Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

De kat die alles omgooide

Het is zondagochtend.

De zon schijnt door de gordijnen.

Ik zit op de bank met een kop koffie.

De koffie is warm en ruikt lekker.

Mijn kat Max ligt naast me.

Hij slaapt.

Alles is rustig.

Ik denk dit wordt een fijne dag.

Dan gaat mijn telefoon.

Een bericht van mijn buurvrouw.

Ze schrijft.

Er is een kat op het dak.

Hij komt niet naar beneden.

Kun je helpen?

Ik zucht.

Ik kijk naar Max.

Max slaapt nog.

Ik zeg tegen Max.

Blijf jij maar lekker liggen.

Ik moet even iets doen.

Ik loop naar buiten.

De lucht is blauw.

De vogels fluiten.

Ik ruik vers gemaaid gras.

De zon voelt warm op mijn gezicht.

Ik zie mijn buurvrouw.

Ze staat in de tuin.

Ze kijkt omhoog.

Ik kijk ook omhoog.

Daar zit een kat.

Hij is grijs en wit.

Hij miauwt hard.

Miauw.

De kat zit hoog op het dak.

Hij durft niet naar beneden.

Mijn buurvrouw zegt.

Hij zit daar al een uur.

Ik heb de brandweer gebeld, maar die komen pas over een paar uur.

Ik zeg, dat is vervelend.

Wat kunnen we doen?

De kat miauwt weer.

Hij klinkt bang.

Ik voel me ook een beetje bang.

Ik ben niet zo goed met hoogtes.

Mijn handen worden een beetje koud.

Ik denk aan de keer dat ik in een boom zat en niet naar beneden durfde.

Dat was lang geleden.

Mijn vader moest me helpen.

Nu ben ik volwassen, maar ik voel nog steeds die angst.

Dan komt mijn andere buurman, Peter, naar buiten.

Hij is een grote man met een snor.

Hij zegt, wat is er aan de hand?

Mijn buurvrouw legt het uit.

Peter zegt, geen probleem.

Ik klim wel naar boven.

Ik denk, oh nee, Peter is al vijftig.

Even tussendoor bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Dat is gevaarlijk, maar ik zeg niets.

Peter pakt een ladder.

Hij zet de ladder tegen de muur.

De ladder is oud en wiebelt.

Peter klimt naar boven.

De kat kijkt naar Peter.

De kat miauwt niet meer.

Hij is stil.

Peter is nu bijna bij de kat.

Hij steekt zijn hand uit.

De kat ruikt aan zijn hand.

Dan springt de kat weg.

Hij springt naar een ander dak.

Peter schreeuwt, nee, kom terug!

Maar de kat rent weg.

Hij verdwijnt achter een schoorsteen.

Peter klimt naar beneden.

Hij zucht.

Die kat is slim, zegt hij.

Mijn buurvrouw lacht.

Ik lach ook.

We staan allemaal in de tuin.

De kat is weg.

Maar dan horen we een geluid.

We kijken om.

De kat zit nu in de tuin van de buren.

Hij is via een andere weg naar beneden gekomen.

Hij loopt rustig naar ons toe.

Hij wrijft tegen mijn been.

Ik aai hem.

Hij spint.

Wat een avontuur, zeg ik.

De kat kijkt naar mij.

Dan loopt hij weg.

Hij gaat naar huis.

Ik ga weer naar binnen.

Max ligt nog op de bank.

Hij is wakker.

Hij kijkt naar mij.

Ik zeg, jij hebt makkelijk praten.

Jij blijft tenminste binnen.

Max geeuwt.

Ik lach.

Ik pak mijn koffie.

De koffie is koud.

Maar dat geeft niet.

Ik voel me warm van binnen.

Soms is een rustige zondag toch niet zo rustig.

Maar dat is oké.

Ik denk na over wat er gebeurde.

De kat was bang, maar uiteindelijk vond hij zelf een weg naar beneden.

Soms moet je gewoon geduld hebben.

En een beetje lachen helpt ook.

Tot de volgende.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.com.

Op Dutch Fluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je blijkbaar tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze