Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Gele Fiets in Buggenhout

Ik ben Rick, een Nederlandse leraar uit Den Haag.

Op zaterdag was ik in Buggenhout, omdat ik daar een oude vriend bezocht.

De lucht was grijs, maar de straatstenen glommen mooi door de regen.

In Den Haag zeggen we dan: goed weer voor je jas.

Belgen zeggen het vast netter.

Mijn vriend was nog niet thuis, dus ik liep een kleine papierwinkel binnen.

Boven de deur hing een belletje.

Het maakte een helder geluid, alsof de winkel zelf goedemorgen zei.

Binnen rook het naar papier, koffie en een beetje natte wol van jassen.

Achter de toonbank stond Nadia.

Ze had kort donker haar en droeg een groene trui.

Op de radio sprak een man met een rustige stem.

Hij vertelde dat twee mensen, die bij een ongeval in Buggenhout gewond waren geraakt, weer naar huis mochten.

Ze waren uit het ziekenhuis.

Nadia zette haar kopje neer.

Ze keek even naar de radio.

Daarna zei ze zacht: “Dat zijn Koen en Mira.

Ze wonen twee straten verder.” Ik kende hen niet, maar haar gezicht vertelde genoeg. “Dat is goed nieuws,” zei ik. “Ja,” zei Nadia. “Vorige week hoorde ik de sirenes.

Daarna was de straat vol blauwe lichten.

Iedereen keek uit het raam.

Niemand wist meteen wat er was gebeurd.” Ze pakte een stapel kaarten van de toonbank.

Haar vingers bewogen snel, maar haar stem bleef kalm.

Ik koos een kaart met een gele fiets erop.

Die vond ik mooi, omdat de fiets er vrolijk uitzag.

Ook een beetje koppig, zoals veel fietsen in Nederland. “Fietsen hebben hier ook karakter,” zei Nadia, toen ze mijn kaart zag. “Alleen luisteren ze slecht naar hun eigenaar.” Ik lachte. “Dat ken ik.

Mijn fiets in Den Haag piept al drie maanden.

Ik noem dat geen probleem, maar een gratis concert.” Nadia glimlachte nu echt.

Het belletje boven de deur ging weer.

Een oudere man stapte binnen met een natte pet in zijn hand. “Heb je het gehoord?” vroeg hij. “Ja, meneer De Wilde,” zei Nadia. “Koen en Mira zijn thuis.” De man knikte langzaam. “Mooi.

Dan breng ik straks een puzzel langs.

Koen kan toch niet de hele dag naar de muur kijken.” “Een puzzel van duizend stukjes?” vroeg Nadia. “Vijfhonderd,” zei hij. “Ik ben vriendelijk, geen monster.” We moesten alle drie lachen.

Het was geen grote lach, maar wel een echte.

Buiten reed een bus voorbij.

Het water spatte tegen de stoep.

Een kind met rode laarzen sprong expres in een plas.

Zijn moeder keek streng, maar ook zij moest lachen.

Terwijl Nadia mijn kaart inpakte, dacht ik aan nieuws.

In de krant lijkt nieuws vaak ver weg.

Namen van dorpen en mensen blijven dan klein.

Maar in een winkel, met natte jassen en warme koffie, krijgt nieuws een gezicht.

Dan gaat het niet meer over een bericht.

Dan gaat het over Koen, Mira, een puzzel en een straat die weer stiller wordt. “Ga je hen bezoeken?” vroeg ik.

Nadia schudde haar hoofd. “Vandaag niet.

Te veel bezoek is ook druk.

Ik leg straks alleen een kaart in de bus.

Met een korte tekst.” “Wat schrijf je?” vroeg ik.

Ze dacht even na. “Welkom thuis.

Doe rustig aan.

De winkel loopt niet weg.” “Dat is mooi,” zei ik. “En ook waar.

Papierwinkels rennen zelden.” “Gelukkig maar,” zei Nadia. “Ik heb al genoeg werk met klanten die pennen testen en dan niets kopen.” Ik voelde mij op mijn gemak in die kleine winkel.

De regen tikte tegen het raam.

De radio speelde nu een oud liedje.

Nadia gaf mij de kaart en een pen. “Schrijf jij ook iets,” zei ze. “Je bent leraar, dus je hebt vast nette woorden.” “Dat valt tegen,” zei ik. “Leraren schrijven vooral rode strepen.” Toch schreef ik op een tweede kaart: Veel kracht, veel rust en af en toe een grap.

Daarna zette ik mijn naam eronder.

Nadia las het en knikte.

Later die middag kwam mijn vriend eindelijk aan.

Hij had broodjes bij zich en deed alsof tien minuten te laat heel normaal was.

Dat is natuurlijk niet waar, zeker niet voor een man uit Den Haag.

Maar ik zei er niets van.

Soms is zwijgen ook een vorm van lesgeven.

We liepen samen door de straat.

Bij een huis met blauwe gordijnen stak Nadia net een kaart door de bus.

Ze zwaaide naar ons.

In de verte sloeg een kerkklok vier keer.

De regen werd minder, en tussen de wolken kwam een smalle strook licht.

Ik dacht aan Koen en Mira, die weer thuis waren.

Hun dag was vast nog niet gewoon.

Maar thuis klinkt een kopje anders dan in een ziekenhuis.

Een stoel voelt anders.

Een raam met je eigen gordijnen geeft meer rust.

Aan het einde van de straat stond een gele fiets tegen een muur.

Hij leek precies op de kaart.

Ik moest glimlachen.

Soms vertelt een klein dorp een groot verhaal, zonder veel woorden.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze