

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben Rick, leraar Nederlands in Den Haag.
Op dinsdag geef ik les aan acht volwassenen.
Het lokaal is klein, maar warm.
Er staat koffie op de tafel.
De koffie ruikt sterk en zoet.
Buiten rijden trams langs de school.
Ze maken een zacht belgeluid.
Vandaag oefenen we woorden voor werk, school en hulp.
Ik leg een blauwe map op tafel.
In die map zitten simpele zinnen.
Ayla komt binnen met een rode sjaal.
Ze werkt in een bakkerij om de hoek.
Ze lacht vaak, maar vandaag niet.
Haar handen houden haar telefoon vast.
'Rick, mag ik iets vragen?' zegt ze.
'Natuurlijk,' zeg ik.
'Neem rustig adem.' Ayla gaat zitten naast Hassan en Mei.
Ze kijkt naar haar telefoon.
'Mijn tante is in Istanbul,' zegt Ayla.
'Zij werkt in een groot kantoor van een grote groep.
Veel mensen staan daar nu buiten.
De politie staat bij de deur.
Er is rook in de straat.
Mijn tante zegt dat haar ogen pijn doen.' Het lokaal wordt stil.
Alleen de klok tikt hard.
Hassan legt zijn pen neer.
Mei geeft Ayla een papieren zakdoekje.
Ayla zegt zacht: 'Ik ben bang voor haar.' Ik ken dat gevoel.
Soms komt een bericht heel hard binnen.
Dan helpt een kleine zin.
Ik loop naar het bord.
Ik schrijf drie woorden op: rustig, samen, helpen.
'We praten langzaam,' zeg ik.
'We maken korte zinnen.' Ayla knikt.
Ze ademt diep in en uit.
De koffie pruttelt in de hoek.
Dat geluid maakt de klas iets kalmer.
We oefenen een gesprek.
Ik vraag: 'Waar is je tante?' Ayla zegt: 'Zij is buiten bij het kantoor.' Ik vraag: 'Is er iemand bij haar?' Ayla leest haar telefoon.
'Ja, haar buurvrouw is bij haar.' Ik vraag: 'Wat heeft zij nodig?' Ayla zegt: 'Water en een rustige plek.' 'Heel goed,' zeg ik.
'Dat zijn duidelijke woorden.' Hassan steekt zijn hand op.
'Mag ik ook helpen?' vraagt hij.
Hij schrijft een kort bericht voor Ayla.
'Lieve tante, ga naar een café.
Bel ons als je zit.' Mei tekent een klein hart naast de tekst.
Ayla glimlacht voor het eerst die dag.
'Dank jullie,' zegt ze.
'Mijn tante houdt van hartjes.' We nemen pauze.
De gang ruikt naar natte jassen en koffie.
Buiten valt zachte regen op de fietsen.
Den Haag is grijs, maar niet koud.
Ayla krijgt een nieuw bericht.
Ze leest hardop voor.
'Ik zit in een café.
Ik drink thee.
Mijn ogen doen minder pijn.' Iedereen klapt zacht.
Niet te hard, want de buurklas heeft les.
Hassan zegt: 'Thee helpt altijd.
Behalve bij kapotte fietsen.' We lachen, ook Ayla.
Na de les loop ik met Ayla naar haar bakkerij.
De winkel ruikt naar warm brood en sesam.
Cem, haar collega, staat achter de toonbank.
Hij maakt ronde broodjes met een groot gat.
'Kijk,' zegt hij.
'Brood met een raam in het midden.' Ik lach en vraag om twee broodjes.
Ayla pakt een papieren zak.
Haar telefoon gaat weer.
Ze luistert lang.
Dan zegt ze: 'Fijn, tante.
Blijf daar nog even.' Ze stopt de telefoon in haar tas.
'De politie is niet meer voor de deur,' zegt ze.
'Het gebouw blijft dicht tot morgen.
Mijn tante gaat straks naar huis.' Ik bijt in mijn broodje.
Er valt sesam op mijn jas.
'Dat is huiswerk,' zeg ik.
'Leer het woord kruimel.' Ayla lacht nu echt.
Ze zegt: 'Kruimel.
Dat woord vergeet ik nooit.' We lopen terug naar de school.
De regen stopt bijna.
In mijn hoofd denk ik aan de blauwe map.
Soms zijn woorden klein.
Maar kleine woorden kunnen veel doen.
Ze geven rust aan een drukke dag.
Ze geven licht in een donkere straat.
In de klas ruim ik de kopjes op.
Op het bord staan nog drie woorden.
Rustig, samen, helpen.
Ik laat ze staan voor de avondgroep.
Misschien heeft iemand ze straks ook nodig.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze