

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Proost!
EMMA: Proost, Rick.
Proost, Lars.
LARS: Proost.
Lekker biertje, dit.
RICK: Ja, het is goed weer.
De zon schijnt vandaag.
EMMA: Perfect weer voor een terras.
Ik hou van de zon.
LARS: Zeker.
De lucht is mooi blauw.
Wat is er, Rick?
RICK: Hoe bedoel je?
LARS: Je bent stil.
Je denkt na.
Je drinkt je bier niet.
RICK: Ja, dat is waar.
Ik denk na.
EMMA: Waar denk je aan?
Is er een probleem?
RICK: Nee, niet met mij.
Ik denk aan de nieuwe mensen.
LARS: De nieuwe mensen in Nederland?
RICK: Ja.
Er komen veel mensen.
Uit andere landen, ver weg.
EMMA: Ik zie dat ook.
Elke dag.
In de stad en in de supermarkt.
LARS: Zij hebben een plek nodig.
Een veilige plek om te slapen.
RICK: Precies.
Zij hebben een huis nodig.
Een echt huis.
EMMA: Maar er zijn niet veel huizen.
Huizen zijn duur.
LARS: Nee, er zijn geen huizen.
Ik zoek ook een huis.
In Amsterdam.
EMMA: Amsterdam is te duur, Lars.
Dat is heel moeilijk.
LARS: Dat klopt.
Het is een groot probleem voor mij.
RICK: Ja, iedereen zoekt een huis.
Nederlanders zoeken een huis, en nieuwe mensen zoeken een huis.
EMMA: Het is een groot probleem.
Een heel groot probleem voor ons land.
LARS: Wat doen die mensen nu?
Waar wonen zij?
RICK: Zij wonen in een kamp.
Een speciaal kamp voor nieuwe mensen.
EMMA: Is dat een goed huis?
Is het daar warm?
RICK: Nee, het is geen echt huis.
Het is vaak koud.
LARS: Het is een tent.
Of een grote hal.
Met heel veel mensen.
RICK: Ja, zoiets.
Het is niet fijn.
Ze hebben geen eigen kamer.
EMMA: Die mensen hebben geen spullen.
LARS: Zij hebben geen auto.
Geen fiets.
Geen mooi bed.
RICK: Nee.
Zij hebben bijna niks.
Alleen kleding in een tas.
EMMA: Dat is heel erg.
LARS: En hebben zij werk?
Kunnen zij werken hier?
RICK: Nee, zij hebben geen werk.
EMMA: Waarom niet?
Is er geen werk in Nederland?
RICK: Jawel, er is veel werk.
Maar het is moeilijk.
LARS: Zij spreken de taal niet.
Ze spreken geen Nederlands.
RICK: Precies.
Dat is een probleem.
De taal is belangrijk voor werk.
EMMA: Nederlands is ook een moeilijke taal.
En de kinderen dan?
RICK: De kinderen gaan naar school.
Dat mag wel.
LARS: Leren zij daar Nederlands?
Op school?
RICK: Ja, zij leren daar de taal.
Ze leren praten en lezen met andere kinderen.
EMMA: Dat is wel goed.
Kinderen leren de taal heel snel.
LARS: Maar is er plek op school?
Voor alle kinderen?
RICK: Niet altijd.
De scholen zijn vol.
Mijn zus is lerares.
Zij zegt dat ook.
EMMA: Alles is vol.
De huizen zijn vol, de scholen zijn vol.
LARS: Het is chaos.
De naam is goed.
RICK: Welke naam, Lars?
Wat bedoel je?
LARS: De 'asielchaos'.
Dat lees ik vaak in de krant.
RICK: Ja, dat woord hoor je vaak.
Ook op de televisie.
EMMA: Het klinkt niet goed.
Het klinkt als een groot probleem.
LARS: Het is ook niet goed.
Het geeft veel stress.
RICK: Nee.
Het is moeilijk voor iedereen.
EMMA: Voor de nieuwe mensen.
Zij willen een normaal leven.
LARS: En ook voor de Nederlanders.
Wij willen ook rust en een huis.
RICK: Ja.
Een oplossing is niet makkelijk.
EMMA: Wat is een goede oplossing?
Weet jij dat, Lars?
LARS: Meer huizen bouwen.
Snel.
Heel veel nieuwe huizen bouwen.
RICK: Dat duurt lang.
Jaren.
Bouwen is niet snel.
EMMA: En nu?
Wat gebeurt er nu met het probleem?
LARS: Niks.
We drinken een biertje.
En we wachten.
RICK: Haha, ja.
Dat is waar.
Het bier is koud.
EMMA: Het is ook zo complex.
Ik weet het niet meer.
LARS: Proost op geen oplossing.
EMMA: Lars!
Dat is niet aardig.
LARS: Het is een grapje, Emma.
Een klein grapje.
RICK: Een beetje een zwarte grap.
Maar ik begrijp het.
EMMA: Ik neem nog een biertje.
En ik wil een snack.
LARS: Goed idee.
Ik ook.
Ik heb honger.
RICK: Doe nog maar een rondje, dan.
Met wat eten erbij.
EMMA: Het is een zwaar onderwerp.
Laten we over iets anders praten.
LARS: Ja.
Laten we over voetbal praten.
Dat is leuk.
RICK: Haha, prima.
Ajax is slecht, he?
Ze spelen niet goed.
LARS: O, nee.
O, nee. Niet dat onderwerp.
Ik ben voor Ajax, dat weet je.
EMMA: Jullie zijn net kinderen.
Altijd praten over voetbal.
RICK: Dat is ook waar.
Wij houden van voetbal.
LARS: Maar wel met een huis.
En werk.
EMMA: Dat is waar.
We hebben geluk.
Een huis, werk en een biertje.
RICK: Ja, heel veel geluk.
Dat is fijn.
LARS: Nog eentje dan.
Proost.
EMMA: Vooruit.
Het is gezellig hier op het terras.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze