Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Sapiens: Hoe een aap de wereld overnam

Hallo en wat fijn dat je weer luistert naar Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency.

Ik ben Rick en ik help je om beter Nederlands te leren door de verhalen te vertellen van de meest fascinerende boeken.

Vandaag hebben we een heel bijzonder boek.

Een boek dat de wereld over is gegaan en dat de manier waarop miljoenen mensen naar de geschiedenis kijken, heeft veranderd.

We gaan het hebben over 'Sapiens: Een kleine geschiedenis van de mensheid', geschreven door de Israëlische historicus Yuval Noah Harari in tweeduizend elf.

Stel je eens iets voor.

Stel je voor dat je zeventigduizend jaar terug in de tijd reist.

Je loopt rond in Oost-Afrika.

Je ziet daar mensen, maar niet alleen de soort mens die je kent.

Je ziet verschillende soorten mensen.

Naast onze voorouders, Homo sapiens, leven daar bijvoorbeeld ook nog Neanderthalers en andere menssoorten.

Ze lijken een beetje op ons, maar zijn toch anders.

Nu, kijk om je heen.

Vandaag de dag is er nog maar één menssoort over: wij.

Homo sapiens.

Wat is er met al die anderen gebeurd?

En belangrijker nog: hoe komt het dat juist onze soort, die toen helemaal niet zo speciaal was, nu de hele planeet domineert?

Dat is de centrale vraag van Sapiens.

Het is het begin van een ongelofelijk detectiveverhaal over onze eigen soort.

Het boek Sapiens heeft niet echt personages zoals een roman dat heeft.

Het hoofdpersonage, als je het zo wilt noemen, zijn wij allemaal: Homo sapiens.

De wereld van het verhaal is onze eigen planeet, maar dan over een periode van tienduizenden jaren.

Harari begint zijn verhaal op een punt dat wij, Homo sapiens, een redelijk onbeduidend dier waren.

We waren niet de sterkste, niet de snelste, en zeker niet de slimste van alle dieren.

We stonden ergens in het midden van de voedselketen.

We jaagden op klein wild en verzamelden planten, maar we werden zelf ook opgejaagd door grotere roofdieren.

We waren bang in het donker, en met reden.

Harari schetst een beeld van een wereld waarin meerdere menssoorten naast elkaar leefden.

Denk aan de Neanderthalers in Europa en Azië.

Ze waren groter, sterker en hadden grotere hersenen dan de vroege Homo sapiens.

Ze waren perfect aangepast aan het koude klimaat.

Waarom hebben zij het dan niet gered, en wij wel?

Dat is het mysterie dat Harari probeert op te lossen.

Hij zegt dat het niet kwam door onze spieren of onze individuele intelligentie.

De Neanderthalers waren waarschijnlijk betere jagers en overlevers als je ze één op één in het bos zou tegenkomen.

Nee, onze kracht, onze geheime superkracht, was iets heel anders.

Het was iets wat ongeveer zeventigduizend jaar geleden gebeurde, iets wat Harari de Cognitieve Revolutie noemt.

Dit is het startpunt van onze reis naar wereldheerschappij.

Het is het moment waarop onze taal veranderde en ons in staat stelde om dingen te doen die geen enkel ander dier kon.

Het is het begin van het verhaal van hoe een middelmatige aap de koning van de wereld werd.

De eerste grote doorbraak in ons verhaal is dus die Cognitieve Revolutie.

Dit gebeurde zo'n zeventigduizend jaar geleden.

Volgens Harari was dit geen fysieke verandering, maar een verandering in ons brein, in onze manier van denken en communiceren.

Onze taal werd plotseling veel complexer en flexibeler.

Andere dieren kunnen ook communiceren.

Een aap kan roepen: “Pas op, een leeuw!” Of: “Pas op, een adelaar!” Maar wat maakt de taal van Sapiens zo speciaal?

Ten eerste, we konden veel meer details delen.

We konden zeggen: “Pas op, de leeuw die we gisterochtend bij de rivier zagen, verstopt zich nu achter die grote struik.” Deze informatie was cruciaal om te overleven en beter samen te werken tijdens de jacht.

Maar er was een tweede, nog veel belangrijkere verandering.

Onze nieuwe taal stelde ons in staat om te praten over dingen die niet echt bestaan.

Dingen die je niet kunt zien, aanraken of ruiken.

Denk aan geesten, goden, legendes en mythen.

Harari noemt dit het vermogen om ‘fictie’ te creëren.

Een aap kan niet zeggen: “Geef me nu je banaan, dan krijg je na je dood oneindig veel bananen in de apenhemel.” Wij mensen kunnen dat wel.

En dit, zegt Harari, is de sleutel tot alles.

Dit vermogen om te geloven in gedeelde mythen is wat ons in staat stelde om op een schaal samen te werken die ongekend was in de dierenwereld.

Je kunt misschien honderdvijftig mensen persoonlijk kennen en met hen samenwerken op basis van vertrouwen.

Dat is ongeveer de grootte van een traditionele jager-verzamelaarsgroep.

Maar hoe werk je samen met duizenden, of zelfs miljoenen vreemden?

Dat doe je door een gezamenlijk verhaal te geloven.

Een verhaal over een god, een natie, een koning, of over mensenrechten.

Of over geld.

Al deze dingen zijn ‘ingebeelde realiteiten’.

Ze bestaan alleen omdat wij er met z’n allen in geloven.

Dit was onze geheime wapen tegen de Neanderthalers.

Misschien waren zij individueel sterker, maar wij konden in grotere en meer flexibele groepen samenwerken.

Terwijl een groep Neanderthalers van veertig man vocht tegen een andere groep van veertig, kon een groep van honderden Sapiens samen een strategie bedenken en uitvoeren.

We konden plannen, coördineren en elkaar vertrouwen, niet omdat we elkaar allemaal kenden, maar omdat we allemaal in dezelfde stamgeest of vooroudermythe geloofden.

Dit stelde ons in staat om ons snel over de hele wereld te verspreiden, van Afrika naar Azië, naar Australië, Europa en uiteindelijk Amerika.

En overal waar we kwamen, verdwenen de andere menssoorten en de grote dieren.

De Cognitieve Revolutie maakte ons de dodelijkste soort op aarde.

Na de Cognitieve Revolutie leefden mensen nog tienduizenden jaren als jager-verzamelaars.

Harari beschrijft dit leven als best goed.

Ze werkten minder uren dan wij nu doen, hadden een gevarieerd dieet, en leden minder aan stress en verveling.

Maar ongeveer twaalfduizend jaar geleden veranderde alles opnieuw.

Dit was de tweede grote revolutie: de Landbouwrevolutie.

Mensen in het Midden-Oosten begonnen planten zoals tarwe en gerst te cultiveren en dieren zoals schapen en geiten te domesticeren.

Op het eerste gezicht lijkt dit een enorme stap vooruit.

Meer voedsel!

Zekerheid!

De basis voor dorpen, steden en beschaving!

Maar Harari heeft een heel andere, en veel donkerdere, kijk op deze revolutie.

Hij noemt het “de grootste fraude van de geschiedenis”.

Waarom?

Omdat het leven voor de gemiddelde mens er helemaal niet beter op werd.

Integendeel.

Het dieet van de eerste boeren was veel minder gevarieerd dan dat van jager-verzamelaars.

Ze aten voornamelijk graan, wat leidde tot een tekort aan vitaminen en mineralen.

Hun gezondheid ging achteruit.

Omdat ze op één plek bleven wonen, tussen hun eigen afval en met hun dieren, verspreidden ziektes zich veel sneller.

En het werk was zwaar en eentonig: de hele dag op het land werken, water sjouwen, onkruid wieden.

De werkweek werd veel langer dan die van hun voorouders.

Harari zegt het provocerend: “Het was niet de mens die tarwe domesticeerde.

Het was tarwe die de mens domesticeerde.” De plant gebruikte ons om zich over de hele wereld te verspreiden.

Wij mensen moesten ons leven compleet aanpassen aan de eisen van deze plant.

Bovendien creëerde de Landbouwrevolutie voor het eerst grote sociale ongelijkheid.

Omdat er nu een overschot aan voedsel kon zijn, was er iets om te stelen en te beschermen.

Er ontstond een kleine elite van koningen, priesters en soldaten die niet zelf op het land werkten, maar leefden van de oogst van de boeren.

De overgrote meerderheid van de bevolking bestond uit boeren die hard werkten voor een karig bestaan.

Dit was een compleet nieuwe sociale structuur.

De toekomst werd plotseling heel belangrijk.

Een jager-verzamelaar dacht aan vandaag en morgen.

Een boer moest maanden of zelfs jaren vooruit plannen, en zich constant zorgen maken over droogte, overstromingen of ziektes die zijn oogst konden vernietigen.

Dit creëerde een enorme hoeveelheid stress en angst.

Toch was de Landbouwrevolutie onomkeerbaar.

Het zorgde voor een enorme bevolkingsgroei.

Meer voedsel per hectare betekent dat er meer mensen kunnen leven.

En als je buurdorp eenmaal is overgestapt op landbouw, kun je niet echt terug.

Je wordt simpelweg door de grotere bevolking onder de voet gelopen.

Dus, hoewel het leven voor het individu misschien slechter werd, was de landbouw als strategie voor de soort Homo sapiens enorm succesvol.

Het legde de basis voor de volgende stap in onze geschiedenis: de eenwording van de mensheid.

Door de landbouw ontstonden dorpen, steden, koninkrijken en uiteindelijk grote imperia.

Om deze grote groepen mensen te organiseren, waren er weer nieuwe gedeelde mythen nodig.

Drie van de belangrijkste waren geld, rijken en religie.

Geld is misschien wel het meest succesvolle verhaal ooit verteld.

Een stukje papier of een getal op een scherm heeft geen enkele intrinsieke waarde.

Maar omdat iedereen gelooft dat het waarde heeft, kunnen we handel drijven met totale vreemden over de hele wereld.

Het is een systeem van universeel vertrouwen.

Imperia, of rijken, brachten miljoenen mensen onder één politiek bestuur, vaak met geweld, maar creëerden ook gedeelde culturen en wetten.

En universele religies zoals het boeddhisme, het christendom en de islam leerden voor het eerst dat alle mensen broeders en zusters zijn onder één god of één morele wet.

Deze drie krachten zorgden ervoor dat de wereld langzaam maar zeker naar elkaar toe groeide.

En dat brengt ons bij de derde en laatste grote revolutie, die ongeveer vijfhonderd jaar geleden begon: de Wetenschappelijke Revolutie.

Dit is de revolutie die onze wereld van vandaag heeft gevormd.

Wat was er zo speciaal aan deze revolutie?

Volgens Harari was de belangrijkste ontdekking van de wetenschap niet een specifieke uitvinding, maar een idee.

Het was de ontdekking van onwetendheid.

Voor de Wetenschappelijke Revolutie geloofden de meeste culturen dat alles wat er te weten viel, al bekend was.

De antwoorden stonden in heilige boeken of waren overgeleverd door de voorouders.

Er was geen reden om op zoek te gaan naar nieuwe kennis.

De moderne wetenschap begon met de radicale bekentenis: “Wij weten het niet.” Dit besef dat we niet alles weten, is de motor van ontdekking.

Het drijft ons om observaties te doen, experimenten uit te voeren en nieuwe theorieën te ontwikkelen.

Deze nieuwe mentaliteit had enorme gevolgen.

De wetenschap bleek in staat om ons nieuwe krachten te geven.

Denk aan nieuwe medicijnen, nieuwe wapens en nieuwe technologieën.

Maar wetenschap alleen is niet genoeg.

Het kost veel geld.

Twee andere krachten sloten een pact met de wetenschap: het kapitalisme en het imperialisme.

Europese ontdekkingsreizigers gingen niet alleen op pad om de wereld in kaart te brengen.

Ze gingen ook op zoek naar rijkdom en nieuwe koloniën.

Wetenschappelijke expedities werden vaak gefinancierd door koningen en bedrijven die hoopten op winst.

Kapitein Cook's reis naar de Stille Oceaan was zowel een wetenschappelijke missie als een poging om nieuw land voor het Britse Rijk te claimen.

Het kapitalistische systeem, met zijn focus op groei en investeringen, pompte miljarden in wetenschappelijk onderzoek, in de verwachting dat nieuwe uitvindingen tot nog meer winst zouden leiden.

Deze driehoek van wetenschap, kapitaal en imperium versterkte elkaar en zorgde voor een explosie van macht en kennis, vooral in Europa.

Binnen een paar eeuwen veroverden Europese naties de rest van de wereld, niet omdat ze moreel superieur waren, maar omdat ze de macht van de wetenschap en het kapitaal achter zich hadden.

In de laatste tweehonderd jaar is deze ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt.

De Industriële Revolutie, de ontwikkeling van elektriciteit, de computer, het internet, en nu kunstmatige intelligentie en biotechnologie.

De macht van de mensheid is exponentieel gegroeid.

We hebben ziektes overwonnen die eeuwenlang miljoenen slachtoffers maakten.

We produceren meer voedsel dan ooit tevoren.

We kunnen binnen een dag naar de andere kant van de wereld vliegen.

We hebben de atoombom ontwikkeld, waarmee we onszelf kunnen vernietigen.

En we staan op het punt om het leven zelf te herontwerpen, door middel van genetische manipulatie.

We zijn van een onbeduidende aap veranderd in wezens die de rol van goden op zich nemen.

We kunnen leven creëren en vernietigen.

Wat zijn nu de grote thema's die Harari in dit epische verhaal aanraakt?

Het allerbelangrijkste thema is de kracht van gedeelde verhalen, van ‘ingebeelde realiteiten’.

Harari laat zien dat bijna alles wat onze samenleving structuur geeft, niet bestaat in de objectieve, fysieke wereld.

Geld, wetten, naties, bedrijven, mensenrechten, goden: het zijn allemaal verhalen die we elkaar vertellen en waarin we collectief geloven.

Zonder deze verhalen zou onze complexe samenleving instorten.

Een bedrijf als Peugeot of Google bestaat niet echt in de fysieke wereld.

Het is een juridische fictie, een verhaal.

Maar omdat we erin geloven, kan het miljoenen mensen in dienst hebben en auto's of software produceren.

Dit inzicht is zowel bevrijdend als een beetje eng.

Het betekent dat de wereld die we kennen niet onvermijdelijk is.

We kunnen de verhalen veranderen.

Maar het betekent ook dat onze hele beschaving gebouwd is op een fundament van fictie.

Een tweede belangrijk thema is de vraag naar geluk.

We zijn oneindig veel machtiger dan onze voorouders, maar zijn we ook gelukkiger?

Harari is daar sceptisch over.

Hij vraagt zich af of een middeleeuwse boer, ondanks zijn harde leven, niet meer tevreden was met zijn lot dan een gestreste kantoormedewerker van vandaag, die constant wordt gebombardeerd met reclames voor dingen die hij niet heeft.

De Landbouwrevolutie maakte ons als soort succesvoller, maar maakte het individu misschien wel ongelukkiger.

De Wetenschappelijke Revolutie heeft ons enorme rijkdom en macht gegeven, maar ook de atoombom en de klimaatcrisis.

Het boek stelt de vraag of ‘vooruitgang’ wel altijd een verbetering is voor het welzijn van de mens.

Het is een vraag zonder makkelijk antwoord, maar het is een belangrijke vraag om te stellen.

Het boek Sapiens eindigt niet met een conclusie, maar met een reeks indringende vragen.

We hebben de wereld veroverd en zijn de meesters van de planeet geworden.

We staan op het punt om de regels van het leven zelf te veranderen, door genetische manipulatie en de creatie van kunstmatige intelligentie.

We zijn bezig om Homo sapiens te upgraden naar iets nieuws, misschien een soort ‘Homo Deus’, een goddelijke mens.

Maar weten we wat we willen?

Wat willen we worden?

We zijn machtiger dan ooit, maar we lijken geen duidelijk doel te hebben.

Harari schrijft: “Is er iets gevaarlijker dan ontevreden en onverantwoordelijke goden die niet weten wat ze willen?” Dat is de positie waarin we ons nu bevinden.

Wat blijft er hangen na het lezen van Sapiens?

Voor mij is dat vooral een gevoel van nederigheid en verwondering.

Het is een boek dat je perspectief compleet verandert.

Het laat je zien hoe kort onze moderne wereld eigenlijk bestaat en hoe kwetsbaar de fundamenten zijn.

Het laat je nadenken over de verhalen die jij zelf gelooft en die jouw leven vormgeven.

Waarom is dit boek de moeite van het luisteren waard?

Omdat het niet alleen een geschiedenisboek is.

Het is een boek over wie we zijn, hoe we hier gekomen zijn, en waar we misschien naartoe gaan.

Het geeft geen antwoorden, maar het stelt alle juiste vragen.

Het is een uitnodiging om na te denken over de toekomst van de mensheid, een toekomst die wij nu, vandaag, aan het creëren zijn.

Dit was Boekisodes voor vandaag.

Ik hoop dat je het een interessante reis vond door de geschiedenis van ons allemaal.

Voor een transcript van deze aflevering en een woordenlijst kun je terecht op dutchfluency.com/transcripts.

Bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer.

En als we nadenken over die toekomst die wij creëren, is het misschien goed om te kijken naar een ander cruciaal moment in onze geschiedenis, een moment dat Harari de grootste fraude in de geschiedenis noemt: de agrarische revolutie.

We denken vaak dat de overstap van jagen en verzamelen naar landbouw een grote stap vooruit was.

Meer voedsel, vaste woonplaatsen, het begin van de beschaving.

Maar Harari draait dit beeld volledig om.

Hij stelt dat de agrarische revolutie de gemiddelde mens niet gelukkiger maakte.

Integendeel.

Het leven van een boer was zwaarder, saaier en ongezonder dan dat van een jager-verzamelaar.

Ze werkten meer uren voor minder gevarieerd voedsel.

Een mislukte oogst betekende honger voor het hele dorp.

En omdat mensen dichter op elkaar leefden met hun dieren, verspreidden ziektes zich veel sneller.

Dus waarom hebben we het dan gedaan?

Omdat het een val was.

Elke kleine stap richting landbouw maakte de weg terug moeilijker.

Zodra een dorp afhankelijk was van graan, konden ze niet zomaar weer gaan jagen.

De bevolking groeide, en dus was er nog meer graan nodig.

Het was een proces dat de soort Homo sapiens als geheel succesvoller maakte, we werden met veel meer, maar het individuele leven werd er niet per se beter op.

Dit idee, dat vooruitgang niet altijd een verbetering is voor het individu, is een van de belangrijkste lessen uit het boek.

Een ander fascinerend punt dat Harari maakt, gaat over de eenwording van de mensheid.

Hoe is het mogelijk dat miljarden mensen, die elkaar nog nooit hebben ontmoet en totaal verschillende levens leiden, toch in dezelfde systemen kunnen geloven?

Harari noemt drie grote universele ordes die de wereld hebben verenigd: geld, rijken en religies.

Neem bijvoorbeeld geld.

Een bankbiljet is in feite een waardeloos stukje papier.

Het heeft alleen waarde omdat iedereen, van je buurman tot een bankier in Tokio, erin gelooft.

Het is het meest succesvolle verhaal ooit verteld, een systeem van universeel vertrouwen dat zelfs de bitterste vijanden met elkaar laat handelen.

Rijken en religies werkten op een vergelijkbare manier.

Ze creëerden een gedeelde realiteit voor miljoenen mensen.

Ze gaven ons gemeenschappelijke wetten, goden en verhalen.

Dit ging vaak gepaard met geweld en onderdrukking, maar het resultaat was een steeds meer verbonden wereld.

De wereld waarin wij nu leven, met onze gedeelde ideeën over mensenrechten, wetenschap en economie, is het directe gevolg van dit duizenden jaren durende proces van eenwording.

En dit alles brengt ons bij misschien wel de meest persoonlijke vraag die het boek stelt: heeft al deze vooruitgang ons gelukkiger gemaakt?

Zijn wij, met onze smartphones, overvolle supermarkten en medische kennis, gelukkiger dan onze voorouders die in grotten leefden?

Harari geeft geen eenvoudig antwoord.

Hij laat zien dat geluk extreem moeilijk te meten is.

Het hangt af van de kloof tussen onze verwachtingen en de realiteit.

En onze moderne wereld is expert in het creëren van steeds nieuwe verwachtingen.

We hebben meer dan ooit, maar we lijken ook meer dan ooit te verlangen.

Sapiens is dus veel meer dan een opsomming van historische feiten.

Het is een spiegel.

Het dwingt je om de verhalen die onze wereld en je eigen leven sturen, kritisch te bekijken.

Het verhaal van geld, het verhaal van je land, het verhaal van je religie, en zelfs het verhaal van geluk.

Door te begrijpen hoe deze verhalen zijn ontstaan, krijgen we de vrijheid om ze te bevragen en misschien zelfs te herschrijven.

En dat is precies de uitdaging waar we nu voor staan, als de onverantwoordelijke goden aan de vooravond van een nieuwe, technologische revolutie.

Dit was Boekisodes voor vandaag.

Ik hoop dat je het een interessante reis vond door de geschiedenis van ons allemaal.

Voor een transcript van deze aflevering en een woordenlijst kun je terecht op dutchfluency.com/transcripts.

Bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze