

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Een man en een vrouw komen in Amsterdam.
Zij komen uit Duitsland, ze hebben een auto.
De auto is van hen, ze rijden naar Amsterdam met de auto, ze komen in Amsterdam.
Ze zijn blij, Amsterdam is mooi.
Ze parkeren de auto in de stad.
Ze denken, de auto is veilig hier.
De plek is Kloveniersburgwal.
Ze gaan wandelen in de stad.
Ze zien veel dingen, ze drinken koffie.
Ze eten brood, ze zijn blij, ze houden van Amsterdam.
Amsterdam is leuk, ze komen terug bij de auto.
Het is laat, het is twee uur snachts, ze zijn moe, maar blij.
Maar dan zien ze iets, ze zijn niet blij meer, ze zijn verdrietig, ze zijn boos.
De auto is niet goed, het glas is stuk, de tasse zijn weg, de paspoorten zijn weg.
De auto is niet veilig, de man en de vrouw zijn niet blij, ze zijn boos en verdrietig.
Ze bellen de politie, de politie zegt naar kom om 8 uur, ze wachten, het is niet leuk,
ze zijn nog steeds boos en verdrietig.
Ze denken, is dit normaal in Amsterdam?
Ze gaan naar de politie, het is 8 uur, ze praten met de politie.
De politie zegt, dit gebeurt vaak met Duitslandse auto's.
De man en de vrouw zijn verbast, ze zijn nog steeds boos, ze zijn nog steeds verdrietig.
Ze gaan terug naar Duitsland, ze hebben geen tasse, ze hebben geen paspoorten, ze hebben een kapotte auto,
ze zijn niet blij, ze denken, Amsterdam is niet veilig, ze zeggen, we gaan niet meer naar Amsterdam,
ze zijn boos, ze zijn verdrietig, ze zijn voorzichtig met hun auto.
Ze zijn voorzichtig met hun tasse, ze zijn voorzichtig met hun paspoorten, ze zijn voorzichtig in Amsterdam.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze