
Pippi Langkous: Het meisje dat de wereld op zijn kop zette

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Stel je voor.
Een meisje van negen jaar woont helemaal alleen in een groot huis.
Ze heeft geen vader of moeder die voor haar zorgt.
Geen regels.
Geen bedtijd.
Geen huiswerk.
Klinkt dat als een droom of als een nachtmerrie.
Voor Pippi Langkous is het gewoon haar leven.
En het is een leven vol avontuur.
Vandaag vertel ik je over het beroemde boek Pippi Langkous.
Geschreven door de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren.
Het boek kwam uit in 1945.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Kinderen over de hele wereld lazen het en werden verliefd op dat rare,
sterke meisje met haar rode vlechten.
Astrid Lindgren bedacht het verhaal voor haar dochter die ziek was.
En dat merk je.
Het boek voelt als een verhaal dat iemand speciaal voor jou vertelt.
Gewoon omdat het leuk is.
Het is een klein dorpje in Zweden.
Daar staat een huis met een tuin.
Het huis heet Villa Kakelbont.
De verf bladdert van de muren.
Er groeien wilde planten in de tuin.
Het huis is een beetje vervallen, maar het is ook een vrolijk huis.
In dat huis woont een meisje van negen jaar.
Ze woont er helemaal alleen.
Samen met haar woont een aapje.
Het aapje heet meneer Nilsson.
Er is ook een paard.
Het paard staat op de veranda.
Er is geen stal.
Dus staat het paard gewoon op de veranda.
Pippi heeft geen vader of moeder.
haar moeder is overleden.
Haar vader is kapitein op een schip.
Hij vaart over de grote oceaan.
Pippi gelooft dat hij koning is geworden.
Koning van een ver eiland.
Daarom noemt ze zichzelf Pippi Langkous.
Langkous was de achternaam van haar vader.
Pippi regelt alles zelf.
Ze kookt haar eigen eten.
Ze maakt haar eigen regels.
Er is geen bedtijd.
Er is geen huiswerk.
Ze doet wat ze wil.
Dat is haar leven.
En het is een leven vol avontuur.
Ze is nooit alleen.
Meneer Nilsson is altijd bij haar.
Het paard staat naast de deur.
Pippi praat met hen.
Ze vertelt verhalen over haar vader.
Over de zee en over het eiland.
Ze wacht op een brief van hem.
Elke dag kijkt ze of er post is.
Maar ze is niet verdrietig.
Ze is vrij.
Ze is negen jaar.
En ze is de baas in Villa Kakelbont.
Naast Villa Kakelbont staat nog een huis.
Daar wonen Tommy en Annika.
Het zijn twee brave kinderen.
Ze doen altijd wat hun ouders zeggen.
Ze gaan netjes naar school.
Ze eten netjes hun bord leeg.
Ze gaan op tijd naar bed.
Hun leven is veilig.
Hun leven is voorspelbaar.
Elke dag is hetzelfde.
Tot Pippi in Villa Kakelbont komt wonen.
Op een dag zien Tommy en Annika haar in de tuin.
Pippi draagt een rare jurk.
De jurk heeft allemaal verschillende lapjes.
Ze heeft een zwarte schoen en een bruine schoen.
Tommy en Annika kijken naar haar.
Ze weten niet wat ze moeten denken.
In het begin vinden ze Pippi een beetje vreemd.
Ze kijken naar haar kleren.
Ze kijken naar haar schoenen.
Maar dan begint Pippi te lachen.
Ze zwaait naar hen.
Ze roept.
Kom spelen.
Tommy en Annika kijken elkaar aan.
Ze gaan naar haar toe.
Pippi tilt haar paard op.
Het paard hangt in de lucht.
Tommy en Annika geloven hun ogen niet.
Pippi gooit twee mannen de lucht in.
De mannen vliegen door de tuin.
Pippi lacht hard.
Ze is nooit bang.
Nooit.
Tommy en Annika zijn vaak wel bang.
Bang voor de politie.
Bang voor boeven.
Bang voor straf.
Maar Pippi is niet bang.
Ze leert hen dat je niet altijd braaf hoeft te zijn.
Al snel vinden ze Pippi het leukste meisje dat ze ooit hebben ontmoet.
Het is een dag in de zomer.
Tommy en Annika lopen door hun straat.
Ze komen langs het grote huis naast hen.
Dat huis heet Villa Kakelbont.
Er woont sinds kort een meisje.
Ze heet Pippi.
Tommy en Annika zien haar in de tuin.
Pippi draagt een grote hoed.
Ze loopt achterstevoren door het gras.
Tommy stopt en kijkt.
Hij vraagt: waarom loop je achterstevoren?
Pippi blijft staan.
Ze zegt omdat ik vrij ben.
Ik mag lopen hoe ik wil.
Tommy en Annika kijken elkaar aan.
Zo iets hebben ze nog nooit gehoord.
Pippi lacht en zwaait.
Ze vraagt.
Willen jullie komen spelen?
Tommy en Annika knikken.
Ze lopen de tuin in.
Vanaf die dag zijn ze vrienden.
Elke dag gaan ze naar Villa Kakelbont.
Ze klimmen in de bomen.
Ze zoeken naar schatten op zolder.
Ze luisteren naar Pippi's verhalen.
Pippi vertelt over China.
Ze vertelt over Afrika.
Ze vertelt over haar vader.
Haar vader is kapitein op een schip.
Hij is koning geworden van een eiland.
Tommy en Annika geloven niet alles.
Maar ze vinden het heerlijk om te luisteren.
Ze lachen om haar verhalen.
Ze blijven tot het avond wordt.
Dan gaan ze naar huis.
Ze zijn blij met hun nieuwe vriendin.
Op een dag hebben Tommy en Annika een plan.
Alle kinderen gaan naar school.
Dus waarom Pippi niet?
Ze zeggen het tegen Pippi.
Pippi vindt het een goed idee.
Ze gaat mee.
In de klas zitten alle kinderen netjes op een stoel.
De juf ziet Pippi.
De juf vraagt.
Kun jij rekenen?
Pippi zegt.
Ja, ik kan heel goed rekenen.
De juf vraagt.
Hoeveel is zeven plus vijf?
Pippi denkt diep na.
Dan zegt ze.
Dat is twaalf.
Maar ik weet niet of het klopt.
Ik heb het nog nooit nodig gehad.
De klas lacht.
De juf probeert het nog een keer.
Ze vraagt Pippi om het woord.
Raam te spellen.
Pippi zegt.
R-a-a-m.
Nee, zegt de juf.
Het is R-a-a-m.
Pippi zegt.
Dat zei ik toch.
De juf zucht.
De juf legt uit dat Pippi moet leren.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
leren lezen en schrijven
Pippi zegt.
Maar ik kan al lezen en schrijven.
Ik heb het mezelf geleerd.
De juf gelooft haar niet.
Dan pakt Pippi een potlood.
Ze schrijft iets op het bord.
Het is geen echt woord.
Maar het lijkt op schrijven.
De juf wordt boos.
Pippi vindt school maar saai.
Ze gaat niet meer terug.
Tommy en Annika vinden het jammer.
Maar ze begrijpen het wel.
Pippi is nu eenmaal anders.
Ze gaan weer elke dag naar Villa Kakelbont.
Daar spelen ze verder.
Daar is geen juf en geen bord.
Daar zijn alleen bomen, zolder en verhalen.
Een paar dagen later is er een groot feest in het dorp.
Er is een circus.
Tommy en Annika gaan erheen met hun ouders.
Ze lopen tussen de mensen door naar de ingang.
Hun ouders kopen kaartjes.
Tommy en Annika zoeken een plek.
Ze gaan zitten op de tribune.
De lichten gaan uit.
De muziek begint te spelen.
Een man in een hoge hoed komt de ring in.
Hij roept dat de show gaat beginnen.
Iedereen klappt.
Tommy en Annika kijken naar de ring.
Dan komt er een paard de ring in.
Het paard is wit met een lange manen.
Een meisje in een glitterpakje springt op het paard.
Ze doet kunstjes.
Ze staat op het paard.
Ze springt door een hoepel.
Iedereen klapt.
Tommy en Annika klappen ook.
Pippi gaat ook naar het circus.
Alleen.
Ze koopt een kaartje bij de kassa.
Ze loopt naar de eerste rij.
Ze gaat zitten op een stoel.
Ze kijkt naar de ring.
Het paard komt weer in de ring.
Pippi klapt heel hard.
Dan roept ze.
Dat kan ik ook.
De circusdirecteur hoort het.
Hij wordt boos.
Hij zegt: stil jij daar.
Maar Pippi luistert niet.
Ze springt de ring in.
Ze pakt het paard bij de manen.
Ze tilt het paard op.
Het paard hangt in de lucht.
Het publiek juicht.
De directeur rent naar haar toe.
Dan tilt Pippi ook hem op.
De mensen lachen en klappen.
Pippi zet de directeur neer.
Ze lopen terug naar haar stoel.
Ze is niet gemeen.
Ze wil alleen laten zien wat ze kan.
Tommy en Annika glimlachen.
Hun vriendin is echt het sterkste meisje van de wereld.
Op een avond gebeurt er iets spannend.
Twee boeven komen naar Villa Kakelbont.
Ze denken dat Pippi rijk is.
Ze willen haar geld stelen.
De boeven sluipen door de tuin.
Ze klimmen naar binnen.
Pippi ligt in bed met meneer Nilsson.
Ze hoort iets.
Ze doet als of ze slaapt.
De boeven zoeken in de kamer.
Ze kijken in een kast.
Ze kijken onder het bed.
Dan zegt Pippi.
Hey, wat doen jullie in mijn huis?
De boeven schrikken.
Ze dreigen met een mes.
Pippi lacht.
Ze pakt de boeven op.
Ze gooit ze uit de deur.
De boeven vallen in de tuin.
Ze staan op en rennen weg.
Maar even later komen de boeven terug.
Nu klimmen ze via de schoorsteen naar binnen.
Pippi hoort het.
Ze staat op.
Ze pakt een touw.
Ze bindt de boeven vast.
Dan danst ze met hen door de kamer.
De boeven smeken om genade.
Pippi laat hen gaan.
Ze geeft hen zelfs een paar munten.
Ze doet dat, omdat ze zielig zijn.
De boeven begrijpen er niets van.
Ze rennen weg.
Ze komen nooit meer terug.
Tommy en Annika horen het verhaal de volgende dag.
Ze zijn trots op Pippi.
Ze is niet alleen sterk.
Ze is ook nog eens dapper en aardig.
Pippi gaat met Tommy en Annika naar de markt.
Ze loopt langs de kraampjes en kijkt naar alle snoepjes.
Bij een kraam met zuurstokken blijft ze staan.
Ze koopt alle snoepjes van de kraam.
Dan deelt ze de snoepjes uit aan alle kinderen op de markt.
De kinderen lachen en springen.
Even later klimt Pippi in een hoge boom.
Bovenin zit een kat die niet naar beneden durft.
Pippi pakt de kat voorzichtig op.
Ze klimt naar beneden en zet de kat op de grond.
De kat rent weg.
Daarna viert Pippi haar verjaardag met een groot feest.
Tommy en Annika komen ook.
Ze eten taart en spelen spelletjes in de tuin.
Op een dag komt er een brief.
De brief is van Pippi's vader.
Hij is koning geworden van een eiland in de stille Zuidzee.
Hij wil dat Pippi bij hem komt wonen.
Pippi is blij.
Ze pakt haar koffer.
Tommy en Annika zijn verdrietig.
Ze willen niet dat Pippi weg gaat.
Pippi ziet hun gezichten.
Ze denkt na.
Dan zegt ze.
Ik ga niet weg.
Ik blijf hier.
Tommy en Annika juichen.
Pippi lacht.
Ik kan altijd nog koning worden als ik groot ben.
Maar nu wil ik spelen.
En dus blijft Pippi in Villa Kakelbont.
Voor altijd.
9 jaar.
Voor altijd.
Vrij.
Wat maakt Pippi Langkous zo bijzonder?
Het boek gaat over vrijheid.
Pippi doet wat ze wil.
Ze heeft geen ouders die haar vertellen wat ze moet doen.
Ze gaat niet naar school als ze geen zin heeft.
Ze eet snoep als ze honger heeft.
Ze slaapt wanneer ze moe is.
Voor kinderen is dat een droom.
Maar het boek gaat ook over kracht.
Pippi is niet alleen lichamelijk sterk.
Ze is ook mentaal sterk.
Ze is niet bang voor boeven, voor politieagenten, of voor wat andere mensen van haar denken.
Ze is wie ze is.
En ze laat Tommy en Annika zien dat je niet braaf hoeft te zijn om goed te zijn.
Dat is een belangrijke les.
Je mag anders zijn.
Je mag je eigen regels maken.
En je mag spelen.
Altijd.
Aan het einde van het boek blijft Pippi in Villa Kakelbont.
Ze is nog steeds negen jaar.
Ze zal nooit volwassen worden.
Dat is de magie van het verhaal.
Pippi is een symbool van jeugd en vrijheid.
Ze herinnert ons er aan dat het leven niet alleen gaat over regels en plichten.
Het gaat ook over plezier, vriendschap en avontuur.
Astrid Lindgren schreef een boek dat al bijna 80 jaar kinderen en volwassenen blij maakt.
En als je het nu leest, voel je je weer even negen jaar.
Je wilt in een boom klimmen, een paard optillen en achterste voren lopen.
Gewoon omdat het kan.
Pippi Langkous is een boek dat je hart warm maakt.
En dat is precies waarom het de moeite waard is om te luisteren.
Ga naar Dutchfluency.com slash transcripts waar je op woorden kunt klikken en vertalingen ziet.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze