Alle podcasts

Een biertje en een appje

RICK: Hé, jongens.

Proost.

SOPHIE: Proost, Rick.

DAAN: Lekker, een biertje.

RICK: Ja, ik ben moe.

SOPHIE: Ik ook.

Het werk is druk.

DAAN: Wat doe je op je telefoon?

RICK: Ik kijk naar een filmpje.

SOPHIE: Een filmpje?

Laat zien.

RICK: Kijk, een kat.

DAAN: Haha, leuk.

SOPHIE: De kat is grappig.

RICK: Ja, de kat valt bijna.

DAAN: Hoe bedoel je?

RICK: De kat glijdt uit.

SOPHIE: Oh, ik zie het.

DAAN: De kat is niet boos.

RICK: Nee, de kat loopt weg.

SOPHIE: Ik hou van katten.

Katten zijn lief.

DAAN: Ik hou van honden.

Honden zijn vrolijk.

RICK: Honden zijn ook leuk.

SOPHIE: Maar katten zijn schattig.

Heel schattig.

DAAN: Heb je een kat?

RICK: Nee, ik heb geen kat.

Ik woon klein.

SOPHIE: Ik heb een hond.

De hond heet Max.

DAAN: Wat is de naam?

Max?

SOPHIE: Ja, Max.

Max is een leuke naam.

RICK: Max is een goede naam.

Ik ken een Max.

DAAN: Is Max lief?

SOPHIE: Ja, Max is heel lief.

Hij kwispelt veel.

DAAN: Mooi.

En wat doet Max nog meer?

SOPHIE: Max speelt graag met een bal.

Hij rent en rent.

RICK: Leuk.

Een hond die rent.

Mijn kat rent niet veel.

SOPHIE: Nee?

Wat doet jouw kat dan?

RICK: Mijn kat slaapt veel.

Hij slaapt op de bank.

DAAN: Haha, een luie kat.

RICK: Ja, een luie kat.

Maar hij is lief.

SOPHIE: Katten zijn lief, ja.

Mijn hond is ook lief.

DAAN: Ik heb geen dier.

Ik woon klein, zoals Rick.

RICK: Ja, klein wonen is niet groot.

SOPHIE: Maar een dier is leuk.

Een kat of een hond.

RICK: Ja, maar een dier heeft eten nodig.

En water.

DAAN: En een dier heeft een huis nodig.

SOPHIE: Ja, Max heeft een mand.

Een mand voor de hond.

RICK: Mooi.

Nog een biertje?

DAAN: Ja, graag.

Bier is lekker.

SOPHIE: Ik drink water.

Water is goed.

RICK: Water?

In de kroeg?

SOPHIE: Ja, ik ben moe.

Water is fris.

DAAN: Oké, ik neem bier.

RICK: Ik bestel.

Een bier en water.

SOPHIE: Dank je, Rick.

Jij bent lief.

DAAN: Je bent een goede vriend.

RICK: Ha, dat is normaal.

Vrienden helpen.

SOPHIE: Kijk, weer een filmpje?

RICK: Ja, dit is een hond.

De hond danst.

DAAN: De hond danst?

Leuk.

SOPHIE: Haha, grappig.

De hond is blij.

RICK: De hond is blij.

Hij kwispelt en danst.

DAAN: Hoe bedoel je?

Hij kwispelt?

RICK: Ja, kijk.

De hond is vrolijk.

SOPHIE: Ja, dat zie ik.

Dieren zijn leuk.

RICK: Ja, ik hou van dieren.

Katten en honden.

SOPHIE: Ik ook.

Maar ik werk veel.

Te veel.

DAAN: Werk is niet leuk.

Maar het is nodig.

RICK: Nee, maar het is nodig.

Voor geld.

SOPHIE: Ja, voor geld.

Geld is nodig.

DAAN: Geld is ook nodig.

Maar nu is het gezellig.

SOPHIE: Ja, dat is waar.

Gezellig met vrienden.

RICK: Ja, nu is het gezellig.

Proost, vrienden.

DAAN: Proost.

Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze