Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Why, Netherlands? Why?!

Hij pakt zijn fiets en gaat naar buiten.

Op straat ziet hij zijn buurvrouw, mevrouw De Vries.

Mevrouw De Vries.

Ze staat in de tuin.

Tom zegt: 'Goedemorgen, mevrouw De Vries!

Wat een mooi weer, hè?

Mevrouw De Vries kijkt naar de lucht.

Ze zegt, ja, het is mooi, maar wacht maar.

Het verandert zo.' Tom lacht.

Nee, dat meent u niet.

De lucht is blauw.

Er zijn geen wolken.

Mevrouw De Vries glimlacht.

Je bent nog nieuw hier, Tom.

Neem een paraplu mee.

Tom schudt zijn hoofd.

Nee, dat is niet nodig.

Tot later.

Tom fietst naar het park.

Het is druk.

Mensen wandelen, kinderen spelen.

Tom gaat op een bankje zitten.

Hij geniet van de zon.

Na een half uur voelt hij een druppel op zijn arm.

Dan nog een.

Dan nog een.

Plotseling valt er een harde regenbui.

Iedereen rent weg.

Tom rent ook.

Hij is helemaal nat.

Zijn korte broek is nat.

Zijn t-shirt is nat.

Zijn zonnebril is nat.

Tom schuilt onder een boom.

Hij kijkt naar de lucht.

De zon is weg.

Het is grijs en donker.

Tom denkt, wat is dit?

Vijf minuten geleden was het mooi weer.

Na 10 minuten stopt de regen.

De zon komt weer.

Tom fiets naar huis.

Hij is boos en verward.

Thuis zet hij de fiets in de schuur.

Hij gaat naar binnen.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie

van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Hij gaat naar binnen en trekt droge kleren aan.

Hij kijkt uit het raam.

De zon schijnt weer.

Het is warm.

Tom zucht.

De volgende dag is het weer mooi.

Tom denkt, vandaag ga ik naar het strand.

Geen regen vandaag.

Hij pakt zijn zwembroek en een handdoek.

Hij gaat naar het strand.

De lucht is blauw.

De zee is rustig.

Tom gaat liggen op zijn handdoek.

Hij sluit zijn ogen.

Na 20 minuten voelt hij weer een druppel.

Dan nog een.

Dan nog een.

Weer een regenbui!

Tom rent naar een strandtent.

Hij is weer nat.

Hij kijkt naar buiten.

De regen valt hard.

Mensen rennen.

Tom denkt.

Nee, niet weer.

De volgende dag blijft Tom binnen.

Hij kijkt naar buiten.

De zon schijnt.

Hij denkt, vandaag blijf ik binnen.

Ik vertrouw het niet.

Maar om drie uur 's middags wordt het donker.

De wind wordt hard.

Het gaat stormen.

Tom ziet de bomen bewegen.

De regen valt tegen het raam.

Tom denkt, gelukkig ben ik binnen.

Om vijf uur stopt de storm.

De zon komt weer.

Tom gaat naar buiten.

Hij ziet zijn buurvrouw weer.

Mevrouw De Vries zegt:

Zie je Tom?

Het weer in Nederland is als een verrassing.

Je weet nooit wat je krijgt.

Tom lacht.

Ja, mevrouw De Vries.

U had gelijk.

Ik neem vanaf nu altijd een paraplu mee.

En een zonnebril.

En een jas.

En wanten.

En een sjaal.

Ik ben klaar voor alles.

Mevrouw De Vries lacht.

Welkom in Nederland, Tom.

Tom voelt zich eindelijk thuis.

Hij begrijpt het weer niet, maar hij houdt van Nederland.

En hij leert om altijd voorbereid te zijn.

Tot de volgende.

Open de interactieve speler op Dutchfluency.com.

Slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands.

Zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze