
We hebben geen 'winnaar wint alles' systeem, dus niet heel...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Je er is een man.
De man heet Jaap.
Jaap is een journalist.
Hij werkt voor de krant.
Jaap schrijft over de verkiezingen.
Hij zegt, de grote partij is belangrijk, maar Jaap is niet goed.
Niet iedereen kiest voor de grote partij.
In Limburg zijn er veel mensen.
Zij stemmen voor de verkiezingen.
Zij kiezen de partij.
Niet iedereen kiest voor de PVV.
Veel mensen 70-80 procent.
Kiezen niet voor de PVV.
Jaap kijk naar de kaart.
De kaart is blauw.
De PVV windt in elke gemeente.
Maar dat is niet goed.
De kaart is niet goed.
Het is verkeerd.
De PVV windt niet alles.
Er zijn veel zetels in de Tweede Kamer.
Eerst zijn er 40-50 zetels voor de grote partij.
Nu zijn er 26-22 zetels voor de grote partij.
Dus de grote partij windt niet alles.
Jaap moet goed kijken.
Hij moet goed schrijven.
Hij moet de waarheid zeggen.
Niet iedereen stempt voor de PVV.
Niet iedereen stempt voor de grote partij.
Iedereen heeft een andere stem.
De vrouw leest de krant.
Zij ziet wat Jaap schrijft.
Zij zegt.
Jaap, je bent niet goed.
Je moet beter kijken.
Je moet beter schrijven.
Jaap luistert naar de vrouw.
Hij zegt.
Je hebt gelijk.
Ik moet beter kijken.
Ik moet beter schrijven.
Jaap gaat naar zijn computer.
Hij schrijft een nieuw verhaal.
Hij schrijft de waarheid.
Niet iedereen stempt voor de PVV.
Niet iedereen stempt voor de grote partij.
Iedereen heeft een andere stem.
Het is goed.
Het is de waarheid.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze