

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Emma.
Hoi Lars.
EMMA: Hoi Rick.
Lekker biertje.
LARS: Ja, het is warm.
Het is echt warm vandaag.
RICK: Ja, het is warm.
Ik lees iets raars.
EMMA: Wat lees je?
Wat is er raar?
RICK: Een man is slecht.
De man is heel slecht.
LARS: Wat doet hij?
Wat doet de man?
RICK: Hij doet een vrouw pijn.
Hij doet haar pijn, echt pijn.
EMMA: Dat is niet goed.
Dat is niet goed, nee.
LARS: Is de man bekend?
Is hij een bekend man?
RICK: Ja, hij praat over vrouwen.
Hij praat vaak over vrouwen.
EMMA: Maar hij is fout.
Hij is echt fout.
LARS: Dat begrijp ik niet.
Ik begrijp het niet.
RICK: Ik ook niet.
Ik begrijp het ook niet.
EMMA: De man heeft straf?
Krijgt hij straf?
RICK: Ja, hij krijgt straf.
Hij krijgt nu straf.
LARS: Goed.
Vrouwen zijn veilig?
Zijn vrouwen nu veilig?
RICK: Nu wel, denk ik.
Ik denk het wel.
EMMA: Het is vreemd.
Het is heel vreemd.
LARS: Ja, heel vreemd.
Ik vind het vreemd.
RICK: Drinken wij nog een biertje?
Nog een biertje?
EMMA: Ja, lekker.
Nog een biertje is lekker.
LARS: Ik ook.
Ik drink ook nog een biertje.
RICK: Mooi.
Het is rustig hier.
Het is fijn rustig.
EMMA: Ja, het terras is fijn.
Het terras is echt fijn.
LARS: Ik zie de zon.
De zon is mooi.
RICK: Fijn.
Geen regen.
Geen regen vandaag.
EMMA: Nee, het is droog.
Het is lekker droog.
LARS: Het is een goede dag.
Een goede dag, ja.
RICK: Ja, maar het verhaal is stom.
Het verhaal is echt stom.
EMMA: Ja, het verhaal is stom.
Heel stom.
LARS: Wij praten over iets anders?
Over iets leuks?
RICK: Ja, over vakantie.
Vakantie is leuk.
EMMA: Ik ga naar zee.
Naar de zee, met mijn zus.
LARS: Leuk.
Met wie?
Met je zus?
EMMA: Ja, met mijn zus.
Mijn zus en ik.
RICK: Fijn.
Ik ga naar de bergen.
De bergen zijn mooi.
LARS: Berg is mooi.
Berg is groen.
RICK: Ja, veel groen.
Veel bomen.
EMMA: En jij, Lars?
Wat doe jij?
LARS: Ik blijf thuis.
Ik blijf thuis in de tuin.
RICK: Lekker rustig.
Rustig in de tuin.
LARS: Ja, ik werk in de tuin.
Ik plant bloemen.
EMMA: Dat is ook leuk.
Bloemen zijn mooi.
RICK: Tuin is fijn.
Een fijne tuin.
LARS: Ja, ik zie bloemen.
Rode en gele bloemen.
RICK: Mooi.
Ik drink mijn biertje op.
Mijn biertje is bijna leeg.
EMMA: Ik ook.
Mijn biertje is ook leeg.
LARS: Nog een?
Nog een biertje?
RICK: Nee, ik ga naar huis.
Naar huis, nu.
EMMA: Ik ga ook.
Ik ga ook naar huis.
LARS: Oké, tot morgen.
Tot morgen, Rick en Emma.
RICK: Ja, tot morgen.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze