein.
Tot de volgende. Open de interactieve speler.
Op Dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutchfluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze