Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Twee Mannen en een Grote Tafel

Het is een mooie dag.

Vandaag komt er een gast, de gast heet Li.

Li komt uit China.

Li is een grote man.

Li draagt een zwart pak.

Het pak is mooi.

Jan ziet Li.

Jan zegt, hallo, Li zegt, hallo, Li ruikt naar buiten.

Hij ruikt naar regen en groene bladeren.

Jan hoort de voetstappen van Li.

De voetstappen zijn zwaar.

Klop, klop, klop.

Li loopt naar de tafel.

Er is ook een andere man.

Die man heet Don.

Don.

Don woont in het grote witte huis.

Don is blij.

Don ziet Li.

Don zegt, jij bent goed.

Li zegt, jij bent ook goed.

Don lacht.

Li lacht ook.

Don heeft een rode das.

De das is mooi.

Li kijkt naar de das.

Li glimlacht.

Jan hoort de mannen.

Jan denkt, dit is raar.

Maar Jan lacht ook.

Jan zet de thee op tafel.

De tafel is groot.

De tafel is bruin.

Er zijn twee kopjes.

Een kopje is rood.

Een kopje is blauw.

De thee is warm.

De thee dampt.

Jan ruikt de thee.

De thee ruikt naar bloemen.

Don pakt het rode kopje.

Li pakt het blauwe kopje.

Ze drinken thee.

De thee is warm.

De thee is lekker.

Don zegt, goede thee!

Li zegt, ja, goede thee!

Don drinkt langzaam.

Li drinkt ook langzaam.

Ze kijken naar elkaar.

Ze zijn vrienden.

Jan brengt de koekjes.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Koekjes.

De koekjes liggen op een bord.

Het bord is wit.

Don pakt een koekje.

Li pakt ook een koekje.

Don zegt, lekker koekje.

Li zegt, ja, lekker.

De koekjes zijn nog warm.

Ze ruiken naar boter en suiker.

Don eet het koekje op.

Li eet het koekje ook op.

Jan kijkt blij.

Don zegt, jij bent mijn vriend.

Li zegt, jij bent ook mijn vriend.

Don lacht hard.

Li lacht ook hard.

Jan staat bij de deur.

Jan denkt, de mannen zijn blij.

Dat is goed.

Jan hoort het lachen.

Het lachen is hard en vrolijk.

Na de thee gaan de mannen zitten.

Ze zitten op grote stoelen.

De stoelen zijn rood.

Don zegt, jij bent slim.

Li zegt, jij bent ook slim.

Jan hoort dit.

Jan denkt, ze zeggen veel mooie dingen.

Jan is trots.

Hij maakt goede thee.

Li staat op.

Li zegt, ik ga nu.

Don staat ook op.

Don zegt, tot ziens.

Li zegt, tot ziens.

Ze geven een hand.

Jan ziet dit.

Jan is blij.

De handen zijn groot.

De handen zijn warm.

Li loopt naar de deur.

Jan opent de deur.

Li zegt, dank je.

Jan zegt, graag gedaan.

Li loopt weg.

Don kijkt naar Li.

Don zwaait.

Li zwaait ook.

De deur is dicht.

Het is stil in het huis.

Jan ruimt de tafel op.

Hij pakt de kopjes.

Hij pakt het bord.

De koekjes zijn op.

De thee is op.

Jan wast de kopjes.

Het water is warm.

Het water is zeepachtig.

Jan ziet de rode en blauwe kopjes.

Hij denkt aan de mannen.

Don komt naar Jan.

Don zegt, goede thee, Jan.

Jan zegt, dank je Don.

Don gaat naar zijn kamer.

Jan is blij.

Het is een goede dag.

Jan denkt, vandaag was een fijne dag.

De thee was lekker.

De koekjes waren lekker.

De mannen waren blij.

Ik ben ook blij.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze