Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Inmiddels drie fietsen kwijt: twee Swapfietsen en één...

Ik ben een man. Ik heb een fiets. Ik hou van mijn fiets.

De fiets is blauw. Ik ga met de fiets naar mijn werk.

Op een dag is mijn fiets weg. Ik ben verdrietig. Ik heb geen fiets.

Ik ga naar de winkel. Ik kopen nieuwe fiets. De nieuwe fiets is rood.

Ik heb ook een slot. De slot is zwaar. Ik zet de slot op mijn fiets.

Ik ga weer naar mijn werk. Maar dan is mijn rode fiets weg.

Ik ben weer verdrietig. Ik heb weer geen fiets. Ik ga weer naar de winkel.

Ik kopen nog een nieuwe fiets. Deze fiets is groen.

Ik heb nu twee sloten. Ik zet de twee sloten op mijn fiets.

Ik ga weer naar mijn werk. Maar dan is mijn groene fiets ook weg.

Ik ben heel verdrietig. Ik heb geen fiets. Ik heb geen sloten.

Ik ga naar de politie. De politie heeft geen tijd.

Ze hebben geen auto's. Ze hebben geen fietsen. Ze hebben geen sloten.

Ik ben boos. Ik ben verdrietig. Ik heb geen fiets.

Ik heb geen sloten. Ik ga niet naar mijn werk. Ik kopen auto.

De auto is geheel. Ik ga met de auto naar mijn werk. Ik ben blij.

Ik heb een auto. Maar ik mis mijn fiets.

Ik mis mijn blauwe fiets. Ik mis mijn rode fiets. Ik mis mijn groene fiets.

Ik kijk op het internet. Ik zie mijn fietsen. Ze zijn niet meer blauwe.

Ze zijn niet meer rood. Ze zijn niet meer groen.

Ze zijn nu allemaal zwart. Ik ben boos. Ik ben verdrietig.

Maar ik heb een auto. Ik ga met de auto naar mijn werk.

Ik ben weer blij. Maar ik mis nog steeds mijn fietsen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze