

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé Tom, zie jij dat veld daar?
TOM: Ja, veel mensen spelen voetbal vandaag.
Kijk, daar zijn twee teams aan het spelen.
JULIA: Het is echt populair nu, hè?
Iedereen heeft het erover.
RICK: Klopt, na het WK van Team USA.
Mijn neef wilde eerst basketbal, maar nu wil hij ook voetballen.
TOM: Was het succes groot?
Ik hoorde dat veel mensen keken.
JULIA: Ja, heel groot.
Mijn broer keek elke wedstrijd.
Iedereen heeft het erover.
RICK: Mijn neef wil nu ook voetballen.
Hij is pas acht, maar hij traint al elke dag.
TOM: Dat is leuk.
Maar er zijn ook zorgen.
Mijn club heeft een wachtlijst voor kinderen.
JULIA: Welke zorgen?
Is het te druk?
RICK: Mensen zeggen dat het te druk wordt.
Mijn neef kan niet bij een club komen.
TOM: Ja, velden zijn vol.
En clubs hebben wachtlijsten.
Soms moet je maanden wachten.
JULIA: Oh, dat is lastig.
Mijn nichtje wilde ook, maar ze moet wachten.
RICK: Maar het is goed voor de sport.
Meer kinderen bewegen, dat is gezond.
TOM: Zeker.
Meer kinderen bewegen.
En het is beter dan binnen zitten.
JULIA: En het is gezellig om samen te kijken.
Vorige week keek ik met vrienden.
RICK: Vind jij voetbal leuk, Julia?
Je kijkt soms, maar speel je ook?
JULIA: Ik kijk soms.
Maar ik speel niet.
Ik ben niet zo goed met een bal.
TOM: Ik speel elke week met vrienden.
Het is mijn favoriete sport.
RICK: Echt?
Waar speel jij?
Is het ver?
TOM: Bij het sportpark om de hoek.
Het is klein, maar het is fijn.
JULIA: Is dat ver van hier?
Ik ken dat park niet.
TOM: Nee, tien minuten lopen.
Het is naast de supermarkt.
RICK: Misschien gaan we een keer kijken.
Ik ben benieuwd naar jouw team.
JULIA: Goed idee.
Ik neem koffie mee.
En misschien koekjes.
TOM: Ha, jij met je koffie.
Altijd koffie bij jou.
RICK: Koffie en voetbal, een goede combo.
Ik drink ook graag koffie.
JULIA: Zeker.
En nu is het nog mooi weer.
Geen regen, alleen zon.
RICK: Laten we nog een rondje lopen.
Het is rustig en we hebben tijd.
TOM: Oké.
Ik vertel je over het team.
We hebben een wedstrijd zaterdag.
JULIA: Welk team?
Speel je tegen een andere club?
TOM: Mijn team.
We hebben een wedstrijd zaterdag.
Tegen een team uit de stad.
RICK: Spannend.
Wie speelt er?
Alleen jij en vrienden?
TOM: Ik en een paar collega's.
En een buurman.
We zijn met elf.
JULIA: Kunnen we komen kijken?
Ik wil graag zien hoe je speelt.
TOM: Natuurlijk.
Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
Neem je koffie maar mee.
RICK: Mooi.
Dan drink ik daar koffie.
En ik neem mijn camera mee.
JULIA: Jij ook met koffie.
Jij en Tom zijn echte koffiefans.
RICK: Het is verslavend.
Maar het is lekker.
TOM: Laten we verder lopen.
Ik wil nog een stukje door het park.
JULIA: Het park is rustig vanochtend.
Alleen wat vogels en wandelaars.
RICK: Ja, alleen de voetballers zijn druk.
Zij rennen veel.
TOM: Straks komen er nog meer.
Na de lunch zijn er altijd meer teams.
JULIA: Misschien moeten we een bal meenemen.
Dan kunnen we zelf spelen.
RICK: Volgende keer.
Nu genieten we van het weer.
Het is te warm om te rennen.
TOM: Goed plan.
Ik ben moe van het werk.
Deze wandeling is goed.
JULIA: Werk is saai.
Maar het park is fijn.
De lucht is fris.
RICK: Zeg dat wel.
Dit is ontspanning.
Geen telefoon, geen stress.
TOM: En voetbalpraten.
Dat is ook leuk.
Het brengt ons samen.
JULIA: Vooral met goede koffie.
En een lekker zonnetje.
RICK: Ja, de beste combinatie.
Tot de volgende keer.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze