Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het lied van Achilles: liefde in oorlogstijd

Stel je voor. Je bent een jonge prince, maar je vader wil je niet meer.

Je wordt verbannen naar een ver eiland, naar een koning die je niet kent.

Daar ontmoet je een jongen die mooier is dan iedereen, sterker dan iedereen.

En die door het lot is voorbestemd om de grootste held van gike land te worden.

Maar hij kiest jou als zij met gezel.

Dat is het begin van het lied van Achillis, een roman van Madeline Miller uit 2011.

Vandaag vertel ik je dit prachtige verhaal in het Nederlandse.

Het gaat over liefde, oorlog en de vraag of je je lot kunt veranderen.

Lijst u je mee? Het verhaal begint in het oude gike land, in een tijd van koningen en goden.

We zien een klein koningrijk ergens tussen de bergen.

Daar woont patrooklis, een jonge prince.

Zijn vader is koning minuties, een strengen man.

Op een dag speelt patrooklis met een andere jonge, er ontstaat Ruzi.

Patrooklis duwt de jonge, de jonge valt en sterft.

Patrooklis staat versteift van schrik.

Zijn vader hoort wat er is gebeurd.

Hij is woedend en beschaand.

Hij stuurt patrooklis weg, naar het hoofd van koningpeelhuis in Vitya.

Daar aangekomen voelt patrooklis zich alleen en bang.

Hij kent niemand.

Dan ziet hij in jonge die straalt als de zon.

Dat is Achillis.

De zon van koningpeelhuis en de zeego dintetis.

Achillis is halfgeld.

Er gaat een provincie over hem.

Hij wordt de grootste held van zijn tijd, maar hij sterft jonge.

Patrooklis is stil en verlegen.

Achillis is zelfverzekerd en vol leven.

Toch raken ze aan de praat.

Langzaam worden ze vrienden.

Die vriendschap groeit uit tot iets dippers.

Liefde.

Achillis is de beste krijger van zijn generatie.

Zijn moeder, tijdens, heeft hem als baby in de rivier de stiks gedoopt.

Daardoor is hij bijna onkwetsbaar.

Alleen zijn hiel bleef zwak, want daar hield zijn moeder hem vast.

Tetis kijk neer op patrooklis.

Ze vind hem zwak en onbelangrijk.

Ze wil dat Achillis een held wordt.

Geen gewone jongen met een vriend.

Maar Achillis luistert niet naar zijn moeder.

Hij leert patrooklis vechten, worstelen en genezen.

Samen groeien ze op, ver weg van de oorlog die in de verte al dreigt.

De jaren gaan voorbij.

Patrooklis wordt sterker.

Hij leert van Achillis.

Achillis blijft bij hem ondanks de woorden van Tetis.

Hun band wordt hechter.

Ze delen alles met elkaar.

Ze lachen, ze treinen, ze dromen.

De oorlog lijkt nog ver weg.

Maar de gode zwijgen niet.

Er hangt iets in de lucht, iets groots en gevaarlijks.

Patrooklis voelt het, maar zegt niets.

Hij wil dit geluk vast houden, zo lang het kan.

Dan komt het nieuws.

Helena, de mooiste vrouw van Griekeland, is ontvoerd.

De Daardoor is Paris, een prince van Troje.

Alle Griekse koningen hebben ooit geschworen dat ze Helena zouden verdedigen.

Dus verzamelen ze een groot leger.

Ze willen Troje aanvallen.

Achillis wordt uitgenodigd om mee te vechten.

Zijn moeder Tetis heeft hem gewaarschuwd.

Als hij naar Troje gaat, wordt hij beroemd, maar sterft hij jong.

Als hij thuis blijft, wordt hij oud en vergeten.

Achillis kiest voor Roem.

Patrooklis hoort het besluit.

Hij is bang.

Hij wil Achillis niet verliezen, maar hij laten niet alleen gaan.

Hij pakt zijn spullen, hij gaat mee.

Niet als krijgen, maar als verzorger en vriend.

Samen verlaten ze pthia, ze zeilen richting Troje.

De oorlog wacht op hen, het lot wacht op hen.

En Patrooklis weet, wat er ook gebeurt, hij blijft bij Achillis.

Ik sta op de kader van de haven van Oolis.

Overal om een heen zie ik schepen.

Het zijn er honderden, misschien al duizenden.

De zeilen wapperen in de wind.

Soldaten lopen heen en weer met zware tassen.

Ik hoor mannen schreeuwen en lachen.

In het midden staat Agamemnon, de koning van Missenen.

Hij draagt een rode mantel en kijk trots om zich heen.

Naast hem zie ik Odessuis, de slimme koning van Itaqa.

En daar is Ajax, een reus van een man net brede schouders.

Ik voel me klein tussen al die stoeren krijgen.

Ik hoor niet bij hen, maar dan voel ik een hand op mijn arm.

Het is Achillis.

Hij kijkt me aan en glim lacht.

Dat is genoeg voor mij.

Samen stappen we aan boord van het schip.

De zeilen gaan om hoog, de wind blaast ons weg van de kust.

Ik kijk achterom naar Griekenland.

Ik weet niet of ik het ooit terug zie.

Vor ons ligt Troje, een stad met hoge muuren aan de kust.

Die kust ligt in het land dat we nu Turkije noemen.

De reis duurt dagen.

Ik blijf dicht bij Achillis.

De andere mannen praten over oorlog en roem.

Ik luister, maar zeg weinig.

Als we aankomen zie ik de muuren van Troje in de verte.

Ze zijn hoog en sterk.

Deze oorlog zal tien jaar duren.

Het eerste jaar vecht Achillis als een leeuw.

Ik zie hem rena over het slagveld.

Zijn zwaard flitst in de zon.

Iedereen die hij tegenkomt verslaat hij.

De Grieken vallen dorpen aan rond Troje.

We brand de huizenplat.

We nemen vrouwen en schatten mee.

Dat is hoe oorlog werkt.

Achillis krijgt een vrouw als buit.

Ze heet Briseeis.

Ze is mooi en trots.

Ze kijkt ons met donkere ogen aan.

Ik praat met haar.

Ik behandel haar vriendelijk.

Ze is niet mijn vijand.

Op een dag neemt Agamemnon de dochter van een priester gevangen.

De priester smekt om zijn kind terug.

Agamemnon weigerd.

Dan slaat Apollo toe.

Een ziekte treft ons leger.

Soldaten vallen neer en sterven.

Het kamp stinkt naar dood.

Uiteindelijk moet Agamemnon het meisje terug geven.

Maar hij is voedend.

Hij wil niet verliezen.

Dus neemt hij iets van Achillis af.

Hij neemt Briseeis mee naar zijn tent.

Agillis staat bij zijn tent als hij het hoort.

Zijn gezicht wordt bleek.

Dan wordt het rood van woeden.

Hij schreeuwt het uit.

Hij voelt zich beledigd.

Hij voelt zich uneerlijk behandeld.

Dit is geen kleine ruzie.

Dit is een broek tussen twee machtige mannen.

Ik sta naast hem en zeg niets.

Ik weet niet wat ik moet zeggen.

De andere grieken kijken toe.

Niemand durft iets te doen.

Agillis gaat zijn tent in.

Hij groeit zijn wapens op de grond.

Hij zegt dat hij niet meer vecht.

Ik ga naast hem zitten.

Hij kijk me aan.

Zijn ogen zijn donker.

Hij wijgert nog deel te nemen aan de oorlog.

De dagen gaan voorbij.

De grieken verliezen gevechten zonder hun grootste helt.

Ik hoor mannen klagen in het kamp.

Agamem non stuurt boodschappers.

Ze brengen rijke geschenken.

Goud, paarden, vrouwen.

Agillis wijgert alles.

Hij is te trots.

Ik probeer met hem te praten.

Ik zeg dat hij moet terugkomen.

Maar hij luistert niet naar mij.

Hij staart naar de muur van de tent.

De oorlog gaat door.

Steeds meer Griekse helden raken gewond.

Ik zie mannen met bloed op hun borst.

Ik hoor ze schreeuwen van pijn.

Sommige sterven.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Ik verzorg hen zo goed als ik kan.

Maar ik ben geen krijger.

Ik ben geen held.

Ik ben alleen maar ik.

Elke dag kijk ik naar Achilles.

Hij zit in de tent en wacht.

Hij wacht op excuses van Agamemnon.

Maar die komen niet.

De Trojanen komen steeds dichterbij.

Ik hoor hun strijdkreden in de verte.

Het kamp wordt stiller.

De moed zakt weg bij de mannen.

En Achilles blijft zitten.

Hij blijft weigeren.

Ik weet niet hoe lang dit nog goed gaat.

Op een dag vallen de Trojanen de Griekse schepen aan.

De lucht is vol stof en geschreeuw.

Vlammen slaan van de eerste schepen aan de kust.

Griekse leiders strompelen terug naar hun tenten.

Het bloed op hun armen en benen.

Patroclus staat bij de tent van Achilles.

En ziet alles gebeuren.

Zijn handen trillen.

Hij kan niet langer stil blijven staan.

Hij gaat naar binnen en smeekt Achilles om terug te keren naar de strijd.

Achilles schudt zijn hoofd.

Hij weigert nog steeds.

Maar dan kijkt hij naar Patroclus.

Hij geeft hem zijn wapenrusting.

Hij zegt, trekt mijn harnas aan.

Ga de strijd in.

Maar jaag de Trojanen niet te ver na.

Patroclus knikt en doet de wapenrusting aan.

De soldaten zien het glinsterende harnas.

En denken dat Achilles zelf in de strijd trekt.

Ze nemen moed en grijpen hun speren.

Patroclus vecht dapper en doodt veel Trojanen.

Waaronder Sarpedon.

Een zoon van Zeus.

Maar hij luistert niet naar Achilles' waarschuwing.

Hij achtervolgt de vijand tot aan de muren van Troje.

Daar wacht Hector.

De kroonprins van Troje en de sterkste verdediger van de stad.

Hij staat hoog op de muur en kijkt neer op het slagveld.

Apollo, de god die aan de kant van Troje staat, slaat Patroclus neer.

Patroclus wankelt en valt.

Zijn wapenrusting, die van Achilles, valt af.

Iedereen ziet dat hij niet Achilles is.

Hector springt naar beneden en steekt zijn speer in Patroclus.

Patrooklis sterft.

De Griekse leger worstelt hopeloos om het lichaam van Patroclus terug te krijgen.

Ze trekken en duwen in het stof.

Als Achilles het nieuws hoort, stort zijn wereld in.

Hij schreeuwt van verdriet en woede.

Zijn moeder Thetis komt uit de zee om hem te troosten.

Maar niets kan hem kalmeren.

Hij zweert wraak op Hector.

Achilles laat nieuwe wapenrusting maken door de god Hephaistos.

Het schild is een kunstwerk, met daarop de hele wereld.

Sterren, steden, boeren, bruiloften en oorlogen.

Achilles bekijkt het schild lang en zegt niets.

Dan gaat hij de strijd in, razend en onverschrokken.

Hij doodt iedere Trojaan die hij tegenkomt.

Het bloed kleeft aan zijn handen en zijn gezicht.

Uiteindelijk vindt hij Hector bij de muren van Troje.

Ze vechten.

Hector is dapper, maar Achilles is sterker.

Achilles doodt Hector met zijn speer.

Daarna sleurt hij het lichaam van Hector achter zijn wagen door het stof.

Als wraak.

De goden zijn niet blij met deze wreedheid.

Maar Achilles luistert niet.

Het is nacht in het Griekse kamp bij Troje.

De tent van Achilles staat vol wapens en schatten.

Buiten branden kleine vuren.

Dan komt er een oude man binnen.

Het is koning Priamus van Troje.

De vader van Hector.

Hij is alleen zonder wapens.

Hij knielt voor Achilles en kust zijn handen.

Hij zegt dat hij zijn zoon wil begraven.

Achilles kijkt naar hem en denkt aan zijn eigen vader.

Hij denkt ook aan Patroclus, die dood is.

Hij begint te huilen, samen met de oude koning.

Achilles staat op en geeft het lichaam van Hector terug aan Priamus.

Hij belooft dat de Grieken twaalf dagen niet zullen vechten.

Zo kan Troje afscheid nemen van Hector.

Priamus neemt het lichaam mee naar huis.

In die twaalf dagen rouwt Achilles om Patroclus.

Hij eet weinig en slaapt slecht.

Hij weet dat zijn eigen dood nu dichtbij is.

Volgens de profetie sterft hij kort na Hector.

Hij is niet bang, maar wel moe.

De oorlog gaat daarna verder.

Achilles vecht nog steeds, maar hij is niet meer dezelfde.

Hij is stil en verdrietig.

Hij denkt vaak aan Patroclus.

De andere soldaten zien dat hij veranderd is.

Op een dag staat hij bij de poort van Troje.

Dan komt er een pijl door de lucht.

De pijl komt van Paris.

De prins die Helena heeft meegenomen.

Maar het is de god Apollo die de pijl stuurt.

De pijl raakt Achilles in zijn hiel.

De hiel is zijn enige kwetsbare plek.

Als baby doopte zijn moeder hem in de rivier de Styx.

Daardoor werd hij bijna onkwetsbaar.

Alleen zijn hiel bleef zwak, omdat zijn moeder hem daar vasthield.

Nu raakt de pijl precies daar.

Achilles valt neer op de grond.

Hij sterft bij de poorten van de stad.

De Grieken komen toesnellen, maar het is te laat.

De grootste held is dood.

Zijn moeder Thetis komt uit de zee.

De andere zeegodinnen komen met haar mee.

Ze bewenen Achilles samen.

Het is een diep verdriet.

De grieken bouwen een groot vuur.

Ze verbranden het lichaam van Achilles.

Daarna doen ze zijn as in een gouden urn.

In diezelfde urn doen ze ook de as van Patroclus.

Want dat had Achilles gewild.

Samen.

Voor altijd.

Zelfs na de dood.

Na de dood van Achilles duurt de oorlog nog jaren.

De Grieken vechten door, maar zonder hun beste krijger.

Uiteindelijk winnen ze met een list.

Ze bouwen een groot houten paard.

De Trojanen trekken het paard hun stad binnen.

Die nacht komen Griekse soldaten uit het paard.

Ze openen de poorten en de stad valt.

Maar dat is een ander verhaal.

In het lied van Achilles gaat het niet om de overwinning.

Het gaat om Patroclus en Achilles.

Patroclus vertelt het verhaal.

Ook al is hij al lang dood.

Zijn geest blijft bij Achilles.

Zelfs in het donker van de onderwereld.

Aan het einde van het boek zien we hen samen in de Elysion.

Het paradijs voor helden.

Eindelijk vrij.

Wat maakt dit boek zo bijzonder?

Het laat zien dat liefde niet altijd mooi en zacht is.

Soms is liefde juist krachtig en gevaarlijk.

Patroclus is geen held in de traditionele zin.

Hij vecht niet voor roem.

Hij vecht voor Achilles.

En Achilles, de grootste krijger van allemaal,

is uiteindelijk het meest kwetsbaar door zijn liefde voor Patroclus.

Het boek zegt iets belangrijks.

Echte moed is niet alleen heldendaden verrichten,

maar ook durven kiezen voor iemand anders, zelfs als dat pijn doet.

En het lot?

Dat kun je niet veranderen.

Maar je kunt wel zelf beslissen hoe je het tegemoet treedt.

Het lied van Achilles is een verhaal dat je bij blijft.

Het is spannend als een avonturenfilm,

maar ook teder en verdrietig.

Madeline Miller heeft de oude mythen nieuw leven gegeven

door de ogen van Patroclus.

Ze laat je voelen hoe het is om van iemand te houden

die door iedereen bewonderd wordt, maar die alleen jou echt ziet.

Als je van Griekse mythologie houdt,

of gewoon van een prachtig liefdesverhaal,

dan is dit boek iets voor jou.

En als je het in het Nederlands leest,

leer je nog eens nieuwe woorden ook.

Op Dutchfluency.com slash transcripts,

kun je dit transcript vinden in een interactieve speler.

Daar kun je op woorden klikken en de vertalingen zien.

Zo leer je spelenderwijs verder.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause