

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Rick: Wil je nog koffie, Pieter?
Pieter: Ja, lekker.
Dank je.
Lisa: Voor mij ook, graag.
Rick: Met melk en suiker?
Lisa: Alleen melk, alsjeblieft.
Pieter: Voor mij zwart.
Rick: Komt eraan.
Zeg, ik lees iets.
Lisa: Wat lees je?
Op je telefoon?
Rick: Nee, een artikel in de krant.
De echte krant.
Pieter: Is het interessant?
Rick: Ja, best wel.
Het gaat over Rotterdam.
Lisa: Wat gebeurt er in Rotterdam?
Rick: Er is een stukje grond.
Pieter: Oké.
Grond.
En dan?
Rick: Het is een puzzel voor de gemeente.
Lisa: Een puzzel?
Hoezo?
Rick: Het stuk grond heeft eigenaren.
Pieter: Ja, dat is normaal.
Mijn huis heeft ook een eigenaar.
Rick: Maar dit stuk grond heeft veel eigenaren.
Lisa: Hoeveel eigenaren dan?
Tien?
Twintig?
Rick: Heel veel.
Meer dan honderd.
Pieter: Wat?
Honderd eigenaren?
Lisa: Voor één stukje grond?
Serieus?
Rick: Ja, echt waar.
Honderd eigenaren voor een klein stukje grond.
Pieter: Dat is niet normaal.
Dat is gek.
Lisa: Hoe is dat mogelijk?
Rick: Het is van een familie.
Pieter: Een hele grote familie, dus.
Rick: Ja.
Een heel grote familie.
Lisa: Honderd ooms en tantes.
En neven.
Pieter: En achternichten.
En kinderen.
Lisa: Een verjaardag met honderd mensen.
Dat is heel druk.
Pieter: Ja, en dat is heel veel taart.
En heel veel koffie.
Rick: Precies.
En de gemeente zoekt iedereen.
Lisa: Dat is veel werk voor de gemeente.
Pieter: Dat is een onmogelijke taak.
Rick: De gemeente belt mensen.
En stuurt brieven.
Lisa: Vinden ze de mensen?
Rick: Soms.
Maar het is moeilijk.
Pieter: En wat willen de mensen?
Rick: Niemand weet het.
Ze kennen elkaar niet.
Lisa: Dus de familie praat niet met elkaar.
Rick: Nee.
Ze wonen overal.
Pieter: Ook in het buitenland?
Rick: Ja, ook in het buitenland.
In Spanje, in Amerika.
Lisa: Wat een verhaal.
Arme gemeente.
Pieter: Ik wil ook een stukje grond.
Lisa: Jij?
Jij hebt een balkon.
Pieter: Ja, maar grond is beter.
Met honderd vrienden.
Lisa: Wat ga je doen met die grond?
Pieter: Een groot huis bouwen.
Of tomaten planten.
Rick: Haha, dat is een goed idee.
Tomaten planten met honderd vrienden.
Lisa: Dan hebben wij ook een probleem.
Pieter: Waarom?
Wij zijn vrienden.
Lisa: Ja, maar wie is de baas?
Pieter: Ik ben de baas, natuurlijk.
Rick: Nee, ik ben de baas.
Lisa: Zie je?
Het is nu al een probleem.
Rick: Oké, oké.
Jij bent de baas, Lisa.
Lisa: Goed zo.
Mijn grond.
Mijn tomaten.
Pieter: En wat doet de gemeente nu met die grond in Rotterdam?
Rick: Niets.
Ze kunnen niets doen.
Lisa: Waarom niet?
Rick: Alle honderd mensen moeten 'ja' zeggen.
Pieter: En dat gebeurt nooit.
Rick: Precies.
Eén persoon zegt 'nee'.
Lisa: En dan stopt alles.
Rick: Ja.
Dan stopt alles.
Het is een groot probleem.
Pieter: Dus het stuk grond is van niemand.
Rick: Het is van iedereen.
En dus van niemand.
Lisa: Dat is een goede les.
Rick: Wat is de les?
Lisa: Te veel mensen is een probleem.
Pieter: Of: familie is ingewikkeld.
Rick: Haha, allebei.
Hier is de koffie.
Lisa: Oh, eindelijk.
Dank je.
Pieter: Zwart, net als mijn ziel.
Lisa: Jij hebt geen ziel, Pieter.
Pieter: Ik heb wel een stukje grond.
In mijn hoofd.
Rick: Jullie zijn gek.
Maar wel mijn vrienden.
Lisa: Gelukkig wel.
Proost.
Pieter: Proost.
Op de honderd eigenaren.
Rick: Proost.
Ik hoop dat ze koffie hebben.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze