

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Pieter, hoi Lisa.
Kom binnen.
PIETER: Hoi Rick.
Wij hebben koffie.
LISA: En wij hebben koekjes.
RICK: Lekker.
Ga zitten.
Het is een rustig dag.
PIETER: Ja, het is fijn.
Geen werk vandaag.
Ik zit hier graag.
LISA: Maar ik lees slecht nieuws.
Het is in de krant.
RICK: Wat is er?
Vertel het mij.
LISA: De man van Trump stopt visa.
Hij stopt visa voor mensen.
PIETER: Wat?
Echt?
Dat is niet goed.
RICK: Ja, ik zie het ook.
Geen visa voor mensen.
Het is een nieuw besluit.
LISA: Overal op de wereld.
Geen aanvraag.
Mensen kunnen niet vragen.
PIETER: Dat is jammer.
Mijn vriend wil naar Amerika.
Hij wil daar werken.
RICK: Heeft hij een ticket?
Een vliegticket?
PIETER: Ja, hij heeft een ticket.
Het ticket is voor volgende maand.
LISA: Maar hij kan niet gaan.
Hij wacht.
Hij wacht thuis.
RICK: Een maand wachten is lang.
Een maand is heel lang.
PIETER: Ja, een maand is lang.
Hij is niet blij.
LISA: Maar het is tijdelijk.
Het stopt niet voor altijd.
Dat zegt de man.
RICK: Klopt.
De man van Trump stopt visa tijdelijk.
Niet voor altijd.
PIETER: Ik hoop het.
Mijn vriend is zenuwachtig.
Hij belt mij elke dag.
LISA: Het is een moeilijk moment.
Een moeilijk moment voor hem.
RICK: Ja, het is moeilijk.
Maar wij praten nu.
Dat is goed.
PIETER: Hebben jullie een plan?
Een plan voor mijn vriend?
LISA: Ik heb geen plan.
Ik drink koffie.
Koffie is mijn plan.
RICK: Haha.
Goed plan.
Ik ook.
Koffie en een koekje.
PIETER: Jij bent grappig, Lisa.
Jij maakt mij blij.
LISA: Ik ben blij.
Mijn koffie is warm.
Warm en lekker.
RICK: En mijn koekje is zoet.
Zoet en lekker.
PIETER: Geef mij ook een koekje.
Ik wil ook een zoet koekje.
LISA: Hier.
Een koekje voor jou.
Het is een chocoladekoekje.
RICK: Wij hebben een goed leven.
Koffie, koekjes, en vrienden.
PIETER: Ja, wij hebben koffie en koekjes.
En wij hebben rust.
LISA: En wij hebben vrienden.
Vrienden zijn belangrijk.
RICK: Dat is belangrijk.
Vrienden zijn goed.
Zij helpen ons.
PIETER: Ja.
Maar ik ben bezorgd.
Ik denk aan mijn vriend.
RICK: Waarom?
Vertel het ons.
PIETER: Mijn vriend heeft een visum nodig.
Zonder visum kan hij niet gaan.
LISA: Hij kan wachten.
Het is tijdelijk.
Hij kan later gaan.
RICK: Ja, en hij kan later gaan.
Misschien over twee maanden.
PIETER: Hopelijk.
Ik wacht met hem.
Ik ben bij hem.
LISA: Dat is lief.
Jij bent een goede vriend.
Een echte vriend.
RICK: En jij bent een goede vriend, Pieter.
Jij helpt hem.
PIETER: Dank je.
Nu wil ik meer koffie.
Mijn kopje is leeg.
LISA: Ik ook.
En nog een koekje.
Een koekje is altijd goed.
RICK: Goed.
Ik schenk koffie in.
Ik schenk voor iedereen in.
PIETER: En ik neem nog een koekje.
Een tweede koekje.
LISA: Jij houdt van koekjes, he?
Jij eet veel koekjes.
PIETER: Ja, koekjes zijn lekker.
Zij maken mij rustig.
RICK: En koffie is lekker.
Wij zijn simpel.
Simpel en blij.
LISA: Simpel is goed.
Niet veel nodig.
PIETER: Ja, simpel en rustig.
Dat is fijn vandaag.
RICK: Mooi.
Tot de volgende keer.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze