Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Mila en het water

Het water komt bij het huis. Het komt ook bij de school.

Mila eet niet meer. Ze kijkt naar haar moeder.

Er is veel water, zegt Mila.

Moeder kijkt ook naar buiten.

Ja, zegt ze.

Er is weer veel water.

Ben heeft één schoen aan.

Zijn andere schoen ligt op tafel.

De schoen ligt naast het brood.

Is jouw schoen ook eten?

vraagt Mila.

Nee, zegt Ben.

Mijn schoen eet geen brood.

Mila lacht even.

Ben lacht ook.

Moeder pakt de schoen.

Hier is je schoen, zegt ze.

Ben doet de schoen aan.

Nu heeft hij twee schoenen aan.

Moeder hoort een man op de radio.

De man praat over Nepal.

Hij praat over het water.

Vijf mensen zijn niet thuis.

De man weet niet waar.

Andere mensen zoeken hen.

Vijf mensen, vraagt Mila?

Ja, vijf mensen, zegt Moeder.

Mila zegt niets.

Ze denkt aan die mensen.

Hebben ze eten?

Hebben ze water?

Mila weet het niet.

Het water komt in het huis.

Eerst ligt er water bij de deur.

Nu ligt er ook water onder tafel.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

onder tafel.

Het water is bruin.

Mila ziet haar rode bal.

De bal ligt in het water.

Kom naar boven, zeg Moeder.

Mila loopt naar boven.

Ben komt ook.

Moeder komt met brood en water.

Ze heeft ook drie kopjes.

Mila pakt een kopje.

Hier is geen water op de vloer.

Mila gaat op het bed zitten.

Ben zit naast haar.

Hij heeft zijn boek.

In het boek staat een kat.

De kat is zwart.

Ben leest een woord.

Kat, zegt hij.

Mila leest ook.

Huis, zegt ze.

Ben ziet een groot huis.

Daar is de kat, zegt hij.

Mila ziet de kat ook.

Moeder geeft hun brood.

Mila eet een klein stuk.

Ben eet twee stukken.

Hij heeft weer melk.

Mijn schoen krijgt geen melk, zegt Ben.

Dat is jouw melk, zegt moeder.

Mila kijkt naar buiten.

Ze ziet twee mannen.

Ze gaan door het water.

Ze zoeken de vijf mensen.

Mila hoort hun stemmen.

Eén man roept een naam.

Er komt geen antwoord.

De regen valt nog steeds.

Moeder zit naast Mila.

Mila pakt haar hand.

Ik ben hier, zeg Moeder.

Ben komt ook bij haar.

Ze zitten samen op het bed.

Mila drinkt wat water.

Ben leest nog een woord.

Moeder hoort weer de radio.

De mensen zoeken nog.

Mila denkt aan de vijf mensen.

Ze zegt zacht hun aantal.

Nu is het avond.

Het is stil in huis.

Mila is moe.

Haar moeder is dicht bij haar.

Ben heeft zijn boek op bed.

Mila houdt haar moeders hand vast.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze