

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Weten jullie het nieuws over Noorwegen?
PIETER: Nee, wat is er dan?
RICK: De koning van Noorwegen is naar zijn rustplaats.
LISA: O, dat is verdrietig.
Hoe oud was hij?
RICK: Hij was zevenentachtig jaar.
PIETER: Dat is een mooie leeftijd.
LISA: Was hij lang koning?
RICK: Ja, heel lang.
Meer dan dertig jaar.
PIETER: Dertig jaar?
Dat is echt lang.
LISA: Wat gebeurt er nu in Noorwegen?
RICK: Zijn zoon wordt nu de nieuwe koning.
PIETER: O, dat is logisch.
Zo gaat dat daar.
LISA: Gaan er veel mensen naar de plechtigheid?
RICK: Ja, veel mensen komen naar Oslo.
PIETER: Oslo is toch de hoofdstad?
RICK: Ja, precies.
Daar is het paleis.
LISA: Ik was ooit in Oslo.
Het is een mooie stad.
PIETER: Echt?
Wanneer was dat?
LISA: Tien jaar geleden.
Ik was nog jong.
RICK: Was het koud daar?
LISA: Ja, heel koud.
Ik had een dikke jas.
PIETER: Ik hou niet van kou.
Ik blijf liever thuis.
RICK: Op de bank met een kopje thee?
PIETER: Ja, precies.
Dat is mijn koninkrijk.
LISA: Haha, Pieter de koning van de bank.
PIETER: Dank je, Lisa.
Ik voel me vereerd.
RICK: Maar even serieus.
Wat vind je van zo'n begrafenis?
LISA: Het is plechtig.
Veel mensen en veel bloemen.
PIETER: En veel politie, denk ik.
RICK: Ja, dat klopt.
Veiligheid is belangrijk.
LISA: Is zijn vrouw er ook?
RICK: Ja, de koningin is er natuurlijk.
PIETER: Hoe heet de koningin van Noorwegen?
RICK: Sonja.
Koningin Sonja.
LISA: Mooie naam.
Klinkt vriendelijk.
PIETER: Ken jij veel koningen, Rick?
RICK: Een paar.
Ik lees soms het nieuws.
LISA: Ik lees liever boeken.
Geen koningen.
PIETER: Ik lees helemaal niet.
Ik kijk series.
RICK: Over koningen?
PIETER: Nee, over politie.
Dat is spannender.
LISA: Haha, typisch Pieter.
RICK: Maar goed, de koning was populair in Noorwegen.
LISA: Waarom was hij populair?
RICK: Hij was vriendelijk en rustig.
Mensen hielden van hem.
PIETER: Dat snap ik.
Een rustige koning is fijn.
LISA: Beter dan een koning die veel praat.
RICK: Ja, precies.
Hij was bescheiden.
PIETER: Bescheiden mensen zijn het leukst.
LISA: Zeg dat tegen jezelf, Pieter.
PIETER: Ik ben heel bescheiden.
Echt waar.
RICK: Natuurlijk, Pieter.
Natuurlijk.
LISA: Wanneer is de plechtigheid?
RICK: Deze week, geloof ik.
In Oslo.
PIETER: Gaan wij ook?
RICK: Naar Noorwegen?
Dat is ver.
LISA: En duur.
Ik blijf liever hier.
PIETER: Ik ook.
Ik kijk het op televisie.
RICK: Dat is een goed plan.
Met thee en koekjes.
LISA: En een deken.
Het is koud buiten.
PIETER: Zie je, Rick?
Wij zijn slim.
RICK: Ja, jullie zijn echte bankkoningen.
LISA: Koning Pieter en Koningin Lisa.
PIETER: Ik wil wel koning zijn.
Maar geen begrafenis.
RICK: Nee, dat snap ik.
Dat is logisch.
LISA: Hoe gaat het nu met de familie?
RICK: Ze zijn verdrietig, maar ook sterk.
PIETER: Dat is mooi.
Familie is belangrijk.
LISA: Ja, dat klopt.
Familie en vrienden.
RICK: Precies.
En een goede kop thee.
PIETER: Rick, jij denkt alleen aan thee.
RICK: Thee is belangrijk, Pieter.
LISA: Hij heeft gelijk.
Thee is leven.
PIETER: Oké, oké.
Ik ga thee zetten.
RICK: Doe maar.
Met een koekje.
LISA: Twee koekjes voor mij.
PIETER: Jullie zijn veeleisend.
RICK: We zijn koninklijk, Pieter.
LISA: Haha, precies.
Koninklijk en lui.
PIETER: Ik ga al.
Even geduld.
RICK: Dank je, Pieter.
Je bent een goede koning.
LISA: De beste koning van de bank.
PIETER: Dat hoor ik graag.
RICK: Tot de volgende.
Blijf oefenen met Dutch Fluency.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze