

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
De stoel is zacht en bruin.
De stoel kraakt een beetje.
Naast haar staat een kopje thee.
De thee is warm.
De stoom komt omhoog.
Ze ruikt de muntthee.
De geur is fris.
Ze kijkt naar de minister.
Hij praat over mondkapjes.
Hij zegt, mondkapjes zijn niet nodig.
Het helpt niet.
Mevrouw Jansen, fronst, ze denkt.
Wat?
Ik heb gehoord dat het wel helpt.
Ze zet haar thee neer.
De thee is nog warm.
De telefoon gaat.
De bel is hard.
Het is haar vriendin Ans.
Ans is 84 jaar.
Ans woont in een verzorgingshuis.
Ans belt vaak.
Mevrouw Jansen neemt op.
Hallo Ans, zegt ze.
Hallo, zegt Ans.
Heb je het gehoord?
De minister zegt dat mondkapjes niet helpen.
Maar de mensen in mijn huis zijn bang.
We willen mondkapjes.
Ans klinkt bezorgd.
haar stem is zacht.
Mevrouw Jansen zucht.
Ik snap het niet, zegt ze.
Waarom zegt hij dat?
Ans zegt:
Ik hoorde dat de ouderenzorg heeft gelobbyd.
Ze willen geen mondkapjes.
Ze denken dat het te duur is.
Mevrouw Jansen schudt haar hoofd.
Dat is raar, zegt ze.
Onze gezondheid is toch belangrijk?
Ans zegt:
Ja, maar de minister luistert naar de lobby.
Niet naar ons.
Mevrouw Jansen voelt zich boos.
Ze kijkt weer naar de televisie.
Even tussen door.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Ans zegt:
Hij zegt, we moeten rustig blijven.
Mondkapjes zijn niet nodig.
Mevrouw Jansen denkt aan haar kinderen.
haar dochter werkt in het ziekenhuis.
haar dochter draagt een mondkapje.
Ze is veilig met een mondkapje.
Ze denkt aan vroeger.
Vroeger was ze lerares.
Ze hielp kinderen.
Nu voelt ze zich machteloos.
Maar ze wil iets doen.
Mevrouw Jansen zegt tegen Ans:
Ik ga een brief schrijven.
Naar de minister, ik wil antwoord.
Ans lacht.
Dat is goed, zegt ze.
Ik doe mee.
Mevrouw Jansen pakt papier en een pen.
De pen is blauw.
Ze schrijft.
Lieve minister?
Ik ben 82 jaar.
Ik wil een mondkapje.
Het is belangrijk voor mij.
Waarom zegt u dat het niet helpt?
De ouderenzorg lobbyt.
Maar wij zijn ook mensen.
Ze schrijft langzaam.
Elk woord is duidelijk.
Ze stopt de brief in een envelop.
Ze plakt een postzegel.
De postzegel is groen.
Ze loopt naar de brievenbus.
Buiten is het koud.
De wind blaast.
Ze voelt de kou op haar wangen.
Ze doet de brief in de bus.
Ze hoort een plop.
Dan loopt ze naar huis.
De wind duwt tegen haar rug.
Thuis drinkt ze haar thee.
De thee is koud geworden.
Ze denkt aan de brief.
Ze voelt zich een beetje beter.
Ze weet dat ze iets heeft gedaan.
Morgen belt Ans weer.
Ze zullen praten.
En misschien.
Heel misschien.
Leest de minister haar brief.
Ze kijkt nog even naar de televisie.
De minister is weg.
Het journaal is klaar.
Ze zet de televisie uit.
Het is stil in huis.
Maar mevrouw Jansen is niet meer boos.
Ze is rustig.
Ze heeft hoop.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op Dutchfluency.com.
Slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze