Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Geen water in Venezuela

RICK: Hoor je het nieuws?

PIETER: Nee, wat is er?

RICK: Een aardbeving in Venezuela.

LISA: Oh, dat is erg.

Een aardbeving is heel erg.

Is het een grote aardbeving?

RICK: Ja, het is een grote aardbeving.

Veel huizen zijn kapot.

PIETER: Wat is er gebeurd?

Is alles kapot?

RICK: Ja, veel huizen zijn kapot.

Er is geen water en geen sanitair.

LISA: Geen water?

Dat is heel slecht.

Water is belangrijk.

Zonder water kun je niet drinken.

PIETER: Hoe drinken zij dan?

Zonder water is het moeilijk.

Drinken zij vies water?

RICK: Ja, sommige mensen drinken vies water.

Dat is niet goed.

LISA: Vies water is niet gezond.

Mensen worden ziek.

PIETER: Zijn er veel zieke mensen?

RICK: Ja, veel mensen zijn ziek.

De ziekenhuizen zijn vol.

LISA: Komen er mensen helpen?

Van andere landen?

RICK: Ja, mensen uit andere landen komen helpen.

Zij geven water en eten.

PIETER: Is er genoeg water?

Voor alle mensen?

RICK: Nee, niet genoeg.

Er is weinig water.

De hulp komt, maar het is niet makkelijk.

LISA: Dat is een groot probleem.

Water is voor drinken en koken.

Zonder water kun je niet koken.

PIETER: Heb jij water thuis?

In jouw huis?

RICK: Ja, ik heb water.

Ik heb een kraan met water.

Ik draai de kraan open en er komt water.

LISA: Ik ook.

Wij hebben geluk.

Wij hebben water en sanitair.

Wij kunnen douchen.

PIETER: De mensen hebben geen sanitair.

Geen wc en geen douche.

Dat is vies.

LISA: Wat is sanitair?

Ik weet het niet goed.

RICK: Sanitair is een wc en een douche.

Voor je lichaam.

Zonder wc is het vies.

PIETER: Zonder wc is het vies.

En zonder douche ook.

Je kunt je niet wassen.

LISA: Ja, dat is niet goed.

Vies is niet gezond.

Je wordt ziek van vies.

RICK: De kinderen worden ziek.

Zij drinken vies water.

Zij hebben geen schoon water.

PIETER: Zijn er veel zieke mensen?

In het ziekenhuis?

RICK: Ja, veel mensen zijn ziek.

De ziekenhuizen zijn vol.

Er is niet genoeg ruimte.

LISA: Wat doet de regering?

Helpen zij de mensen?

RICK: De regering geeft hulp.

Maar het is niet makkelijk.

De wegen zijn kapot.

PIETER: Helpt dat?

De hulp van de regering?

RICK: Een beetje, maar het is niet genoeg.

Er is meer hulp nodig.

Veel mensen hebben hulp nodig.

LISA: Kunnen wij helpen?

Wij zijn hier veilig.

Wij hebben water en eten.

RICK: Ja, wij geven geld.

Geld voor water en eten.

Ook voor medicijnen.

PIETER: Dat is een goed idee.

Ik geef geld aan de hulp.

Elk beetje helpt.

LISA: Ik geef ook geld.

Elk beetje helpt, toch?

Ook een klein beetje?

RICK: Ja, elk beetje helpt.

Ook een klein beetje.

Een euro is al goed.

PIETER: Ik drink nu water.

En ik denk aan de mensen.

Zij hebben geen water.

LISA: Ik ook.

Proost.

Op het water.

En op de mensen die helpen.

RICK: Op water en op goede vrienden.

En op hulp.

En op een beetje geluk.

PIETER: Ja, op goede vrienden.

En op een beetje geluk.

En op water voor iedereen.

LISA: Tot de volgende keer.

We praten weer.

RICK: Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze