

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandagochtend.
De lucht is grijs.
Ik sta bij de bushalte.
Ik wacht op de bus.
De bus komt.
De deur gaat open.
Ik stap in.
De bus is vol.
Er is een klein plekje vrij.
Ik ga zitten.
Naast mij zit een mevrouw.
Ze kijkt uit het raam.
De bus rijdt.
De wielen maken een zacht geluid.
De bus stopt.
Er stappen meer mensen in.
De bus stopt weer.
Er stappen mensen uit.
Na een tijdje kijk ik naar buiten.
Ik zie geen huizen meer.
Ik zie alleen maar weilanden.
Groene weilanden.
En water.
Veel water.
Ik kijk nog eens goed.
Dit is niet mijn stad.
Dit is niet Den Haag.
Waar ben ik?
Ik kijk naar de mevrouw.
Ik vraag: Mevrouw,
Waar gaan wij naar toe?
De mevrouw kijkt mij aan.
Ze lacht.
Ze zegt.
Naar Engeland.
Ik schrik.
Wat?
Engeland?
Nee, dat kan niet.
Ik moet naar mijn werk.
Ik moet naar kantoor.
Ik zeg.
Mevrouw.
Ik geloof u niet.
De mevrouw zegt.
Kijk maar naar de borden.
Ik kijk.
De borden zijn blauw.
Er staat Engeland.
En: Ferry.
En kanaal.
Mijn hart klopt snel.
Ik voel zweet op mijn voorhoofd.
Ik sta op.
Ik loop naar de chauffeur.
Ik zeg.
Meneer.
Ik moet eruit.
De chauffeur kijkt mij aan.
Hij zegt.
Sorry mevrouw.
Dat kan niet.
Wij zijn al op de snelweg.
De volgende stop is de boot.
Ik voel mij dom.
Ik ben in de verkeerde bus gestapt.
Ik ben in de bus naar Engeland gestapt.
Ik ga terug naar mijn plek.
De mevrouw lacht nog steeds.
Ze zegt.
Maakt u zich geen zorgen.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Maakt u zich geen zorgen.
Engeland is mooi.
Maar ik wil niet naar Engeland.
Ik wil naar mijn werk.
Ik wil naar huis.
Ik bel mijn baas.
Ik zeg.
Baas.
Ik kom niet vandaag.
Ik zit in de bus naar Engeland.
Mijn baas is stil.
Dan lacht hij.
Hij zegt.
Dat is een goede smoes.
Ik zeg.
Nee, echt waar.
Ik ben in de verkeerde bus.
Mijn baas lacht nog harder.
Hij zegt.
Veel plezier in Londen.
Ik zucht.
De bus rijdt verder.
De zee komt dichterbij.
Ik ruik zout water.
Ik hoor meeuwen.
Ik zie een grote boot.
De bus rijdt de boot op.
Ik stap uit.
Ik voel de wind.
De wind is koud.
Ik kijk naar de zee.
De golven zijn hoog.
Ik denk.
Wat nu?
Dan hoor ik een stem.
Het is de mevrouw.
Ze zegt.
We gaan thee drinken.
Ik loop met haar mee.
We zitten op een bank.
We kijken naar het water.
De mevrouw zegt.
Soms gaat het leven anders dan je denkt.
Ik lach.
Ja, dat is waar.
Ik ben nog nooit in Engeland geweest.
En nu ben ik er bijna.
De boot vaart.
Ik voel de beweging.
Ik word een beetje misselijk.
Maar ik ben ook nieuwsgierig.
Wat ga ik in Engeland zien?
Ik weet het niet.
Maar ik ben niet meer boos.
Ik ben rustig.
De mevrouw geeft mij een koekje.
Ik eet het.
Het smaakt naar kaneel.
De lucht is nog steeds grijs.
Maar ik voel mij warm van binnen.
Soms is een fout niet erg.
Soms is een fout een avontuur.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op Dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze