
Thema 2: Het Politiebureau en de Deelfiets

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Zo, dat was een druk politiebureau.
Denk je dat ze mijn fiets vinden.
Eerlijk gezegd, het is moeilijk.
Maar je hebt nu een rapport voor de verzekering.
Ja, dat is waar.
Maar nu heb ik geen fiets voor het weekend.
Wat moet ik doen?
Geen probleem!
We kunnen een deel fiets gebruiken.
Ken je het systein?
Deel fietsen.
Ik heb ze gezien, maar ik weet niet hoe het werkt.
Het is supermakkelijk.
Je downloadt de app en dan kun je overal een fietshuren.
Weet je het zeker?
Is het niet duur?
Nee hoor.
Een ritje kost maar twee of drie euro perfect voor toeristen.
Oké, dat is kind goed.
Hoe vind je een fiets?
Kijk.
Hier op de kaart zie je waar de fietsen staan.
Die met de groene wieltjes zijn beschikbaar.
Oh, ik zie hier een bij het station.
Kunnen we daar naar toe lopen?
Ja, dat is vijf minuten lopen.
Heb je je over chipkaart al opgeladen?
Mijn over chipkaart.
Waarom heb ik die nodig?
Oh, sorry.
Niet voor de deel fiets.
Maar je moet een wel opladen voor de tram en metro.
Ah, oké, waar kan ik dat doen?
Bij de gele automaten in het station.
Hoeveel wil je erop zetten?
20 euro is genoeg voor het weekend, toch?
Ja, perfect.
En dan kunnen we die deel fiets pakken.
Geweldig.
Hoe was de reis van jouw huisgenoot gisteren eigenlijk?
Welke reis bedoel je?
Je vertelde dat je huisgenoot naar Rotterdamging voor werk.
Oh, ja.
Hij kwam te laat, omdat de trein niet op tijd was.
Heel druk ook.
Typisch NS.
Maar goed, laten we nu die fiets zoeken.
Ja, kom.
En deze keer zetten we hem in mijn schuur.
Niet op straat.
Juist deel fietsen.
Weet je het zeker?
Ritje, wildtjes opladen.
Op tijd, huisgenoot.
Schuur.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze