Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Een stem uit het Achterhuis: Anne Frank

Hallo en welkom bij Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency waar we elke dag een beroemd boek samenvatten in ongeveer twintig minuten.

Perfect voor jou, als je Nederlands leert op niveau A2 of B1.

Ik ben Rick en ik ben heel blij dat je luistert.

Stel je eens voor.

Je bent dertien jaar oud.

Je moet je huis verlaten.

Je mag maar een paar spullen meenemen.

En je moet je verstoppen op een geheime plek, voor misschien wel jaren.

Je mag niet naar buiten.

Je mag geen geluid maken overdag.

Je leeft constant met de angst dat je ontdekt wordt.

Wat zou jij doen?

Hoe zou jij je voelen?

Dit is geen vraag uit een film.

Dit is het echte leven van een meisje dat we allemaal kennen.

Vandaag hebben we het over haar boek: 'Het Achterhuis', geschreven door Anne Frank.

Het is misschien wel het beroemdste dagboek van de wereld.

Het verhaal begint in negentienhonderdtweeënveertig, in Amsterdam.

Nederland is bezet door nazi-Duitsland.

Dat betekent dat de Duitse soldaten de baas zijn in het land.

Ze hebben speciale, strenge regels voor Joodse mensen.

Joodse mensen moeten een gele ster op hun kleren dragen.

Ze mogen niet meer in het park komen, niet naar de bioscoop, en hun kinderen mogen niet naar dezelfde scholen als andere kinderen.

De situatie wordt steeds gevaarlijker.

Joodse mensen worden opgepakt en naar kampen gestuurd.

In deze wereld leeft Annelies Marie Frank, die iedereen Anne noemt.

Ze is een vrolijk, slim en energiek meisje van dertien jaar.

Ze houdt van schrijven, van filmsterren en van haar vriendinnen.

Op haar dertiende verjaardag, op twaalf juni negentienhonderdtweeënveertig, krijgt ze een cadeau dat haar leven zal veranderen: een dagboek.

Ze noemt haar dagboek 'Kitty' en schrijft erin alsof Kitty haar beste vriendin is.

Ze begint haar brieven in het dagboek altijd met 'Lieve Kitty'.

Een paar weken later verandert alles.

Haar oudere zus, Margot, die zestien is, krijgt een oproep.

Ze moet zich melden om in Duitsland te gaan werken.

Maar de familie Frank weet wat dat echt betekent.

Het is een leugen.

Ze zal naar een concentratiekamp worden gestuurd.

Otto Frank, de vader van Anne en Margot, heeft een plan voorbereid.

Hij heeft een schuilplaats gemaakt.

Een plek waar zijn familie veilig kan zijn tot de oorlog voorbij is.

Deze plek is het achterhuis van zijn kantoor aan de Prinsengracht tweehonderddrieënzestig in Amsterdam.

Het is een paar lege kamers achter een boekenkast.

Niemand weet dat die kamers daar zijn.

Dit wordt hun nieuwe wereld.

Op zes juli negentienhonderdtweeënveertig duiken de familie Frank onder.

Dat zijn vader Otto, moeder Edith, en de zussen Margot en Anne.

Ze denken dat ze daar een paar maanden moeten blijven.

Niemand kon toen weten dat het meer dan twee jaar zou duren.

Ze zijn niet alleen.

Een week later komt de familie Van Pels erbij.

Vader Hermann, moeder Auguste, en hun zoon Peter, die zestien is.

Later komt er nog een achtste persoon bij: Fritz Pfeffer, een tandarts.

Acht mensen, verstopt in een paar kleine kamers.

Ze noemen hun schuilplaats 'het Achterhuis'.

Het leven in het Achterhuis is moeilijk en vol spanning.

Overdag, als de mensen in het kantoor beneden werken, moeten de onderduikers heel stil zijn.

Ze mogen niet praten, niet lopen, en de wc niet doorspoelen.

Ze fluisteren alleen.

Ze lopen op hun sokken.

Elk geluid van buiten, een sirene, een schreeuw, maakt hen bang.

Ze zijn compleet afhankelijk van een paar dappere helpers.

Dit zijn collega's van Otto Frank.

Miep Gies is de bekendste.

Zij en de anderen brengen eten, boeken, en nieuws uit de buitenwereld.

Zij zijn de enige connectie met het normale leven.

Anne beschrijft alles in haar dagboek.

Ze schrijft over de dagelijkse routine.

Opstaan, ontbijten met oud brood, studeren.

Anne en de andere kinderen krijgen les van Otto Frank.

Ze lezen veel boeken.

Anne schrijft over de kleine ruzies die vaak gebeuren.

Dat is logisch, als je met acht mensen opgesloten zit in een kleine ruimte.

Er zijn irritaties over het eten, over wie de badkamer mag gebruiken, over lawaai.

Anne heeft vaak ruzie met haar moeder.

Ze vindt haar moeder te kritisch en voelt zich onbegrepen.

Ze schrijft in haar dagboek: "Moeder en ik begrijpen elkaar niet.

Ik hou van haar, maar ik kan niet met haar praten over mijn diepste gevoelens." Ze voelt zich veel meer verbonden met haar vader, die ze Pim noemt.

Hij is haar steun en toeverlaat, de enige die haar echt lijkt te begrijpen.

In het begin vindt Anne de jongen, Peter van Pels, maar saai en stil.

Maar na meer dan een jaar verandert dat.

Ze voelen zich allebei eenzaam.

Ze beginnen met elkaar te praten, vaak op de zolder van het Achterhuis.

Daar kunnen ze samen naar de lucht kijken door een klein raam.

Ze praten over hun gevoelens, hun angsten en hun dromen.

Ze worden verliefd.

Voor Anne is dit een heel belangrijke ervaring.

Het is haar eerste liefde.

Het geeft haar iets om naar uit te kijken in de saaie, angstige dagen.

Ze schrijft over hun eerste kus, over de gesprekken die ze hebben.

Het is een klein lichtpuntje in de duisternis.

Maar de angst is er altijd.

Op een avond horen ze geluiden beneden.

Inbrekers!

Iedereen is doodsbang.

Ze houden hun adem in.

Wat als de inbrekers hen ontdekken?

Wat als de politie komt en de geheime deur achter de boekenkast vindt?

De inbrekers vertrekken, maar de angst blijft.

Anne schrijft over haar nachtmerries.

Ze droomt dat ze worden opgepakt.

De oorlog duurt veel langer dan iedereen had gehoopt.

Het eten wordt schaarser en slechter.

Ze eten vaak alleen maar aardappelen of bonen.

Iedereen is mager en zwak.

Toch verliest Anne de hoop niet.

Ze luisteren stiekem naar de radio, naar de BBC uit Engeland.

Ze horen over de invasie in Normandië, op zes juni negentienhonderdvierentwintig.

D-Day!

De geallieerden zijn in Frankrijk.

De bevrijding lijkt nu dichterbij dan ooit.

Iedereen in het Achterhuis is opgewonden en hoopvol.

Ze dromen over wat ze zullen doen als ze weer vrij zijn.

Anne droomt over teruggaan naar school, over naar buiten gaan, over frisse lucht inademen.

En ze heeft een nieuwe, grote droom.

Ze wil schrijfster of journaliste worden.

Ze hoort op de radio een oproep van de Nederlandse regering in Londen.

Ze vragen mensen om hun dagboeken en brieven te bewaren, om na de oorlog te publiceren.

Anne besluit dat ze haar dagboek wil gebruiken om een boek te schrijven.

Ze begint haar dagboek te herschrijven.

Ze wil dat de wereld weet hoe het was om als Joods meisje onder te duiken.

Ze schrijft met een nieuw doel.

Ze is niet meer alleen het meisje dat haar gevoelens opschrijft voor haar vriendin Kitty.

Ze is nu een schrijfster die een verhaal vertelt voor een groot publiek.

Haar stijl wordt volwassener.

Ze denkt na over grote vragen.

Over de natuur van de mens, over oorlog en vrede, over goed en kwaad.

Ze is kritisch op zichzelf en op de mensen om haar heen.

Ze beschrijft haar eigen ontwikkeling, van een meisje naar een jonge vrouw.

Ze ziet haar eigen fouten, haar jaloezie, haar boosheid.

Maar ze blijft geloven in het goede.

Een van haar beroemdste zinnen is: "Ik geloof, ondanks alles, nog steeds in de innerlijke goedheid van de mens." Ze schrijft dit terwijl buiten de bommen vallen en mensen worden vermoord.

Het is een ongelooflijk krachtige gedachte voor een meisje van vijftien jaar in haar situatie.

Ze ziet de schoonheid in de kleine dingen.

Ze kijkt vaak naar een grote kastanjeboom vanuit het zolderraam.

De boom die bloeit in de lente geeft haar hoop.

Het herinnert haar eraan dat er buiten hun kleine, verborgen wereld nog een echte wereld is.

Een wereld waar de natuur gewoon doorgaat.

De laatste brief in haar dagboek is van één augustus negentienhonderdvierentwintig.

Ze schrijft over haar twee kanten.

De vrolijke, grappige Anne die iedereen kent.

En de stille, serieuze Anne die niemand ziet.

Ze worstelt met wie ze echt is.

Ze wil de wereld haar betere kant laten zien, maar ze is bang dat mensen haar niet serieus zullen nemen.

Dit is waar het dagboek stopt.

Drie dagen later, op vier augustus negentienhonderdvierentwintig, gebeurt het ondenkbare.

De deur wordt opengerukt.

Nederlandse politieagenten, onder leiding van de Duitse Sicherheitsdienst, vallen het Achterhuis binnen.

Iemand heeft hen verraden.

We weten tot op de dag van vandaag niet zeker wie dat was.

De acht onderduikers worden gearresteerd.

Ze worden naar het politiebureau gebracht en daarna naar kamp Westerbork in Nederland.

Van daaruit worden ze op de trein gezet naar Auschwitz-Birkenau in Polen.

Na de arrestatie worden het Achterhuis en de spullen van de onderduikers meegenomen.

Maar Miep Gies en een andere helper, Bep Voskuijl, gaan terug naar de schuilplaats.

Op de grond vinden ze de dagboeken en losse papieren van Anne.

Miep raapt alles op en bewaart het in een la van haar bureau.

Ze hoopt het aan Anne terug te kunnen geven als ze terugkomt na de oorlog.

Maar Anne komt niet terug.

Van de acht mensen uit het Achterhuis overleeft alleen Otto Frank, de vader van Anne, de oorlog.

Hij wordt bevrijd uit Auschwitz door de Russen in januari negentienhonderdvijfenveertig.

Na de oorlog keert hij terug naar Amsterdam.

Hij hoopt en wacht op nieuws over zijn vrouw en dochters.

Na een lange, onzekere tijd hoort hij dat zijn vrouw Edith in Auschwitz is gestorven.

En dan, in juli negentienhonderdvijfenveertig, krijgt hij het vreselijke bericht dat ook zijn dochters, Margot en Anne, niet meer leven.

Ze zijn in het kamp Bergen-Belsen gestorven, een paar weken voor de bevrijding van dat kamp.

Ze stierven aan de ziekte tyfus, uitgeput en ziek.

Pas dan geeft Miep Gies het dagboek aan Otto.

Ze zegt: "Dit is de erfenis van je dochter Anne." Otto begint te lezen.

Hij leest de woorden van zijn dochter en ontdekt een Anne die hij niet kende.

Een meisje met diepe gedachten, met dromen en met een ongelooflijk talent voor schrijven.

Hij besluit om haar grootste wens te vervullen.

Hij zorgt ervoor dat haar dagboek een boek wordt.

In negentienhonderdzevenenveertig wordt 'Het Achterhuis' voor het eerst gepubliceerd in Nederland.

Daarna wordt het vertaald in tientallen talen en wordt het een van de meest gelezen boeken ter wereld.

Wat maakt dit boek nu zo speciaal?

Het is niet alleen een historisch document over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging.

Het is veel meer dan dat.

Het is het persoonlijke verhaal van een opgroeiend meisje.

Je leest over haar onzekerheden, haar verliefdheid, haar dromen.

Het zijn gevoelens die elke tiener herkent, waar en wanneer je ook leeft.

Dat maakt het boek zo universeel en tijdloos.

Anne geeft een stem en een gezicht aan de zes miljoen Joodse slachtoffers van de Holocaust.

Ze was niet zomaar een nummer in de statistieken.

Ze was een echt persoon, met hoop, dromen en een leven dat van haar is afgenomen.

Een van de belangrijkste thema's in het boek is hoop.

Ondanks de constante angst en de vreselijke omstandigheden, blijft Anne hoopvol.

Ze gelooft in een goede afloop.

Ze plant haar toekomst.

Ze wil leven, ze wil iets bereiken.

Haar dagboek is het bewijs van haar onbreekbare geest.

Ze schrijft: "Ik wil niet voor niets geleefd hebben, zoals de meeste mensen.

Ik wil nut hebben of genoegen geven aan de mensen die om mij heen leven, maar die mij toch niet kennen.

Ik wil voortleven, ook na mijn dood!" En dat is precies wat er is gebeurd.

Door haar dagboek leeft Anne Frank voor altijd voort.

Een ander thema is familie en menselijke relaties.

Wat gebeurt er als mensen gedwongen worden om zo dicht op elkaar te leven?

Het boek laat zien hoe relaties onder druk komen te staan.

Er zijn ruzies en irritaties.

Maar er is ook liefde, steun en vriendschap.

Je ziet hoe mensen, ondanks alles, proberen om er het beste van te maken.

Het boek is een soort psychologische studie van een kleine groep mensen in een extreme situatie.

En natuurlijk is de oorlog zelf een centraal thema.

Je leest niet over de gevechten aan het front.

Je leest over de oorlog door de ogen van een kind dat opgesloten zit.

Je voelt de angst, de honger, de onzekerheid.

Je hoort de bommen vallen.

Je hoort het nieuws van de radio.

Het laat zien wat oorlog doet met gewone mensen, met families, met kinderen.

Het maakt de grote, abstracte geschiedenis heel persoonlijk en voelbaar.

Het verhaal van Anne Frank eindigt tragisch.

Ze heeft haar droom om een beroemde schrijfster te worden niet zelf kunnen meemaken.

Maar haar boek is een monument geworden.

Het Achterhuis aan de Prinsengracht is nu een museum, het Anne Frank Huis.

Miljoenen mensen van over de hele wereld bezoeken deze plek elk jaar.

Ze lopen door de kamers waar Anne en haar familie leefden.

Ze zien de foto's die Anne op de muur plakte.

En ze staan stil bij het verhaal van dit bijzondere meisje.

'Het Achterhuis' is een boek dat je bijblijft.

Het is verdrietig, ja.

Maar het is ook een verhaal vol leven, moed en hoop.

Het laat zien dat de stem van één persoon de wereld kan veranderen.

Anne's wens om voort te leven na haar dood is uitgekomen.

Haar stem wordt nog steeds gehoord, en haar verhaal wordt nog steeds verteld.

En dat is waarom we dit boek blijven lezen.

Om niet te vergeten.

En om te leren van de kracht van een jong meisje dat, zelfs in de donkerste tijden, bleef schrijven en dromen.

Bedankt voor het luisteren naar Boekisodes van Dutch Fluency.

Je vindt de transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

En die dromen en gedachten zijn wat het boek zo speciaal maakt.

Het is niet alleen een verslag van de oorlog.

Het is een kijkje in het hoofd en het hart van een opgroeiend meisje.

Maar Anne was natuurlijk niet alleen in het Achterhuis.

Het is belangrijk om te weten wie de andere mensen waren.

Er waren zeven andere onderduikers.

Eerst was er haar eigen familie.

Haar vader, Otto Frank.

Anne had een heel goede band met haar vader.

Ze noemde hem Pim.

Hij was haar steun en toeverlaat.

Haar moeder, Edith Frank.

Met haar moeder had Anne een moeilijkere relatie.

Dit lees je ook in het dagboek.

Ze voelde zich vaak niet begrepen door haar moeder.

En dan was er haar zus, Margot.

Margot was drie jaar ouder dan Anne.

Ze was rustiger en serieuzer.

Anne keek soms tegen haar op, maar voelde ook concurrentie.

Naast de familie Frank was er een andere familie: de familie Van Pels.

In het dagboek noemt Anne hen de familie Van Daan.

Dit deed ze om hun echte identiteit te beschermen.

De familie bestond uit Hermann van Pels, zijn vrouw Auguste en hun zoon Peter.

Peter was een paar jaar ouder dan Anne.

In het begin vond Anne hem maar saai en stil.

Maar na een tijdje in het Achterhuis groeiden ze naar elkaar toe.

Ze werden verliefd en hun relatie is een belangrijk en ontroerend deel van het boek.

Het laat zien dat het normale leven, met gevoelens van vriendschap en liefde, doorging.

Zelfs op zo'n enge en onzekere plek.

De achtste persoon was Fritz Pfeffer, een tandarts.

Anne noemt hem Albert Dussel in haar dagboek.

Dussel betekent 'sukkel' of 'idioot' in het Duits.

Dat laat al zien dat ze hem niet zo aardig vond.

Hij deelde een kamer met Anne.

Dit was heel moeilijk voor haar.

Ze had bijna geen privacy meer.

De ruzies en irritaties tussen de onderduikers zijn ook een groot thema in het boek.

Het is heel begrijpelijk.

Acht mensen, opgesloten in een kleine ruimte, voor meer dan twee jaar.

Dat zorgt voor spanning.

Maar er waren ook mensen buiten het Achterhuis die heel belangrijk waren.

De helpers.

Zonder deze moedige mensen was het leven in het Achterhuis onmogelijk.

De belangrijkste helpers waren Miep Gies, Bep Voskuijl, Johannes Kleiman en Victor Kugler.

Zij werkten in het bedrijf van Otto Frank, op de begane grond.

Elke dag brachten zij eten, boeken en nieuws uit de buitenwereld.

Ze deden dit met groot gevaar voor hun eigen leven.

Als de nazi's ontdekten dat je Joden hielp, werd je zwaar gestraft.

Je kon naar een concentratiekamp worden gestuurd.

Deze helpers waren de enige connectie met de buitenwereld.

Ze brachten hoop.

Miep Gies was misschien wel de bekendste helper.

Na de arrestatie van de families ging Miep terug naar het Achterhuis.

Ze vond Anne's dagboek en andere papieren op de grond.

Ze heeft alles bewaard.

Ze hoopte het aan Anne terug te kunnen geven na de oorlog.

Toen ze hoorde dat Anne was overleden, gaf ze het dagboek aan Otto Frank, de enige overlevende.

Zonder Miep Gies hadden we het dagboek van Anne Frank nooit kunnen lezen.

Haar moed heeft Anne's stem gered.

Het dagelijks leven in het Achterhuis was een leven van regels en angst.

Overdag moesten ze heel stil zijn.

De mensen in het magazijn beneden mochten hen niet horen.

Ze mochten niet naar het toilet.

Ze mochten geen water laten stromen.

Ze liepen op sokken.

Pas na kantoortijd, als de werknemers naar huis waren, konden ze wat meer geluid maken.

Het eten was ook een probleem, zeker later in de oorlog.

Soms was er heel weinig.

Dan aten ze wekenlang hetzelfde, bijvoorbeeld alleen maar bonen of aardappels.

Anne beschrijft de honger en de eentonige maaltijden.

Maar ze beschrijft ook de kleine feestjes.

Een verjaardag, een klein cadeautje.

Deze kleine momenten van vreugde waren heel belangrijk om de moed erin te houden.

Een ander belangrijk detail is hoe Anne haar dagboek schreef.

Ze schreef haar brieven aan een denkbeeldige vriendin, Kitty.

Ze begint haar teksten vaak met 'Lieve Kitty'.

Hierdoor voelt het boek niet als een saai verslag.

Het voelt als een gesprek tussen vriendinnen.

Je leest haar diepste geheimen, haar angsten, haar dromen en haar verliefdheid.

Door te schrijven aan Kitty, kon Anne alles vertellen wat ze voelde.

Het dagboek was haar beste vriendin in een tijd dat ze niemand anders in vertrouwen kon nemen.

Naast haar dagboek schreef Anne ook korte verhalen.

Ze had de droom om journaliste en schrijfster te worden.

Ze wilde na de oorlog een boek publiceren over haar tijd in het Achterhuis.

Ze is zelfs begonnen met het herschrijven van haar eigen dagboek.

Ze wilde het beter en mooier maken voor publicatie.

Dit laat zien hoe serieus ze was over haar droom.

Het verhaal van Anne Frank is dus meer dan alleen een triest verhaal over de oorlog.

Het is een verhaal over de kracht van woorden.

Het is een verhaal over opgroeien onder extreme omstandigheden.

Het laat zien hoe belangrijk vrijheid is.

Iets wat voor ons vaak zo normaal is.

Door Anne's ogen zien we wat het betekent als die vrijheid wordt afgenomen.

Haar verhaal herinnert ons eraan dat we moeten vechten voor een wereld waarin iedereen in vrijheid en veiligheid kan leven.

Het leert ons om niet onverschillig te zijn voor onrecht.

En het toont de ongelofelijke veerkracht van de menselijke geest.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze