Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Verdieping: 2 t/m 5 oktober

Je hebt dit ongetwijfeld wel eens meegemaakt. Je bent zo deep verzonken in het eindloos scroll op je telefoon.

Of je bent hier hoofd een super ingewikkeld abstractwerkproblemen aan het oplossen.

Ja, en dan verliezen je dus compleet de connectie met de fysieke wereld om je heen.

Precies. Je bent er gewoon echt even niet. Totdat je plotling keihardje teenstoot tegen het avondpoot.

Oh, ja. Echt vreselijk. En die pijnschuid is de realiteit die zich op een vrijbrute manier weer even aan je optering.

En die harde bodzing dat schuren de contrast tussen de abstracte wereld in ons hoofd en de fysieke wereld die we kunnen aanraken.

Dat is exact de basis van wat we vandaag aan ontleden, toch?

Ja, helemaal correct. Dus welkom bij deze nieuwe deepgaande verkening.

En we gebruiken vandaag geen droge teorieën, maar we duiken in de persoonlijke handgeschreven notities van Rick.

Rick is een taal docent uit een haag en hij heeft de afgelopen weken door Europa gereist.

En daarbij was hij eigenlijk de onopvallende getuigen van drie compleet verschillende gebeurtenissen, die allemaal over datzelfde fenomeen gaan.

De missie van deze deep duiven is ontdekken hoe al deze verhalen draaien om de strijd tussen abstracte afleiding en de keiharde tasbare realiteit.

En wat Rick's aantekening nou zo ontzettend fascinerend maakt is dat hij als taal eraar echt buiten gewoon scherplet op homensen communiceren.

En hoe ze acteren, zeg maar.

Ja, het dwingt ons via zijn notities echt onder ons eigen gedracht te kijken.

Precies. Want kijk, we leven momentilende maatschappij die superzwaar leund op abstracties.

Beluid, planen, nieuwsmeldingen, digitale tijdlijnen, het is eigenlijk één grote wolf van Ruis.

Een wolf van Ruis, ja, mooi gezegd. En Rick's observaties in het veld laten echt haar fijn zien wat het met ons doet, wanneer we die tastbare realiteit uit het oog verliezen.

Of vriendel, moedwillig negeren of zinpelweg vergeten zijn hoe we er mee moeten omgaan.

Laat we meteen in duiken zijn eerste notities. Rick bevindt zich in een fietsenwinkel in Tiel.

Oh ja, het verhaal van Saske. Ja, klopt. Hij is vanuit een haagkomme fietsen, heeft een lekker band gekregen en loopt dus die zaak van een vrouw gaan aan het Saske erbinnen.

En hij beschrijft de zintuigelijke ervaring daar echt heel mooi.

Ja, het ruikt er intens naar rubber en koffie schrijft hij.

En de straatsteden buiten glansen van de motregen, je ziet gewoon letterlijk het smeer vet op de werkbank liggen.

Ja, het is echt een omgeving waar alles draait om fysieke handelingen, gewoon dingen doen met je handen.

Maar Saske, de eigen de rest van die winkel, die is volledig vast gelopen in een soort onzichtbaar abstract web.

Ze wachten namelijk echt al maanden op de gemeente om fietsenreken voor haar deur te plaatsen, omdat klanten dus steeds over de schotten scheefgepakkenen fietsen straklen.

En haar verzoek is eigenlijk het perfecte voorbeeld van hoe zo'n fysieke behoefte letterlijk een stuk metaal om een fiets tegenaan te zetten, oplost in een bureaucratisch vakuum.

Ja, bijzad is dat toch.

Heel bijzad.

Kijk, Saske has aanvraag eens ingediend, geregistreerd, doorgestuurte een van de recommissie en ergens in een digitale door jebeland.

Er is ontzettend veel overgecommuniseerd in de abstracte zin, waarop straat is er 0,0 veranderd.

Nee, helemaal niks.

Ze zegt ook ergerink dat haar vragen inmiddels meer kilometer's heeft gemaakt als een kapot of iets.

Dat vocht zo mooi uit spraken.

Ja, geen jou.

En dat belängt haar die middag naar het stadhuis.

Daar houdt er een van deur nieuw dagelijks bestuur een inlope inkomst en daar ontstaat echt een schitterend teetraal moment.

Ja, want je hebt Saske, met letterlijk de zwarte vlekken uit de werkplaats nog op haar schoenen, die dan de arena van de abstractie binnenstapt.

Ja, maar het stadhuis aadop natuurlijk beleidsplannen en toekomstfysies.

En Rick merkt in zijn notities ook nog een andere bezoeken op.

In een kees.

Oh, ja, kees, de oud buschafeur.

Klopt.

En terwijl die besturen er een supergelikte presentatie geven over mobiliteitsplannen, vluistert kees iets heel fundamentals.

Ze hebben vast allemaal fantastische plannen, maar plannen dragen mijn boodschappen niet naar huis.

Ja, wow, die raakt wel echt een snar.

Ja, want door bezuinigingen rijdt zijn bus bijna niet meer, waardoor zijn wekelijks een boodschappen nu in deze dagtaak zijn geworden.

En die uitspraak van kees legt dus die hele sociologische kloofblod, want voor de bestuurders is mobiliteit gewoon een grafiek op een scherm of een betje terrepost die we even moeten optimaliseren.

Ja, precies, een nummerje.

Maar voor kees is het de keiharde fysieke zwaarten van twee tasse met melk en aardappelentillen.

En wanneer dan het moment voor vragen uit publiek aanbrekt, staat Saske elb.

Ja.

Ze wijgert gewoon omdat hele jargon van de bestuurders over te nemen.

Ze vraagt heel simpel om reken die en exciteer blijven staan als het waait.

Moois dat.

En de verantwoordelijke bestuurders reageert dan door te zeggen dat hij het gaat uitzoeken en dat ze vrijdag bericht krijgt.

Precies.

Oké, laten we dit even uitpakken.

Want als we kijken naar hoe overheden werken, dan kan ik ergens ook alweer begrip opbrengen voor die bestuurders.

Ik bedoel, je kunt alsamtenaar toch niet zomaar op eigen houdtje stalenpijp in de grondkomen slaan.

Nee, nee, dat is waar.

Je zit met veiligheidsvoorschriften, bestemmingsplannen, budgetering.

Saskea klint hier misschien heel heroisch, maar is er niet gewoon ongeduldig en blind voor hoe een complexe samenleving nu helemaal georganiseerd moet worden.

Nou ja, kijk, dat is het gebruikkelijke verweer van elk groot systeem.

Maar om het ons echt afvragen waarom die systeemen zo tragen en complex zijn geworden.

Oké, vertel.

Bureaucratieë, evalueren van natuur om risico's te vermeiden, niet per se om direct actie te ondernemen.

Elke extra stap, elke bestemmingsplan of overleg is eigenlijk een manier om de verantwoordelijkheid een beetje te verdunnen.

Ja, op die manier.

Niemand is dan directe schuldig als het mis gaat.

Precies.

En wat hier fascinerend is, is dat Saskea die tactiek direct door ziet.

Wanneer de bestuurder dus zegt dat ze vrijdag bericht krijgt, gaat ze niet braaf zitten, ze blijf staan.

En vraagt snoeihard welke vrijdag.

Ja, heerlijk.

Dat is echt het brekpunt in de zaal, begrepen ik uit de notities.

Mensen begint het lachen, de bestuurers gekt op, kijk het voor het wasen naar zijn papieren, en moet dan plots een kleur bekennen.

Ja.

Hij antwoordt van deze vrijdag, dat had ik duidelijk moeten zeggen.

En met twee simpele woorden, dwingt Saskea hem dus uit die abstracte teorie, entrek ze een pamm, zo de werkelijkheid in.

Helemaal.

Omdat de rik een taal leraar is, vond ik de analogie met taal hier heel sterk.

Hoe bedoel je die precies?

Nou, het voelt eigenlijk precies als het leren van een nieuwe taal.

Saskea heeft helemaal niet zo'n teorie boek vol grammatica.

Dat zijn zeg maar de abstracte planen van de gemeente.

Ze wil gewoon kunnen praten op straat, oftewel die fysieke fietserrekken hebben.

Ja, daar slij je echt een speikere op zijn kop.

Het afdwingen van deze vrijdag, dat is een meegenisme dat we een verwachtingsmanagement noemen, maar dan op een heel prima niveau.

De bestuurde die sprak echt de taal van het proces, waarin tijd enorm knetbaar is.

Maar Saskea forseert de taal van het resultaat.

En het interessante is natuurlijk de afloop.

Ja, want op de afgesproken vrijdag krijgt ze inderdaad bericht.

De reken worden over dus nog steeds niet geleverd, de conslegt iemand de straat op meter.

Typisch ja.

En de fysieke problemen dus niet direct verholpen, maar door die abstracte nevel te doorbreken met een concrete datum,

ervaar het Saskea wel onmiddelijke gemoete rust.

De grenzen van de werkelijkheid zijn eindelijk weer afgebaakend.

Ja, exact.

En te wel de overrijden dus langzaam ontwaakt, laten een notici van rik nog een heel mooi detail zien over Saskea jongen medewerker Boris.

Oh ja, Boris.

Dat is zo'n prachtig detail.

Die heeft tijdens Saskea's afwezigheid de fietsen voor de winkel gewoon eigen handen gerecht gezet,

en hij heeft hem het krijt een lijn omheen getrokken.

Een letterlijke krijt lijn op de stoep.

Een volstrek kostloze tijdelijke ingreep in het hier nu, helemaal zonder vergaatering.

Soms is de oplossing gewoon heel fysiek.

Precies.

Nou goed, in Tiel wachten de mensen op de ooverrijd om in actie te komen,

maar in het volgende verhaal van rik zien we een heel ander soort wachten.

Een wachten dat ons juist weghoud van actie in de fysieke wereld.

Ja, waarrij ze via zijn notities naar een buurthuis in het Britse lied.

Engeland, inderdaad.

Rik is de oude bezoek bij zijn vriendin Els,

en z'n geeft in het buurthuis Nederlandse taal is aanvolwassenen.

Ze oefen op dat moment een kort tonelstukje om de spreekvaardigheid een beetje te testen.

Ja, en dan hebben we het te maken met cruzisten zoals owen die een extreem klungelige oberspeeld

en vara die de rol aannemt van een gast die wijgert iets anders te bestellen dan een glaswater.

En het decor is heel knus.

Schrijftrik.

Het ruikt naar oude verf, de energie stroomt.

En de groep is volledig afgestemd op elkaar is lichaamstaal.

Alles is in het moment.

Tot dat, midden in een komische valpartij van owen z'n broekstak begint te trillen.

Ja, de telefoon.

En daarmee veranderd dus echt de hele atmosfeer in de ruimte.

Owen kijkt op zijn scherm en valt totale uit zo'n rol.

Hij leest hard op een nieuws notifikatie voor.

Het ging over iemand met een Britse iraanse achtergrond die zou zijn aangehouden

bij een militaerterein in Engeland.

Ja.

En heeft de door voor het luisteraar, benemen hier natuurlijk geen enkel standpunt in over dit nieuws.

We bespreken puurde tekst in Riktpron.

Nee, precies.

We kijken puur naar de observatie van Rikt in die ruimte.

Want de melding zelf is extreemvag.

Rikt schrijft dat elst nog proberen door te vragen, wat er nou precies is gebeurd.

Maar er zijn simpelweg geen details.

Er was een incident.

Dat was het.

En toch gebeurt er iets ongelofelijk met de groep.

Owen scrollt vervoerd verder.

Vara ligt daar script op tafel.

Elspakt onbewust ook haar eigen telefoon erbij.

Ja, de fysieke ruimte in Lied bestaat ineens gewoon niet meer voor ze.

Rikt beschrijft prachtig hoe de concentratie verdampt.

Hij vergelijkt het als of je losse socken uit een wasmachine probeerte verzamelen.

Ja, onmogelijk dus.

Precies.

En hier zien we echt hoe een abstracte prikkel, de fysieke realiteit volledig kaapt.

Het breng krijgt een onvoledige brokstukje informatie en slaat gewoon direct aan.

Maar hier wordt het echt interessant.

Ja.

Want ik ben de notities van Rikt op dit punt nog eens gaan herlezen.

En ik voelde eigenlijk een enorme weerstand.

Oh ja.

Ja, want we hebben het hier over een incident op een militaire basis.

Dat is mogelijk nieuws over de nationale veiligheid.

Is het dan niet volkomen logisch of misschien zelfs wel onze plicht om dat nieuws te volgen?

Waarom zouden we de werkelijkheid buiten de deur houden om vrolijk een amateurtoneelstukje

over een glaswater te blijven spelen?

En broel, ik zou op dat moment ook op mijn telefoon kijken.

Dat is een heel begrijplijke reactie.

Maar als we dit aan het groter plaatje koppelen,

en specifiek aan hoe ons brein evolutionair bedraad is,

dan ontdekken we hier de grote valstrik van het moderne informatie tijdperk.

Oké, hoe zit dat dan?

Wat jij voelt, die aandrang om het nieuwste volgen,

is puurde ilusiefang geinformeerd zijn.

Ons brein is geprogrammeerd om alert te zijn op dreigingen in de verten.

Vroeger betekende een ritselende struik op te zevanden mogelijk een roftier.

Ja, dat je moest wel opletten.

Zeker.

En die notivacatie actieveert exact dat zelf de overlevingsmegen is.

Maar, en dit is kerosjaal, dat nieuwsbericht bevatten vrijwel geen feiten.

Het gaf oren geen enkele mogelijkheid om in actie te komen of iets te doen met die dreiging.

Aha!

Wat het wel deed was een beroven van zijn cognitieve bandbreten voor de mensen die

letterlijk daar op dat moment naast hem stonden.

Ja, wauw.

Dus je bedoel dat hij beloond werd met een gevoel van alertheid,

zonder dat ook maar iets mee te kunnen doen.

Ja.

Twee hij op dat schermtuurde misten hij gewoon volledig de eerste poging van Vara

om een brandjant te geïnproviseren, grap in het stuk te fietsen.

Ja, zonder is dat.

De groep was samen, maar tegelijkertijd meilen ver van elkaar verwijderd.

Ja.

Maar Elz ziet dat het zo niet werkt.

En hij komt met een verrassend analoge oplossing.

Zaat een grote, lege, velblaue koekjestrommel te voorschijn.

En hij staat elke telefoon daarin gaat.

Ook die van Rick.

En Owen noemt het dan lachend een verrekture parkeerplaats, toch?

Ja, heerlijk.

Ja.

De deksel gaat erop.

En kijk, die koekjestrommel vergeert hier als een briljante, fisieke grenzen.

Het is veel meer dan alleen een opbergdose.

Het is de introductie van fysieke vrijving.

Vrijving?

Ja.

Hoe bedoel je?

Veel mensen denken dat ze afleiding kunnen weer staan puur op wilskracht.

Dat je de telefoon op tafel laat liggen en er gewoon niet naar kijkt.

Ja, schuldig.

Precies, doen we allemaal.

Maar wilskracht is een eindige mentale bron.

Door een fysieke barriere op te werpen, in dit geval de mektale teksel van die trommel,

hou je de beslissing uit het onbewuste automatische deel van je brein.

Ah, dus als oor nu zijn telefoon moet checken, moet hij echt bewust handelen.

Klopt.

Hij moet een bewuste, zichtbare handeling verichten in een sociale context.

En dat materiaal dwingt de groep dus om weer terug te keren naar de menselijke connectie.

En dat werkt dus fantastisch.

Want zodra die trommel dicht zit, veranderde de chemie in het buurthuis direct weer.

Ze pickt de cijnen op.

Open the open brengt Vara die, dus alleen om water vroeg, een volledig leegboort.

Ja, prachtig is dit.

Ze kijkt hem aan en vraagt superdroogjes.

Is dit water zonder glas, waarop oor vol in het moment reageert met,

nemen vrouw, dit is soep zonder haast.

Geweldig improviseerd.

Echt brilliant.

En denk daar als luisteraar echt eens over na.

Hoe vaak heb je zelf niet op een etenje gezeten waar een zoende telefoon gewoon de lucht uit het gesprek trok.

Precies voordat er zoiets prachtig zijn spontaatskond ontstaan.

Ja, te vaak vrees ik.

Maar dan gebeurt het.

De telefoon in die dichte koekje strommel geeft ineens weer een luidpingeltje.

En dan zie je dat een flex weer in het lichaam van Owen.

Riks schrijft dat zijn spieren zich aanspannen om naar die tafel te lopen.

Maar zijn voeten blijven op de grond staan.

Vara pikt die afleiding echt brilliant op en verwerkt het gewoon in het toeneelstuk.

U zoep vraagt om aandacht, zegt ze.

Oh ja, ze maken de trommel zelf tot een persoonage, toch?

Ja, een of andere zeerende klant die nog niet aan de beurt is.

En door dat die telefoon onbereikbaar is, wordt de onderbreking eigenlijk genotenaliseerd.

En kunnen ze gewoon blijf spelen.

En wat ik het mooiste vond aan deze notitie zie.

Na afloop van de les trekt Owen die trommel open.

Wat blijkt.

Het nieuws bericht was echt nog geen milimeter geopteet.

Geen nieuwe feiten, niks.

Pizar.

Hij dacht echt de hele wereld te missen.

Precies.

Maar zoals Elst doen zo mooi tegen hem zij.

Het enige wat hij werkelijkeres keerde te missen was de puren menselijke koneksi in dat kleine buurthuis in Lied.

Echt prachtig.

Nou ja, die koekje strommel was dus een klein fysiek-opiekt dat de groepredde van digitale afleiding.

Maar in riks laatste aantekening zien we hoe een ander klein fysiek-opiekt.

De hoofdrol speelt in een situatie waar de realiteit zich echt op de meest extremen manier opdrinkt.

Ja, we verplaatsen ons naar het zuiden, naar Spanje.

Waar die realiteit zich niet laat vangen in een tromontje, maar waar het letterlijk de deur in trapt.

Leven en dood kruis elkaar daar.

Ja, Riek verblijft in een oud spaanstadje.

Hij beschrijft de geur van gebakken brood en warmen cinesappels in de smalestraatjes.

En hij heeft daar besloten om een korte kursus pottenbakken te volgen.

Ja, want als Leraar is hij natuurlijk altijd met zijn hoofd en met taal bezig.

Hij snakte gewoon naar klein, naar iets met zijn eigen handen maken.

Ja, precies.

En die pottenbakrij is van Nooria, een plek vol kleurrijke handgemaakte objecten.

En Nooria's vaste lering, Matteo, is geconcentreerd bezig met een heel delicatwerkje.

Hij is een klein helde blauwe kopje aan het repareren van het oordjes afgebroken.

En dat is niet zo maar een kopje, Riek noteert dat het toebehoort aan Rosa.

En 102 jaren gevrouw uit de buurt.

102 jaar, echt bizarre.

Ja, bizarre.

En Rosa heeft haar volsta met duurservies, maar voor haar dagelijks koffie accepteert ze uit sluiten

dat ene specifieke blauwe kopje.

Ze liep die ochtend ook nog zelf de winkel binnen schrijft, Riek.

Het haar wandelstok en haar ken merken de rode tas.

Vleimscherp en vol humor.

Oh ja, ze maakten nog een gap over riks werk, toch?

Ja, ze spotten die inmensen totaal scheeven schaal die er ik aan het kleien was.

En merkte echt gorddroog op dat daar genoeg zoep in past voor een klein zwembad.

Prachtig.

En zei net die echt puurentraagheid ademt, maar dan, uit het niet,

slaat het weer met een onvoorstelbare geweldaatheid om.

Binnen enkel minuten verandert de lucht ink zwart.

Ja, noodweer.

Echt heven gestortregens geestelend dak.

En voor zich goed in welbezeffen wat er gebeurt, kookt er dus gewoon een gigantische modderstroom

door de straat, die met brute kracht die winkel binnen drinkt.

Ja, en dan is het letterlijk rennen voor hun leven.

Norea met de jongen Riek sprinten de trap op naar de eerste verdieping.

En in die volslagen ga als, ga ik de rik instinctief nog iets mee van de werkbank.

Ja, en niet zijn eigen dure tas op zo.

Hij redt het kapotte blauwe kopje van Rosa.

Ja, puur instinct.

En bovenin het donker begint dan een totaal ander soort wachten.

Dit is niet het wachten op een gemeente in Tieu, of het verslavende wachten op een schermpje in Lied.

Dit is ja, wachten in de meest rauwe overgeleverde form.

Zeker.

Ze staren daar uit het raam naar meubels en felnusbakken die door de straatrijven.

En dat eigenlijk worden ze gelukkig door de brandweer uit het raam geëven kuvert en naar een grote sporthall gebracht.

Maar in die hal hier is natuurlijk een complete paniek.

Ja, overal slapen de mensen op de grond, mensen die radeloos naar hun huis die hier of het documenten zoeken.

En daar via diezelfde telefoon die we eerder als afleidingsmenuversagen komt nu echt het meest verwoestende nieuws binnen.

Rosa, de 102-jarige daar met die nog geen paar uur daarvoor lachten om riks kleis gaan,

heeft de overstrooming in haar huis niet overleefd.

Nee, dat is een mededeling die echt even de aarde met je longen slaat.

Ja, vreeselijk.

En dat twee dagen zakt het water dan eindelijk en krijgen ze toestemming om terug te keren naar de winkel.

Zit treffen daar echt een dystopie aan van bruine, zuurruikende modder.

Riks eigen klei project is volledig wegspot.

Ja, en dan begint het ruim van die mensen puin hulp.

En dit is het moment waarop we even stil moeten staan.

Dus wat betekent dit allemaal?

Want dit is de passage in riksnotities waar ik echt even moet stoppen met lezen.

Hoe zo, wat gebeurde er?

Nou ja, terwijl ze in die modder staan en natte dozen met vervoers te spullen naar buiten showen,

pak Matteo ineens dat blauwe kopje van de vendste bank.

Hij kijkt ernaar, kijk naar Noelia en vraagt of hij het oordje als nog moet vastleimen.

Wow.

En Noelia knikt in stemmet.

Matteo pakte lijm en gaat daar, te midden van zijn compleetgeruille nederlevenswerk,

uiterst miniatures dat oordjes zitten repareren.

En ik dacht echt, weer gek geworden?

Ja, dat voelt de taal tegen strijdig.

Precies, waarom zou je in heemels naam je kostbare tijd en energiesteken in het repareren van een nutteloos kopje?

Voor een vrouw die er niet meer is, wel je hele zaak in puin ligt.

Het voelt voorkomen irasioneel.

Maar dit roept dus een hele belangrijke vraag op.

Misschien wel de meest existentiele vraag van deze verkending.

Waarom hechten we in tijden van extreem crisis zoveel waarde aan het tasbare?

Ja, zeg het maar.

Je noemt het irasioneel, maar psychologisch gezien is dit misschien wel de meest rationele data die Matteo op dat moment kon uitvoeren.

Hoe zie je dat dan?

Kijk, de overstrommingen is de ultieme manifestatie van Gaals,

van de dingen die de mensen absoluut niet kan controleren.

En het verdriet om rozei is de groot om mentaal vast te pakken.

Ja, dat is gewoon overweldigend.

Precies.

Door intenzomaar op iets heel klein, ziet's visieks dat wel de repareren is.

Herpakt Matteo zijn agent, zeg maar, zijn gevoel van controle.

Het vastleimen van dat oor is eigenlijk een wijgering om zich over te geven aan de wandorden.

Wow, oké.

Het is het fysiek inlossen van een belofte en iemand die hier niet meer is.

Een daad van pure zingeving.

Dus dit is eigenlijk een opgestoken middelfinger naar de vervoersting?

Exakt.

En wat erin de dagen daarna gebeurt, is echt ademeneemend.

Als de etelage weer een beetje opgelapt, plaatsen zit gereperierde kopje strak achter het raam.

Dat samen met een foto van Rosa.

Ja, en dat kleine blauwe opjekt, krijgt in een enorme magnetische werking in dat dorp.

Ja, hoe verklaai je dat?

Het functioneert als een soort sociologisch anchorpunt.

Mensen in het dorp, die de hele dag bezig zijn met modderschappen, stoppen voor dat raam.

De abstracte statistiek van zo'n ramp, het aantal dode, de financiële schade, verliest daar even zijn betekenis.

Ja, wat overblijft, is het verhaal.

Mensen beginnen bij dat kopje spontaan tegen elkaar te praten over Rosa.

Over haar, rode tas, over hoe scherper grappen waren.

Het object absorbeert als het waren het collectieve trauma.

Het biedend troost die geen enkele officieële gemeentelijke toespraak of nieuwsuitzending op je telefoon ooit zou kunnen bieden.

Het verbindt die overlevenen met elkaar in het hier en nu.

Helemaal waar.

En daarmee komen we eigenlijk alweer tot de onvermijdelijke conclusie van derijs die Rick zo prachtig heeft gedokementeerd.

We zagen de frustratie van abstracte buurokratie in de fietswinkel in Tiel,

waar zaskia een concrete datum moest afdwingen om de werkelijkheid te herstellen.

Ja, en we zagen de verlamende abstracte angst van een vaag nieuwsbericht in Lied.

En hoe die blauwe koekje strommel letterlijk nodig was om de groep terug in hun fysieke lichaam te dwingen.

En tot slot zagen we natuurlijk het blauwe kopje in Spanje.

Dat echt diende als reddingsboeie van zingeving te midden van onbevatelijke destructie.

Wat kunnen we hiervan meenemen?

Nou, ik denk dat deze drie verhalen ons iets uiterst urgenst vertellen over de tijd waarin we leven.

We leiden collectief aan wat we info-obesitaal zouden kunnen noemen.

Info-obesitaal, mooi woord.

We worden de hele dag volg stopp met lege calorieën aan informatie.

En we moeten ons echt realiseren dat onze aandacht het meest kostbare bezit is dat we op deze planeet hebben.

Elke minute besteed aan einde loos doemscrollen of het wachten op een abstract besluit.

Is een minute wel in je niet participeerd in de keiharde fysieke werkelijkheid om je heen.

Het eiste een actieve bijna rebellse houding om te kiezen voor het hier en nu.

Het vereiste inderdaad moet om de koekjes trommel dicht te klappen, zeg maar.

En gewoon de modder op je laar zet te voelen.

Mooie gezegd.

En we willen deze diep duivte dan ook graag afsluit door de bal direct naar jouw het luisteraar te spelen.

Stel jezelf zodra je straks je koptelefon of oordjes uitdoet en weer terugkeert naar de echte fysieke wereld tegen een vraag.

Wat is het blauwe kopje in jouw leven vandaag?

Precies.

Welke kleine, tasbare belofte of welk gebroken detail in jouw directe omgeving,

kun jij vandaag nog met je eigen handen repareren.

In plaats van opnieuw te verdwalen in de bodemloosestroom van het nieuws van morgen.

Pak de realiteit vast.

Heel erg bedankt voor het luisteren in onze analyse en tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze