

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Op donderdagavond stond ik, Rick, in een buurthuis in Rotterdam voor mijn taalgroep.
Buiten tikte zachte regen tegen de ramen.
Binnen rook het naar koffie, natte jassen en het schoonmaakmiddel waarmee de vloer net was gedaan.
Op de tafel lag een krant, opengevouwen naast een schaal met stroopwafels.
De kop was groot genoeg om vanaf de deur te lezen: Noord-Korea spreekt hard over de VS, terwijl Trump Kim Jong-un wil ontmoeten.
Ik had de krant meegenomen omdat mijn cursisten graag met echte teksten oefenen.
Toch wist ik dat dit onderwerp meer zou oproepen dan werkwoorden en lidwoorden.
Sommige woorden in de krant waren zwaar, alsof ze schoenen met modder droegen.
Cem, die altijd als eerste binnenkwam, wees naar de foto van Trump. ‘Meester Rick, waarom willen leiders eerst boos doen en daarna koffie drinken?’ vroeg hij.
Er werd gelachen, vooral omdat Cem zelf nooit koffie dronk.
Hij zei dat hij er te snel van ging praten, wat in zijn geval bijna een natuurwet was.
Mira hing haar jas aan de stoel en keek naar de foto van Kim Jong-un. ‘Misschien is boos doen soms een toneelstuk,’ zei ze. ‘Als je publiek groot is, speel je harder.’ Dat vond ik een mooie zin, maar ook een gevaarlijke.
In de les probeer ik altijd ruimte te maken voor meningen, zonder dat de klas verandert in een markt waar iedereen door elkaar roept.
Ik schreef op het bord: woorden, macht, gesprek.
Daarna zette ik een vraag eronder: wat kan een ontmoeting veranderen? ‘Vandaag lezen we niet alleen de krant,’ zei ik. ‘We kijken ook naar de manier waarop mensen reageren als namen als Trump en Kim Jong-un vallen.’ De klas werd stil.
Buiten reed een tram voorbij, met een lang piepend geluid in de bocht.
We lazen korte stukjes uit het artikel.
Er stond dat Noord-Korea de VS hard had aangevallen in taal.
Ook stond er dat Trump had gezegd dat hij Kim Jong-un graag weer zou zien.
Een paar cursisten keken verbaasd.
Cem fronste. ‘Dus eerst roepen ze dat de ander fout zit, en dan zeggen ze: kom, laten we praten?’ ‘Dat gebeurt vaker dan je denkt,’ antwoordde ik. ‘Ook in families.
Ook op het werk.
Eerst zegt iemand iets hards.
Later wil die persoon toch aan tafel zitten.’ Mira knikte langzaam. ‘Maar als mijn broer eerst mijn fietsband leeg laat lopen, dan ga ik niet meteen gezellig thee zetten.’ Weer gelach.
Ik zei dat haar voorbeeld misschien kleiner was, maar niet dom.
Juist kleine voorbeelden helpen soms om grote zaken te begrijpen.
Als de mannen echt aan tafel zouden zitten, zou er veel voorbereid worden.
Er zouden stoelen worden gekozen, vlaggen worden neergezet en woorden worden gewogen.
Er zou misschien worden geglimlacht voor de camera, hoewel niemand precies wist wat er achter dat glimlachje zat. ‘En wat als het niets helpt?’ vroeg Cem.
Zijn stem was nu rustiger. ‘Dan is het nog steeds een keuze,’ zei ik. ‘Niet praten is ook een keuze.
Praten lost niet alles op, maar zwijgen maakt de ruimte vaak kouder.’ Ik merkte dat ik het woord kouder had gekozen omdat de regen buiten harder was gaan vallen.
De ramen waren donker geworden.
In de weerspiegeling zag ik onze kring van gezichten, ieder met een eigen verhaal.
Daarna liet ik de groep in tweetallen praten.
Ze moesten zich voorstellen dat zij adviseur waren van een leider.
Dat woord adviseur vonden ze mooi, omdat het belangrijk klonk zonder dat je een pak hoefde te dragen.
De opdracht was simpel: schrijf drie zinnen die rust brengen, en drie zinnen die olie op het vuur gooien.
Binnen vijf minuten klonk de klas als een kleine redactieruimte.
Pennen krasten.
Stoelen schoven.
Iemand fluisterde: ‘Wij zoeken geen ruzie, maar wel respect.’ Een ander zei: ‘Als u blijft dreigen, sluiten wij de deur.’ Mira stak haar hand op. ‘Rick, is respect soms gewoon een net woord voor gelijk willen krijgen?’ Ik glimlachte. ‘Soms wel.
Maar soms betekent respect dat je luistert zonder meteen je volgende aanval klaar te hebben.’ Ze schreef het op, maar trok er ook een vraagteken achter.
Dat vond ik eerlijk.
Een goede les eindigt niet altijd met een net antwoord.
Soms eindigt die met een beter vraagteken.
Aan het einde vroeg ik iedereen één zin te kiezen die volgens hen aan tafel gezegd moest worden.
Cem koos: ‘Wij zijn het niet eens, maar wij blijven zitten.’ Mira koos: ‘Wij praten niet omdat wij vrienden zijn, maar omdat de mensen thuis rust nodig hebben.’ Die zin bleef even in de lucht hangen.
Ik dacht aan mensen die ver weg wonen, in steden waar wij alleen namen van kennen.
Zij horen misschien dezelfde grote woorden, maar moeten daarna gewoon rijst koken, een jas aantrekken, naar hun werk gaan, of hun kind naar bed brengen.
Nieuws lijkt vaak groot, maar het landt altijd ergens op een keukentafel.
Toen de les klaar was, vouwde ik de krant dicht.
De stroopwafels waren op, de koffie was lauw, en buiten glansde de straat onder de lampen.
Cem trok zijn capuchon over zijn hoofd. ‘Meester, als Trump en Kim echt afspreken, moeten ze misschien eerst een taalles volgen.’ ‘Waarom?’ vroeg ik. ‘Omdat mensen minder snel schreeuwen als ze hun zinnen moeten vervoegen.’ Ik lachte harder dan ik wilde.
Terwijl ik het bord schoonveegde, voelde ik geen grote hoop, maar wel een kleine.
Misschien begint rust niet bij beroemde mannen aan lange tafels.
Misschien begint ze ook in een klaslokaal, waar mensen leren hun woorden beter te kiezen.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze