

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een gewone dinsdagmiddag in Rotterdam.
Ik liep door de stad, van de markt naar huis.
De lucht was grijs en het was koud, maar niet bijzonder.
Ik voelde een lichte bries in mijn gezicht.
De geur van vers brood en vis hing nog in de lucht van de markt.
Ik had een tas met boodschappen in mijn hand.
De appels en de kaas zaten erin.
Het was stil op straat.
Mensen liepen snel, met hun hoofd naar beneden.
Ik hoorde alleen het geluid van voetstappen op de stoep.
Ik dacht: "Wat een saaie dag." Maar toen gebeurde er iets.
Plotseling werd de lucht donker.
Het was nog maar twee uur, maar het leek wel avond.
Ik keek omhoog.
De wolken waren bijna zwart.
Ze bewogen snel, alsof ze haast hadden.
Het werd kouder.
Ik trok mijn jas dichter om me heen.
Mijn vingers voelden koud aan.
Mijn hart begon sneller te kloppen.
"Wat is dit?" fluisterde ik tegen mezelf.
Ik keek om me heen.
Andere mensen stopten ook.
Ze keken naar de lucht.
Toen begon het.
Eerst een klein geluid, zacht als een zucht.
Het klonk alsof iemand diep ademhaalde.
Het werd luider.
Een diep, laag gezoem, alsof de stad zelf ademde.
Het geluid trilde door mijn lichaam.
Ik stopte met lopen.
Mijn boodschappentas hing stil in mijn hand.
Het geluid kwam van alle kanten.
Van links, van rechts, van boven.
Het was vreemd, maar ook mooi.
Het voelde alsof de wereld even wachtte.
De lucht was donker, maar het gezoem gaf me een warm gevoel.
Een vrouw naast me keek naar de lucht.
Ze had een rode sjaal om haar nek.
De sjaal wapperde in de wind.
"Heb je dat gehoord?" vroeg ze.
Haar stem trilde een beetje.
"Ja," zei ik.
"Het klinkt als... ik weet niet wat." Ze glimlachte.
"Het is eng, maar ook mooi, vind je niet?" Ik knikte.
"Ja, het is een beetje eng.
Maar het is ook bijzonder." We stonden daar samen.
Ik zag haar ogen.
Ze waren groot en nieuwsgierig.
Het gezoem ging door.
Het was alsof de tijd stopte.
Het gezoem duurde misschien een minuut.
Toen werd het stil.
De lucht werd weer lichter.
De zon kwam door de wolken.
Het was alsof er niets was gebeurd.
Maar ik voelde anders.
Mijn handen waren koud, maar mijn hart was warm.
Ik keek naar de vrouw.
Ze knikte naar me en liep verder.
Ik liep verder naar huis.
De straten waren stil, maar niet saai.
Alles leek nieuw.
De kleuren van de huizen waren feller.
Het geluid van mijn stappen klonk anders.
Thuis zette ik mijn tas op de keukentafel.
Ik opende de tas en haalde de appels eruit.
Ze roken fris.
Ik schonk een kop thee in en ging bij het raam zitten.
Buiten zag ik de lucht.
Het was nu blauw met witte wolken.
Maar ik kon het geluid nog horen in mijn hoofd.
Het was een herinnering.
Een mooie, vreemde herinnering.
Ik nam een slok thee.
Het was warm.
Ik dacht aan de vrouw met de rode sjaal.
We hadden samen iets bijzonders gezien.
Het was kort, maar het voelde alsof we een geheim deelden.
De stad was weer normaal, maar voor een moment was alles anders.
Het weer was gek, maar het was ook een geschenk.
Een moment van stilte en schoonheid.
Ik keek naar buiten.
Een vogel vloog voorbij.
De wereld was weer gewoon.
Maar ik voelde me anders.
Nu, elke keer als ik door Rotterdam loop, kijk ik naar de lucht.
Ik denk aan die dag.
Het was een herinnering aan hoe klein we zijn, en hoe mooi de wereld kan zijn.
Soms is het gewone het meest bijzondere.
Je moet alleen openstaan voor het vreemde.
Het geluid, de donkere lucht, de vrouw met de rode sjaal.
Het was een dag die ik niet zal vergeten.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze