Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De rode rijst

Bo woont in China. Hij is vijf jaar. Hij heeft een kleine kat. De kat heet Tom.

Tom zit op een stoel. Bo zit op de grond. Hij doet zijn schoenen aan. Tom speelt met een schoen.

Bo lagt naar de kat. Papa Han staat bij de deur. Buiten schijnt de zon. Bo gaat met papa naar Lin. Lin heeft een groot huis.

Daar zijn veel kleine kinderen. De kinderen spelen daar elke dag.

Hem papa en mama werken. Lin maakt eten voor de kinderen. An werkt ook in het huis.

Hij speelt vaak met Bo. Bo loopt naar het raam. Hij ziet een kleine vogel. De vogel zit op een tak.

Bo zegt zacht. Dag vogel. De vogel maakt een kort geluid. Bo maakt ook een kort geluid.

An lacht en kijk naar buiten. Je hebt geen vogel, Bo. Bo lagt nu ook.

Op tafel staat een grote pan. In de pan zit rijst. De rijst is wit en warm. Er staan ook kleine borden.

Bo telt de borden op tafel. 1, 2, 3, 4, 5. Er is een bord voor hem.

Zijn bord heeft een blauwe rand. Naast zijn bord staat een glas. Lin staat bij de pan.

Hij heeft een kleine pot. In de pot zit een groot spul. Lin doet het door de rijst.

Hij roert met een grote label. De witte rijst is nu rood. Bo kijkt naar zijn rode eten.

Hij eten nog niet. An komt naar de tafel. Ze kijkt naar de kleine pot.

Even tussendoor. Bedankt voor het luisteren. Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal. Op de pot staat een muur. Naast de muur staat een kwast.

Anpak de pot van Lin. Ze kijkt naar hem. Dit spul is voor de muur. Ze zet de pot hoog weg.

Het hoort niet in ons eten. Anpak de boorden van tafel. De kinderen eten de rijst niet.

Bo kijkt naar zijn lege plek. Waar is mijn eten nu? An gaat naast hem zitten. Ik maak iets voor jou.

Ze pakt een schone pan. Ze wast ook haar handen. Bo wast zijn handen ook. An maakt rijst met een i. Er komt water op tafel.

De kinderen krijgen een schoonbord. Bo ruikt het warmen eten. Zijn i is een beetje rond. Hij kijkt naar een gele i.

Een kleine zon op mijn bord. An lacht om zijn kleine zon. Bo eten en drinkt wat water.

Han komt naar het huis. An praat met hem. Lin zit op een stoel. Hij kijkt naar zijn handen. De pot staat op een kast.

Han kijkt naar de pot. Hij kijkt ook naar de rijst. Dan neemt hij Bo mee. Bo geeft aan nog een hand.

Lin gaat naar een ander huis. Daar blijft de deur dicht. Hij blijft daar zijn hele leven. Hij maakt geen eten meer voor kinderen.

An werkt nu in een ander huis. De kinderen komen daar ook. Er is een grote tafel. Bo zit graag naast aan.

Vandaag eet Bo weer rijst. Zijn eten ruikt goed. Zijn bord heeft een blauwe rand. Naast zijn rijst ligt een i. Bo kijkt en lacht.

Daar is mijn kleine zon. Hij is blij bij aan. Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency. Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlandse zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause