Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

The Cursed Bicycle

Het is een koude woensdag ochtend in november.

De lucht is grijs en de wind waait hard.

Ik loop naar de fietsenrek bij het station.

Mijn fiets staat er nog, maar er is iets raars.

Het voorwiel is helemaal krom.

Niet een klein beetje.

Nee, het wiel is een soort acht.

Ik zucht diep.

Niet weer, denk ik.

Gisteren was mijn achterlicht kapot.

Eergisteren was mijn zadel nat.

En nu dit.

Ik heb geen tijd om te lopen.

Ik moet naar mijn werk, ik bel mijn baas.

Hallo, met Bram.

Ik kom iets later, mijn fiets is stuk, mijn baas lacht.

Weer?

Wat is er nu kapot?

Het voorwiel, zeg ik.

Het lijkt wel of iemand erop is gaan staan.

Nou, succes, zegt hij.

Tot zo.

Ik breng mijn fiets naar de fietsenmaker.

De fietsenmaker heet Jan.

Hij is een oude man met een bril.

Hij kijkt naar mijn fiets.

Nou, nou, zegt hij.

Dat is niet normaal.

Dit wiel is echt naar de knoppen.

Hoe heb je dat gedaan?

Ik weet het niet, zeg ik.

Ik heb hem gisteren hier neergezet.

En vanochtend was hij zo.

Jan schudt zijn hoofd.

Er is hier iets raars aan de hand, zegt hij.

Ik zie dit vaker de laatste tijd.

Fietsen die zomaar kapot gaan.

Het lijkt wel een vloek.

Ik lach.

Een vloek?

Dat bestaat toch niet?

Jan kijkt me serieus aan.

Nou, ik weet het niet.

Maar er gebeuren rare dingen in deze stad.

Ik laat mijn fiets achter bij Jan.

Hij zegt dat hij hem vandaag probeert te maken.

Ik loop naar mijn werk.

Onderweg zie ik iets.

Vreemd.

Een vrouw staat bij haar fiets.

Ze huilt.

Mijn fiets is gestolen, roept ze.

Nee, wacht, zeg ze.

Mijn fiets is er nog.

Maar het slot is kapot.

En mijn mandje is weg.

Ik kijk naar de fiets.

Het is een mooie rode fiets.

Met een mandje voorop.

Maar het mandje is inderdaad weg.

En het slot hangt er los bij.

De vrouw kijkt me aan.

Gebeurt dit vaker?

Vraagt ze?

Ik weet het niet, zeg ik.

Mijn fiets was ook kapot vanochtend.

Raar, zeg de vrouw.

Heel raar.

Op mijn werk kan ik het niet laten.

Ik vertel het verhaal aan mijn collega's.

Er is iets met de fietsen in de stad, zeg ik.

Ze gaan zo maar kapot.

Mijn collega Fatima lacht.

Een vloek?

Zegt ze.

Nee, dat is onzin.

Er is vast een verklaring.

Wat dan?

Vraag ik.

Misschien is het vandalisme, zeg ik.

Of gewoon pech.

Maar zoveel pech?

vraag ik.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Wat dan?

Ik hoor het van meer mensen.

Fatima haalt haar schouders op.

Nou, ik geloof er niks van.

Die avond haal ik mijn fiets op bij Jan.

Het wiel is gemaakt.

Het was een raar gezicht, zegt Jan.

Dat wiel was helemaal krom.

Ik heb het nooit eerder zo gezien.

Alsof iemand er met een auto overheen is gereden.

Maar er is geen auto in de buurt, zeg ik.

Ik weet het, zeg Jan.

Daarom is het zo raar.

Ik betaal en fiets naar huis.

Onderweg kijk ik goed om me heen.

Alles lijkt normaal.

Maar dan zie ik het.

Een man.

Hij loopt langs de fietsen.

Hij draait aan de wielen.

Hij duwt tegen de zadels.

Hij trekt aan de belletjes.

En dan loopt hij verder.

Ik stop.

Hé! roep ik.

Wat doe jij?

De man kijkt op.

Hij schrikt.

Niks, zeg hij.

Ik kijk alleen.

Waarom draai je aan de wielen?

Vraag ik.

Dat is toch niet normaal.

De man wordt rood.

Ik... ik controleer ze, zeg hij.

ik controleer ze, zeg hij. Voor de veiligheid.

Onzin, zeg ik.

Jij maakt ze kapot.

De man kijkt boos.

Nee, dat is niet waar.

Ik help juist.

Maar dan rent hij weg.

Ik sta perplex.

Wat is dit?

Ik bel de politie.

Ik vertel wat ik heb gezien.

Er is een man die fietsen kapot maakt, zeg ik.

Ik heb hem gezien.

De politie neemt het serieus.

We komen eraan, zeggen ze.

Een paar minuten later zijn ze er.

Ik vertel alles.

De politie gaat op zoek.

En ja hoor, ze vinden de man.

Hij heeft een tas bij zich.

In de tas zitten allerlei fietsonderdelen.

Belletjes, zadels, lampjes.

En ook gereedschap om dingen los te maken.

De man bekent.

Ik vind het leuk, zeg hij.

Ik wil kijken hoe mensen reageren.

De politie neemt hem mee.

Ik ben opgelucht.

Maar ook boos.

Al die mensen met kapotte fietsen.

Al die ergernis.

Voor niks.

De volgende dag lees ik het in de krant.

Man aangehouden voor vernielen van fietsen.

De vrouw van de rode fiets leest het ook.

Ze lacht naar me.

Dus toch geen vloek, zegt ze.

Nee, zeg ik.

Gewoon een vervelende man.

Ik voel me trots.

Ik heb het opgelost, mijn fiets is weer heel.

En de stad is een beetje veiliger.

Soms is iets raars niet meteen een vloek.

Soms is het gewoon iemand die vervelend doet.

Maar je moet wel goed kijken.

En dat heb ik gedaan.

Dutch Fluency, op dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Bedankt voor het luisteren naar Dutchfluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze