

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandag ochtend.
Tom zit in de bus.
Hij gaat naar zijn werk.
De bus is vol.
Mensen duwen.
Het regent buiten.
Tom hoort de regen op het raam tikken.
Tik, tik, tik.
Hij ruikt natte jassen.
De bus ruikt naar natte jassen.
Tom kijkt naar zijn telefoon.
Hij leest het nieuws.
Dan ziet hij een bericht.
Zijn ogen worden groot.
Tom zegt, nee, dat kan niet waar zijn.
De man naast hem vraagt.
Wat is er aan de hand?
Tom zegt, het weer bericht.
Ze zeggen dat het vandaag gaat sneeuwen.
In april.
Dat is toch niet normaal?
De man lacht.
sneeuw in april?
Dat is een grap.
Maar Tom is serieus.
Hij laat zijn telefoon zien.
De man leest het.
Nu lacht hij niet meer.
Wat?
Echt waar?
Dat is raar.
Tom schut zijn hoofd.
Ik snap er niets van.
Gisteren was het warm.
Ik droeg een t-shirt.
En nu?
sneeuw.
De bus stopt.
Tom stapt uit.
Hij voelt een koude wind.
De wind is koud.
Hij kijkt omhoog.
Geen sneeuw.
Alleen regen.
Hij zucht.
Nep nieuws.
Montpelt hij.
Op zijn werk aangekomen vertelt hij het verhaal aan zijn collega's.
Ze lachen.
Je bent erin getrapt.
Tom zegt een collega.
Tom lacht ook.
Ja.
Ik geloof de heet bijna.
Maar dan kijkt hij uit het raam.
En daar heel zachtjes valt een beetje sneeuw.
Tom knippert met zijn ogen.
Nee he.
Zegt hij.
Nu geloof ik het echt niet meer.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Hij loopt naar buiten.
De sneeuw smelt meteen.
Het is nat en koud.
Tom voelt zich dom.
Waarom geloof ik alles?
Denkt hij.
Hij denkt aan vroeger.
Als kind geloofde hij ook alles.
Zijn moeder zei.
Geloof niet alles.
Maar hij doet het toch.
Hij zucht.
Die avond thuis kijkt hij nog eens naar het weerbericht.
De presentator zegt.
Morgen wordt het zonnig en warm.
Tom lacht.
Ja ja.
Dat zal wel.
Hij zet de TV uit.
Hij gaat naar bed.
Morgen ziet hij wel wat het weer doet.
De volgende ochtend wordt Tom wakker.
De zonschijn.
Het is warm.
Tom glim lacht.
Oké.
Dit keer klopten het.
Hij kleed zich aan en gaat naar buiten.
De lucht is blauw.
De vogels vluiten.
Tom voelt zich blij.
Het weer is raar maar ik hou ervan.
Zegt hij tegen zichzelf.
Hij loopt naar de bus halten.
De bus komt.
Tom stapt in.
Hij zit naast een vrouw.
Ze zegt.
Mooie weer vandaag.
He?
Tom knikt.
Ja.
Maar wacht maar.
Het kan zo veranderen.
De vrouw lacht.
Ja.
Dat is Nederland.
Tom lacht ook.
Hij leert het accepteren.
Het weer is onvoorspelbaar.
Net als het leven.
Tom denkt.
Ik moet niet alles geloven, maar ik moet ook genieten van vandaag.
Hij kijkt naar buiten.
De zon schijnt nog steeds.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler.
Op Dutchfluency.com slash transcripts.
Tick op een woord als je vast loopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze