

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude ochtend in Utrecht.
Johan werkt in de grote bibliotheek.
Hij is er al heel vroeg.
Het is nog stil in het gebouw.
Johan drinkt een kopje warme thee.
Hij zit aan een grote tafel.
Voor hem ligt de krant van vandaag.
Johan leest het nieuws elke dag.
Vandaag is het nieuws niet leuk.
Hij leest een stuk over Libanon.
Dat is een land heel ver weg.
Er is daar al lang ruzie.
De ruzie was een tijdje gestopt.
Mensen dachten dat het beter ging.
Maar de krant zegt iets anders.
Heel veel huizen zijn daar kapot.
Duizenden mensen hebben geen huis meer.
Ze zijn alles kwijt.
Ze slapen nu buiten op straat.
Het is daar ook koud 's nachts.
Johan kijkt naar de foto in de krant.
Hij ziet mensen zonder warme kleren.
Hij voelt zich daar heel slecht over.
Hij wil graag iets voor hen doen.
Maar hij weet niet goed wat.
Dan gaat de deur van de bibliotheek open.
Zijn vriendin Fatima komt naar binnen.
Ze heeft een dikke rode jas aan.
Ze draagt ook een warme sjaal.
Goedemorgen, Johan.
Zegt Fatima vrolijk.
Ze wrijft haar handen warm.
Het is echt heel koud buiten.
Zegt ze.
Johan kijkt op van zijn krant.
Goedemorgen, Fatima.
Zegt hij zacht.
Fatima ziet dat Johan niet blij kijkt.
Wat is er mis?
Vraagt ze.
Waarom kijk je zo serieus?
Johan wijst naar de krant op tafel.
Ik lees over de mensen in Libanon.
Hun huizen zijn helemaal kapot.
Ze hebben geen plek om te slapen.
En ze hebben het heel koud.
Fatima komt naast Johan staan.
Ze kijkt ook naar de foto.
Dat is echt heel erg.
Zegt ze.
Wij hebben het hier lekker warm.
Wij hebben dikke jassen en sjaals.
Die mensen hebben helemaal niets meer.
Johan krijgt ineens een heel goed idee.
We kunnen kleding zoeken.
Zegt hij.
Mensen in Utrecht hebben vast extra jassen.
We vragen of ze die aan ons geven.
Dan sturen wij alles naar Libanon.
Fatima lacht en zegt ja.
Dat is een fantastisch idee, Johan.
Ze pakken meteen papier en pennen.
Ze maken samen een grote poster.
Johan schrijft met grote letters.
Geef uw warme jas voor Libanon.
Fatima tekent er een mooie jas bij.
Ze hangen de poster op het raam.
Het raam is naast de grote deur.
Iedereen op straat kan de poster zien.
De volgende dag gebeurt er iets moois.
Heel veel mensen komen naar de bibliotheek.
Een oude man brengt drie dikke jassen.
Deze zijn van mijn zonen.
Zegt hij.
Zij dragen deze jassen niet meer.
Een jonge vrouw brengt vijf warme truien.
Ik heb ze zelf gemaakt.
Zegt ze trots.
Johan en Fatima nemen alles aan.
Ze zeggen heel vaak dankjewel.
De mensen zijn heel erg vriendelijk.
Na drie dagen is er heel veel kleding.
De bibliotheek ligt helemaal vol.
Er zijn jassen, truien en sjaals.
Er zijn ook warme sokken en mutsen.
Johan en Fatima halen grote dozen.
Ze doen alle kleding netjes in de dozen.
Het zijn wel twintig grote dozen.
Ze zijn heel zwaar.
Een grote vrachtwagen komt naar de bibliotheek.
De chauffeur heet Ali.
Ali brengt de dozen naar een groot schip.
Het schip vaart helemaal naar Libanon.
Johan en Fatima zwaaien naar de vrachtwagen.
Ze zijn moe van al het werk.
Maar ze voelen zich heel erg goed.
Ze hebben samen iets moois gedaan.
De mensen in Libanon krijgen het warm.
Johan pakt weer een kopje thee.
Hij gaat weer aan de tafel zitten.
Morgen is er weer nieuw nieuws.
Maar vandaag was een heel goede dag.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze