Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Pre-order Parkeren

Hallo allemaal, ik ben Rick, jullie taalleraar uit het mooie Den Haag.

Vandaag heb ik een verhaal voor jullie dat zo bizar is, dat het bijna niet waar kan zijn.

Maar in Nederland gebeuren er soms vreemde dingen op straat.

Vooral als het om parkeren gaat.

Het was een druilerige dinsdagmiddag in het Zeeheldenkwartier, een gezellige maar vreselijk drukke wijk in Den Haag.

Thomas reed in zijn oude, blauwe Volvo langzaam door de smalle straten.

De ruitenwissers zwaaiden ritmisch heen en weer.

Het geluid van de regen die op het metalen dak tikte, was normaal gesproken rustgevend, maar vandaag niet.

Thomas was moe.

Hij had een lange werkdag achter de rug en wilde maar één ding: een warme kop koffie en zijn bank.

Maar daarvoor moest hij eerst zijn auto kwijt.

Iedereen die in een Nederlandse stad woont, kent de strijd om een parkeerplek.

Het is een soort dagelijkse sport.

Je rijdt rondjes, je kijkt naar remlichten en je hoopt dat er iemand naar zijn auto loopt.

Thomas had inmiddels al vier rondjes gereden rond het plein.

De geur van nat asfalt vulde de auto via een klein kiertje van het raam.

En toen, eindelijk, zag hij het.

Een perfecte, ruime parkeerplaats precies tussen een witte bestelbus en een rode stadsauto.

Thomas voelde een golf van opluchting.

Hij zette zijn knipperlicht aan, keek in zijn spiegels en stuurde zijn auto in de juiste positie om achteruit in te parkeren.

Maar op het moment dat hij zijn auto in de achteruitversnelling zette, gebeurde er iets vreemds.

Een oudere man, die tot dat moment rustig op de stoep had gestaan, stapte plotseling de straat op.

Hij liep precies naar het midden van de lege parkeerplek en bleef daar staan.

Thomas trapte direct op de rem.

Hij wachtte een paar seconden.

Misschien wilde de man gewoon oversteken en was hij in de war.

Maar de man bewoog niet.

Hij stond daar als een standbeeld in een beige regenjas, met zijn armen stevig over elkaar gevouwen.

Thomas zuchtte, deed zijn raam naar beneden en stak zijn hoofd naar buiten.

De koude wind en een paar regendruppels raakten direct zijn gezicht.

'Pardon meneer,' riep Thomas beleefd.

'Ik wil hier graag parkeren.

Kunt u misschien aan de kant gaan?' De man in de beige regenjas schudde langzaam zijn hoofd.

'Dat gaat helaas niet, jongeman,' zei de man met een luide, formele stem.

'Deze plek is gereserveerd.' Thomas fronste zijn wenkbrauwen.

Er was geen geel kruis, er stond geen bord, er was helemaal niets dat wees op een gereserveerde plek.

'Gereserveerd?' vroeg Thomas verbaasd.

'Dit is een openbare parkeerplek op straat.

U kunt geen openbare plek reserveren door er simpelweg in te gaan staan.' De man haalde een geplastificeerd pasje uit zijn zak.

'U loopt achter de feiten aan,' zei de man streng.

'Dit is een pre-order parkeerplek.' Thomas moest even lachen.

Hij dacht dat het een grap was.

'Pre-order parkeren?

Wat is dat nou weer?

Dat bestaat helemaal niet.

U heeft het over een nieuw videospel of een bestelling bij de bakker, niet over een stukje asfalt in Den Haag.

Mijn auto staat half op de weg, ik blokkeer het verkeer.

U moet echt aan de kant gaan.' Maar de man zette zijn voeten iets verder uit elkaar.

'Ik ga nergens heen,' zei hij koppig.

'Mijn vrouw komt over twintig minuten aan met haar auto, en ik heb deze plek voor haar gepre-orderd.

De gemeente is bezig met een nieuwe pilot.

Mensen zonder auto mogen plekken fysiek bezet houden voor hun partners.

Dat is het nieuwe beleid.' Thomas voelde de frustratie in zijn borst groeien.

Achter hem begon een andere auto ongeduldig te toeteren.

'Meneer,' zei Thomas, die probeerde kalm te blijven.

'U bent geen pion.

U bent een mens van vlees en bloed.

U kunt niet zomaar midden op straat gaan staan en uw eigen regels bedenken.

U kunt niet zomaar beleid verzinnen omdat het u goed uitkomt!' De man keek Thomas aan met een blik vol onbegrip en absolute overtuiging.

Hij wees met zijn vinger naar de natte stenen onder zijn schoenen en riep toen luidkeels: 'Ik verzin geen beleid.

Ik BEN beleid!' Thomas staarde de man aan.

De regen viel inmiddels met bakken uit de hemel.

Hij besefte plotseling de absurditeit van de situatie.

Je kunt discussiëren met een verkeersregelaar, je kunt klagen bij de politie, maar je kunt onmogelijk winnen van iemand die oprecht gelooft dat hij de fysieke belichaming van gemeentelijk beleid is.

De man wás het beleid geworden.

Thomas schudde lachend zijn hoofd.

Het was de moeite niet waard.

Hij sloot zijn raam, hield de kou en de waanzin buiten, en zette zijn auto weer in de eerste versnelling.

Hij reed langzaam langs de man, die nog steeds trots in de regen stond, als een bewaker van zijn gepre-orderde stukje straat.

Drie straten verderop vond Thomas gelukkig een andere plek.

Terwijl hij door de regen naar zijn huis wandelde, moest hij toch weer glimlachen.

Den Haag bleef hem verbazen.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze