Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Lekker Nederlands op het festival

RICK: We staan in de rij.

TOM: Ja, het is druk.

JULIA: Ik vind het leuk.

RICK: Ik heb een vraag.

TOM: Wat is jouw vraag?

RICK: Wat is jouw favoriete woord?

JULIA: Mijn woord is gezellig.

TOM: Gezellig?

Wat is dat?

JULIA: Het is warm en fijn.

Het is samen met mensen.

TOM: Ja, samen met mensen.

En het is leuk.

RICK: Mijn woord is pannenkoek.

JULIA: Dat is lekker.

Ik eet pannenkoek op zondag.

TOM: En makkelijk om te zeggen.

Pannenkoek, pannenkoek.

RICK: Ik heb nog een woord.

TOM: Welk woord is dat?

RICK: Het woord is fiets.

JULIA: Fiets is een ding.

Ik heb een fiets.

TOM: Ik fiets elke dag.

Ik fiets naar het werk.

RICK: Goed, fiets is handig.

Het is snel.

JULIA: En het is leuk.

Fietsen is leuk.

TOM: Ik heb een woord.

RICK: Wat is jouw woord?

TOM: Het woord is koffie.

JULIA: Koffie is warm en sterk.

TOM: Ja, en het is een drankje.

Ik drink koffie in de ochtend.

RICK: Ik drink koffie in de ochtend.

En ik drink thee in de avond.

JULIA: Ik ook, en ik drink thee.

Thee is ook lekker.

TOM: Wij hebben goede woorden.

RICK: Ja, en ze zijn makkelijk.

Ze zijn niet moeilijk.

JULIA: Ik wil nog een woord.

TOM: Welk woord wil jij?

JULIA: Het woord is regen.

RICK: Regen is water uit de lucht.

TOM: Ja, en het is nat.

Regen is nat.

JULIA: Maar regen is goed voor planten.

Planten hebben water nodig.

RICK: Dat is waar.

En regen is goed voor de tuin.

TOM: Wij hebben een lijst.

RICK: Ja, een lijst met woorden.

Een lange lijst.

JULIA: En de lijst is leuk.

Ik vind de lijst leuk.

TOM: Ik schrijf de woorden op.

Ik schrijf ze op papier.

RICK: Goed, dat is een plan.

Een goed plan.

JULIA: Ik help jou met de woorden.

Ik help graag.

TOM: Dank je, dat is fijn.

Jij bent aardig.

RICK: Wij zijn een goed team.

JULIA: Ja, en het is gezellig.

Samen zijn is gezellig.

TOM: De les is leuk zo.

Ik leer veel.

RICK: Ik leer nieuwe woorden.

Ik leer elke dag.

JULIA: Ik ook, en ik lach.

Lachen is goed.

TOM: Dat is het doel.

Leren en lachen.

RICK: Zeg, wat is jouw woord?

JULIA: Mijn woord is liefde.

TOM: Liefde is een mooi woord.

RICK: Ja, en het is belangrijk.

Liefde is belangrijk.

JULIA: Liefde is voor familie en vrienden.

Ik hou van mijn familie.

TOM: Ik heb liefde voor mijn kind.

Mijn kind is lief.

RICK: En ik heb liefde voor mijn huis.

Mijn huis is fijn.

JULIA: En voor een goed maaltijd.

Een maaltijd met liefde is lekker.

TOM: Wij hebben veel woorden.

De lijst is lang.

RICK: Ja, en ze zijn goed.

Alle woorden zijn goed.

JULIA: Ik wil nog een woord.

TOM: Welk woord wil jij?

JULIA: Het woord is thuis.

RICK: Thuis is een fijn huis.

Thuis is waar ik woon.

TOM: Ja, thuis is fijn.

Thuis is warm.

JULIA: Ik ga nu naar huis.

Ik ga naar mijn thuis.

RICK: Goed, en ik ga ook.

Ik ga ook naar huis.

TOM: Tot de volgende keer.

Tot de volgende.

RICK: Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze