Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Ontploffing in Woerden

Het was een gewone dinsdagavond in Woerden.

Ik zat in de woonkamer met een kopje thee, terwijl ik naar het nieuws keek.

Buiten was het rustig, maar ik hoorde ineens een harde knal.

Het geluid was zo luid dat mijn thee uit mijn hand schoot.

De vloeistof spatte over de tafel en mijn handen trilden.

Ik dacht eerst aan onweer, maar het was een heldere hemel.

De lucht was donkerblauw, zonder een wolk.

Toen ik uit het raam keek, zag ik rook uit een appartementencomplex komen.

De rook was grijs en dik, en ik rook een vreemde geur van verbrand metaal.

Mijn hart begon sneller te kloppen.

Wat was er gebeurd?

Ik pakte snel mijn telefoon en belde mijn buurvrouw, mevrouw De Vries.

Zij woont in dat complex, dus ik was bezorgd.

Ze nam niet op, dus ik besloot naar buiten te gaan.

Op straat was het al druk.

Mensen stonden in groepjes te praten en wezen naar het gebouw.

Ik hoorde stemmen door elkaar, sommige mensen riepen.

De brandweer was er al, en politieagenten hielden iedereen op afstand.

Ze droegen gele hesjes en praatten met elkaar.

Ik hoorde iemand zeggen dat er een explosie was geweest in een appartement op de derde verdieping.

Gelukkig was er geen brand, maar de schade was groot.

De politie had 24 woningen ontruimd, omdat het gebouw niet veilig meer was.

Ik zag gezinnen met kinderen op straat staan.

Sommige mensen hadden alleen hun pyjama aan.

Het was koud, dus ik bood aan om koffie en dekens te halen.

Ik liep snel naar huis en pakte een stapel dekens uit de kast.

Toen ik terugkwam, zag ik een jonge vrouw, Fatima, die me vertelde dat ze net thuis was gekomen van haar werk.

Ze had haar sleutels nog in haar hand toen de explosie gebeurde.

'Ik schrok me rot,' zei ze met een trillende stem.

'Ik dacht dat mijn flat instortte.' Haar ogen waren groot en ze ademde snel.

Ik gaf haar een deken en ze sloeg die om haar schouders.

De koude wind blies door de straat en ik zag haar rillen.

De politie vertelde later dat er waarschijnlijk een gaslek was.

De bewoner van het appartement was niet thuis, dus er waren geen gewonden.

Dat was een opluchting, maar de mensen waren nog steeds geschokt.

Ik liep naar een oude man, meneer Jansen, die op een bankje zat.

Hij was 78 jaar en woonde al twintig jaar in het complex.

'Ik heb veel meegemaakt,' zei hij, 'maar dit nog nooit.' Zijn ogen waren vochtig en hij hield zijn handen om een beker warme chocolademelk die ik hem gaf.

Ik zag dat zijn vingers trilden.

Hij vertelde me over een storm in 1998, maar dat was anders, zei hij.

De lucht rook naar nat asfalt en de straatverlichting gaf een oranje gloed.

Na een paar uur mochten de meeste bewoners terug naar hun huizen.

Alleen de mensen van de derde verdieping moesten ergens anders slapen.

De gemeente had een noodopvang geregeld in een sporthal.

Ik voelde me verdrietig voor hen, maar ook blij dat iedereen veilig was.

Toen ik weer thuis was, dronk ik een nieuwe kop thee.

De televisie stond nog aan, maar ik keek niet meer.

Ik dacht aan de chaos van die avond.

De geur van rook hing nog in mijn kleren.

Ik herinnerde me de trillende stem van Fatima en de ogen van meneer Jansen.

Soms verandert een gewone dag in iets bijzonders.

Het belangrijkste is dat we elkaar helpen.

Ik keek naar de donkere lucht en voelde me dankbaar voor mijn eigen veilige huis.

De stilte was vreemd na alle lawaai.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze