

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben Rick, een leraar Nederlands uit Den Haag.
Op zaterdag reis ik met de trein naar Horst.
Mijn tas is zwaar, want ik neem handdoeken mee.
In de trein ruikt het naar koffie en broodjes.
Een kind eet kaas, en de kaas ruikt sterk.
Ik lach zacht, want Nederland reist ook met kaas.
In Horst wacht Sanne bij de bushalte.
Zij leert Nederlands en houdt van zwemmen.
Naast haar staat Mo, met een rode tas.
Hij heeft koekjes bij zich voor iedereen.
"Rick, is het water mooi vandaag?" vraagt Sanne.
"Dat gaan we zien," zeg ik.
De bus rijdt naar een groen gebied buiten het dorp.
We horen vogels, fietsen en een blaffende hond.
De lucht is warm en ruikt naar gras.
Bij het zwemwater zien we veel mensen.
Kinderen dragen emmers en gele schepjes.
Een vrouw verkoopt ijs bij een klein raam.
Mo wijst naar het water en maakt grote ogen.
"Waarom is het water zo groen?" vraagt hij.
Op het water ligt een dik groen vel.
Het ziet eruit als soep van spinazie.
Sanne trekt haar neus op.
"Ik eet liever echte soep," zegt ze.
Ik lach, maar ik wil ook zwemmen.
Dan zien we twee werkers bij een witte boot.
Ze dragen laarzen en oude petten.
In de boot liggen grote bezems en blauwe bakken.
Een werker groet ons met een brede lach.
"Goedemorgen, mensen," zegt hij.
"Wij halen vandaag het groen uit het water." "Dan kunnen jullie straks fijn zwemmen." Mo kijkt naar de bezems.
"Is dat zwaar werk?" vraagt hij.
"Ja," zegt de werker, "maar we zijn sterk." "En koffie helpt ook een beetje." Zijn maat lacht en tilt een blauwe bak.
De boot gaat langzaam over het water.
De motor bromt zacht, als een oude poes.
De werkers trekken het groen naar de boot.
Daarna gaat het groen in de blauwe bakken.
Het water krijgt weer meer blauwe kleur.
Niet overal, maar genoeg voor een fijn bad.
Een jongen aan de kant klapt in zijn handen.
"Mijn zwembroek wacht al!" roept hij.
Zijn moeder zegt: "Eerst je boterham." Iedereen lacht, want dat klinkt heel Nederlands.
Wachten op brood is soms moeilijker dan wachten op water.
Ik gebruik de tijd voor een kleine les.
"Vandaag leren we drie woorden," zeg ik.
"Water, zwemmen en schoon." Sanne zegt de woorden na.
Mo zegt ze ook, maar maakt een fout.
Hij zegt "schoen" in plaats van "schoon".
Ik wijs naar zijn voet.
"Dat is een schoen," zeg ik.
"Het water moet schoon zijn, zonder schoen." Mo houdt zijn voet boven het zand.
"Geen probleem, mijn schoen blijft hier," zegt hij.
We lachen zo hard dat een eend wegloopt.
De eend maakt een boos geluid.
Misschien wil hij ook rustig zwemmen.
Na een uur is het zwemstuk vrij.
Een bord zegt dat zwemmen mag.
Een man loopt langs en roept hard.
"Blijf bij de lijnen en let op kinderen." "Dan heeft iedereen een fijne middag." Sanne legt haar handdoek op het gras.
Mo zet de koekjes ver van de mieren.
Ik doe mijn sandalen uit.
Het gras prikt een beetje onder mijn voeten.
Het water voelt eerst koud aan.
Daarna voelt het heerlijk.
Sanne springt erin en roept: "Ik leef nog!" Mo gaat langzamer, met één teen tegelijk.
"Ik test het water met mijn teen," zegt hij.
"Mijn teen is heel slim." Ik zwem rustig naar Sanne toe.
Het water ruikt nog een beetje naar planten.
Maar het voelt schoon genoeg voor plezier.
Aan de kant eten mensen ijs.
Een radio speelt een oud liedje.
Een baby slaat met handen in een emmer.
De zon maakt alles geel en warm.
Ik kijk naar de werkers bij de boot.
Ze drinken koffie uit bruine bekers.
Hun kleding is nat, maar hun gezichten zijn blij.
Ik denk: dit is echt werk voor de zomer.
Niet groot op televisie, maar wel belangrijk voor mensen.
Sanne zwemt naast mij en zegt zacht: "Bedankt, Rick." "Waarvoor?" vraag ik.
"Voor de woorden," zegt ze.
"En voor de dag buiten." "Ik heb niets gedaan," zeg ik.
"Die mensen deden het zware werk." Mo komt erbij met een koekje in zijn hand.
"Jij deed ook iets," zegt hij.
"Jij paste op de koekjes." Ik neem het koekje en buig diep.
"Dat is een taak met veel druk," zeg ik.
Als we later naar de bus lopen, zijn we moe.
Onze haren zijn nat en onze tassen zijn lichter.
Het zwemwater achter ons is rustiger.
Ik hoor nog één plons.
Dan roept iemand: "Mijn boterham is nat!" Sanne lacht weer.
Mo zegt dat Nederlands soms veel water heeft.
Ik zeg dat dit vandaag zeker waar is.
In de bus ruikt het naar nat haar en drop.
Ik sluit mijn ogen en voel me tevreden.
Horst heeft vandaag goed voor zijn zwemmers gezorgd.
En wij hebben nieuwe woorden geleerd.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze