

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Het is druk hier.
TOM: Ja, veel mensen.
Heel veel mensen.
JULIA: De rij is lang.
Ik zie veel mensen voor ons.
RICK: Ik hoor iets.
TOM: Wat hoor jij?
Is het muziek?
RICK: Nee, geen muziek.
Een internetoorlog.
JULIA: Wat is dat?
Ik begrijp het niet.
RICK: Een strijd op het web.
Mensen vechten op internet.
TOM: Tegen de VS?
Tegen Amerika?
RICK: Ja, en Nederland doet mee.
Nederland is ook in de strijd.
JULIA: Dat klinkt groot.
Is het groot?
RICK: Ja, het is groot.
Veel landen doen mee.
TOM: Wanneer begint het?
Nu?
RICK: Dat is de vraag.
Ik weet het niet.
JULIA: Nu of later?
Nu of straks?
RICK: Ik weet het niet.
Het is onduidelijk.
TOM: Maar nu is het feest.
Het festival is leuk.
JULIA: Ja, wij dansen.
Ik dans graag.
RICK: Muziek is hard.
Hard maar mooi.
TOM: Ik hou van dit lied.
Het is mijn favoriet.
JULIA: Het is leuk hier.
Het festival is gezellig.
RICK: Kijk, een man met een hoed.
Een rode hoed.
TOM: De hoed is rood.
Rood is een mooie kleur.
JULIA: Hij danst goed.
Hij danst heel goed.
RICK: De zon is warm.
De zon schijnt.
TOM: Ik drink water.
Water is goed voor mij.
JULIA: Goed idee.
Ik wil ook water.
RICK: Het internet wacht.
De oorlog wacht.
TOM: Eerst het feest.
Eerst dansen en plezier.
JULIA: Ja, geniet nu.
Geniet van het moment.
RICK: Het is een mooi festival.
Een mooie dag.
TOM: De dag is goed.
De zon, de muziek, de mensen.
JULIA: Ik ben blij.
Blij met jullie en het feest.
RICK: Kijk, daar is een vriend.
Hij heeft een rode hoed.
TOM: Ja, de rode hoed.
Hij danst met een meisje.
JULIA: Het meisje lacht.
Zij lacht veel.
RICK: De muziek is luid.
Luid en snel.
TOM: Ik dans ook snel.
Snel en vrolijk.
JULIA: Jij danst goed, Tom.
Heel goed.
RICK: Tom danst als een ster.
Een echte ster.
TOM: Dank je, dank je.
Ik oefen thuis.
JULIA: Oefen jij?
Elke dag?
TOM: Ja, elke dag.
In mijn kamer.
RICK: Muziek helpt.
Muziek maakt blij.
JULIA: Muziek is fijn.
Fijn voor het feest.
TOM: Het feest is groot.
Groot en mooi.
RICK: De internetoorlog is ver weg.
Ver van het feest.
JULIA: Ja, ver weg.
Hier is het veilig.
TOM: Veilig en leuk.
Leuk met jullie.
RICK: Ik zie een kraam.
Een kraam met eten.
JULIA: Wat voor eten?
Brood of fruit?
RICK: Brood met kaas.
En ook appels.
TOM: Ik heb honger.
Honger na het dansen.
JULIA: Laten we gaan.
Naar de kraam.
RICK: Goed idee.
Eerst eten, dan dansen.
TOM: En dan de oorlog?
De internetoorlog?
JULIA: Later.
Later praten we erover.
RICK: Ja, later.
Nu genieten we.
TOM: Genieten van het feest.
Het festival.
JULIA: Het festival is mooi.
Mooi en gezellig.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze