

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hey Tom, hey Julia, wacht even.
Ourek, lekker weer hè?
Ja, heerlijk, ik heb koffie.
Ik ook.
Kijk, dit is belangrijk nieuws.
Wat dan vertel.
In etiopie is oorlog, in Tigray.
Oh ja, dat hoorde ik.
Rebellen nemen een vliegveld in.
Serieuis, dat is eftig.
Ja, het gaat al maanden door.
Mijn vader kijkt altijd naar het nieuws.
Mijn vader wordt er verdrietig van.
Mijn moeder zegt politiek is ingewikkeld.
Ik snap het niet altijd.
Ik ook niet, maar we kunnen erover praten.
Precies, dat doen we nu.
Soms denk ik waarom al die oorlogen.
Geld mag geschiedenis, ik weet het niet.
De zijn organisaties die helpen.
Bevoortbeeld voor medische hulp.
Ja, en voor eten en water.
Soms voel ik me schuldig.
Maar we kunnen niet alles oplossen.
Nee, maar we kunnen wel iets doen.
Geld geven of aandacht vragen.
Mijn oorma zegt kleine dingen helpen ook.
Hopen doet leven zeg maar een oorma altijd.
Mooie gezegd.
Nou, tot de volgende keer.
Tot de volgende.
En ik doe echt iets.
Ik ook.
Ik zoek thuis informatie.
Top, gaan een Dutch fluonsu.com naar vind je meer tot de volgende.
Bacht, Rick.
Ik heb een vraag.
Ja, wat is je vraag?
Hoe weet jij zoveel over etiopie?
Ik lees het nieuws op mijn telefoon, elke ochtend.
Mijn vader liste krant.
Hele is toc over afrika.
Mijn vader kijk naar het journal.
Om 8 uur.
Mijn moeder luistert naar de radio.
In de keuken.
Mijn oorma luistert ook naar de radio.
Maar zij hoort het niet goed.
Mijn oorma hoort het wel goed.
Zij is 90.
90?
Dat is oud.
Ja, en ze is nog slim.
Ze zegt oorlog is nooit ver weg.
Dat is waar.
Soms is oorlog dichtbij.
Soms ver weg.
In etiopie is het nu ver weg voor ons.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Maar voor hen?
Dicht bij.
Ik denk vaak aan de mensen daar.
Aan de kinderen.
Ik ook.
Kinder moeten naar school.
Niet naar oorlog.
Ja, onderwijs is belangrijk.
Maar in oorlog is er geen school.
Mijn nevje is 6.
Hij gaat naar school.
Hij leert lezen.
Mijn nevje is 8.
Zij leert rekenen.
Mijn broertje is 4.
Hij leert nog niet.
Hij speelt.
Spelen is ook belangrijk.
Kinder moeten spelen.
In oorlog spelen kinderen niet.
Dat is verdrietig.
Ja, dat is heel verdrietig.
Maar we kunnen helpen.
Hoe dan?
Ik heb niet veel geld.
Je kunt een brief schrijven.
Na de regering.
Of je kunt lid worden van een organisatie.
Bijvoorbeeld M-nesty.
Amnesty.
Wat is dat?
Een organisatie voor mensenrechten.
Ze helpen mensen in nood.
Ja, en ze vragen aandacht voor oorlogen.
Dat klinkt goed.
Ik wil wel lid worden.
Ik ook.
Misschien kunnen we samen iets doen.
We kunnen een sponsorloop doen.
Voor jeelt.
Een sponsorloop?
Dat is een goed idee.
Ja, we vragen mensen om geld.
Voor elke kilometer.
Ik loop graag.
Ik doe mee.
Ik ook.
Ik loop 5 kilometer.
Ik loop 10 kilometer.
Ik ben fit.
Nou, ik loop ook 10.
Ik ben ook fit.
Oké, dan doen we het samen.
Volgende maand?
Ja, volgende maand.
Want dan hebben we tijd om te oefenen.
En we kunnen posters maken.
Met informatie.
Posters met photos.
Van etiopie.
Ja, maar geen enke foto's.
Mooi foto's van mensen.
Mijn oorma zegt kleine dingen helpen ook.
Dat is waar.
Hoop doet leven zeg maar oormaal tijd.
Mooi gezegd.
Nou, tot de volgende keer.
Tot de volgende.
En ik doe echt iets.
Ik ook.
Ik zoek thuis informatie.
Top gaan de Dutch Fluency.com daar vind je meer tot de volgende.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze