Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De goede zoon: een verhaal over moeders en geheimen

Stel je voor, je krijgt de kans om je overleden moeder te redden, je rijst terug in de tijd, vol goede bedoelingen.

Maar wat als je daardoor juist alles erger maakt?

Dat is het uitgangspunt van de goede zoon, een romang van Rob van Essen uit 2018.

Een verhaal dat je menent op een rijst vol liefde, schuld en absurde wendingen.

Vandaag vertel ik je er alles over.

Blijf luisteren, want dit boek zit vol verrassingen.

De verteller woont in Amsterdam en werkt als vertaler.

Hij is een man van middelbare leeftijd, zijn naam wordt niet genoemd in het boek.

Zijn leven is rustig en niet heel spannend, hij is gescheiden en woont alleen.

Zijn dochter is al uit huis, ze belt hem af en toe, maar niet vaak.

Zijn moeder is een paar jaar geleden overleden, dat verlies heeft hem diep geraakt.

Hij denkt nog elke dag aan haar terug.

Vooral één dag uit zijn jeugd blijft in zijn hoofd hangen.

Hij was toen een jaar of tien.

Hij en zijn moeder deden samen iets bijzonders.

Hij weet nog precies hoe ze kijk.

Hij weet nog precies wat ze zei.

Die herinnering laat hem niet los, soms drond hij erover.

Dan wordt hij wakker en is ze er niet meer.

Het gemis zit diep in hem.

Hij voelt zich schuldig dat hij haar niet heeft kunnen redden.

Op een dag gaat zijn telefoon.

Een onbekende stem aan de andere kant.

De stem zegt dat er een manier is om zijn moeder terug te zien.

Niet in een drone, niet tijdens een seaanse, maar echt in het verleden.

Er bestaat een geheime organisatie.

Die organisatie maakt tijdreizen mogelijk.

Ze bieden hem een kans.

Hij mag terug naar het verleden.

Daar kan hij zijn moeder redden van de ziekte waar aan ze stierf.

De verteller twijfelt geen moment.

Dit is zijn kans om iets goed te maken.

Hij zegt ja tegen de stem.

Hij hangt op en zijn handen trillen.

Hij kan niet geloven dat het waar is, maar hij wil het zo graag geloven.

Hij denkt aan zijn moeder in de keuken.

Hij denkt aan haar lag.

Hij denkt aan de dag dat ze ziek werd.

Als hij dat moment kan veranderen is alles anders.

Hij pakt zijn jas en gaat naar het adres dat de stem hem gaf.

Onderweg denkt hij alleen maar aan haar.

Hij komt aan bij een oud laboratorium.

Het gebouw ziet er verlaten uit.

Binnen ontmoet hij een groepje wetenschappers.

Ze dragen witte jassen en kijk een serieus.

Een van hen ligt uit hoe tijdreizen werkt.

Het is gevaarlijk, zegt hij.

Je kunt het verleden niet zo maar veranderen.

Elke verandering heeft gevolgen.

De verteller knikt, maar luistert niet echt.

Hij wil alleen zijn moeder redden.

De wetenschappers geven hem een apparaat mee.

Het lijkt op een horloze.

Daarmee kan hij terug naar het verleden.

De wetenschappers waarschuwen hem nog een keer.

Blijf niet te lang, zeggen ze.

Raak niets belangrijk aan.

Kom meteen terug als het horloze piept.

De verteller knikt weer, maar hij hoort hun woorden niet echt.

Zijn hoofd zit vol met zijn moeder.

Hij doet het horloze om zijn pols.

Het voelt koud aan.

Dan drukt hij op de knop.

De wereld om hem hen begint te draaien.

Alles wordt waasig.

Dan is hij weg.

De eerste sprong brengt hem naar een dag in zijn jeugd.

Hij is weer een jongen van een jaar of tien.

Hij staat in het huis waar hij opgroeide.

De keuken ruikt naar brood.

Zijn moeder staat bij het aarecht.

Ze is jong en gezond.

Ze lacht naar hem.

De verteller is over donderd.

Hij wil haar omhelzen, maar hij weet dat hij voorzichtig moet zijn.

Hij blijft staan en kijkt naar haar.

Zijn hart klopt in zijn keel.

Hij probeert een gesprek te beginnen.

Hij zegt iets over het weer.

Zijn moeder kijkt verbast.

Ze herkent hem niet.

Natuurlijk niet.

Want hij is een volwassen man in een vreemde tijd.

Hij doet alsof hij een vriend van de familie is.

Zijn moeder gelooft hem niet helemaal.

Maar ze laat hem binnen.

Ze schenkt thee in.

De verteller kijkt naar haar handen.

Hij kijkt naar haar gezicht.

Hij wil de tijd stilzetten. Maar het horloge tikt door.

Hij staat in de keuken van zijn ouderlijk huis.

Het is een dag uit zijn jeugd.

Hij is een jongen van een jaar of tien.

Zijn moeder staat bij het aanrecht.

Ze draagt een bloemetjesjurk.

Ze neuriet zacht.

Hij ruikt verse koffie.

Hij blijft stil in de deur opening staan.

Hij wil naar haar toe lopen, maar hij weet dat hij voorzichtig moet zijn.

Hij kijkt naar haar handen.

Ze pakt een envelop van tafel.

Ze scheurt hem open.

Ze leest de brief.

Haar gezicht verandert.

Ze begint te huilen.

Hij wil iets zeggen, maar zijn keel zit dicht.

Hij beseft dat dit het moment is.

Hier hoorde ze dat ze ziek was.

Als hij de brief wegneemt, kan hij haar redden.

Hij doet een stap naar voren.

Dan piept het horloge om zijn pols.

Alles wordt wazig.

Hij staat weer in zijn eigen woonkamer, maar iets klopt niet.

De bank staat aan de andere kant.

De tafel is van glas.

Aan de muur hangt een foto.

Die hing daar niet eerder.

Hij loopt erheen.

Het is zijn moeder.

Ze is ouder dan hij zich herinnert.

Ze lacht breed.

Hij snapt er niets van.

Heeft hij de toekomst veranderd?

Hij pakt zijn telefoon.

Hij belt zijn dochter.

Ze neemt snel op.

Ze klinkt verward.

Ze zegt, mama, waarom bel je?

Hij schrikt.

Zijn dochter denkt dat hij zijn moeder is.

Hij zegt, nee, ik ben het.

Je vader. Ze hangt op.

Hij blijft alleen achter.

Wat is er in hemelsnaam gebeurd?

Hij rent naar het laboratorium.

De deur staat open.

De wetenschappers lopen druk heen en weer.

Een van hen ziet hem.

Ze schreeuwt dat hij weg moet blijven.

Hij vraagt wat er aan de hand is.

Ze vertellen het hem.

Met trillende stem.

Zijn ingreep in het verleden heeft alles verpest.

Zijn moeder is niet doodgegaan aan de ziekte.

In deze nieuwe tijdlijn heeft ze een andere keuze gemaakt.

Ze is niet overleden, maar ze is ook niet zijn moeder gebleven.

Ze heeft hem verlaten toen hij nog klein was.

Ze is ergens anders gaan wonen.

Ze heeft een nieuw leven opgebouwd.

De verteller zakt door zijn knieën.

Zijn goede daad heeft zijn eigen jeugd verwoest.

Hij staat op en veegt zijn tranen weg.

Hij zegt dat hij terug moet.

Hij moet het recht zetten.

De wetenschappers schudden hun hoofd.

Ze zeggen dat het te gevaarlijk is.

Elke verandering maakt het erger.

Hij luistert niet naar hen.

Hij drukt op het horloge.

Hij springt weer terug.

Hij komt uit op dezelfde dag.

Zijn moeder staat weer in de keuken.

Ze leest de brief.

Deze keer pakt hij de brief af.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Hij scheurt hem in stukken.

Zijn moeder kijkt hem geschrokken aan.

Ze vraagt wie hij is.

Hij zegt, ik ben je zoon, maar uit de toekomst.

Ze gelooft hem niet.

Ze rent de keuken uit.

Hij probeert haar tegen te houden, maar het horloge trekt hem terug.

Hij opent zijn ogen en kijkt rond.

De kamer is klein en kaal.

Er staat een bed dat niet het zijn is.

Een dunne deken ligt er slordig op.

Aan de muur hangt geen enkele foto.

Hij loopt naar het raam en kijkt naar buiten.

De straat beneden kent hij niet.

Hij zoekt zijn telefoon en vindt hem op een kruk.

Het scherm is leeg.

Geen berichten van zijn dochter.

Geen gemiste oproepen.

Hij belt haar nummer en krijgt een stem die zegt dat het nummer niet bestaat.

Hij blijft staan en voelt zijn hart bonken in zijn keel.

Hij rent naar het laboratorium.

De deur staat open.

Binnen is het stil.

De machines zijn weg.

De tafels zijn leeg.

Op de grond ligt alleen stof.

Hij roept om de wetenschappers.

Niemand antwoordt.

Hij zoekt in elke kamer.

Overal hetzelfde beeld.

Geen mensen.

Geen apparaten.

Geen sporen.

Op een tafel vindt hij een briefje.

Er staat.

Je hebt te veel veranderd.

Je bent nu alleen.

Hij leest het drie keer.

Dan zakt hij neer op een stoel.

Hij zit daar lang en staart naar de muur.

Hij pakt het horloge en drukt op de knop.

Niets gebeurt.

Hij drukt nog een keer.

Het scherm blijft zwart.

Hij schudt ermee en tikt erop.

Geen reactie.

Hij legt het neer en probeert het opnieuw.

Zijn handen trillen.

Hij beseft dat het ding kapot is.

Hij kan niet meer terug.

Hij is hier in een wereld die niet van hem is.

Hij loopt naar buiten en de kou raakt zijn gezicht.

De straten van Amsterdam zien er hetzelfde uit, maar toch anders.

Hij herkent de gebouwen wel, maar de mensen niet.

Hij loopt uren door de stad.

Bij een bakker ziet hij een vrouw die hij kent van vroeger.

Hij groet haar.

Ze kijkt hem aan en loopt door.

Bij een tramhalte staat een oude collega.

Hij spreekt hem aan.

De man schudt zijn hoofd en stapt in de tram.

Hij probeert het bij een buurman van jaren geleden.

De man doet de deur dicht zonder iets te zeggen.

Overal hetzelfde.

Mensen die hij kent kennen hem niet.

Hij is een vreemde in zijn eigen stad.

Hij voelt zich steeds kleiner worden.

Hij gaat naar het huis van zijn ex-vrouw.

Hij klopt aan.

Zij doet open.

Ze kijkt hem aan met een lege blik.

Hij zegt haar naam.

Ze vraagt wie hij is.

Hij zegt dat hij haar man was.

Ze schudt haar hoofd en zegt dat ze hem nooit heeft gezien.

Ze doet de deur dicht.

Hij blijft voor het huis staan.

Hij kijkt naar het raam.

Binnen brandt licht.

Hij ziet een man die hij niet kent.

Hij beseft dat zij een ander leven heeft.

Een leven zonder hem.

Hij loopt weg met gebogen hoofd.

Hij zoekt zijn dochter.

Hij gaat naar de school waar ze vroeger op zat.

De juf kent de naam niet.

Hij gaat naar het ziekenhuis waar ze geboren is.

Hij is geen geboren te vinden.

Hij belt oude vrienden.

Niemand weet van een dochter.

Hij bezoekt de buurt waar ze woonde.

Er woont nu een ander gezin.

Hij vraagt naar haar.

De mensen halen hun schouders op.

Langzaam dringt het tot hem door.

Ze is er nooit geweest.

Hij heeft haar niet gemaakt.

Hij heeft haar weggevaagd.

Hij heeft zijn eigen bestaan opgeofferd voor een droom.

Op een bankje in het park zit een oude man.

Hij kijkt op als de verteller langsloopt.

Hij zegt zijn naam.

De verteller stopt en kijkt hem aan.

De man is oud en mager.

Zijn haar is wit.

Zijn handen trillen.

Hij zegt dat hij één van de wetenschappers was.

Hij vertelt dat hij hem al die jaren in de gaten heeft gehouden.

Hij zat op een bankje en wachtte.

Elke dag keek hij of de verteller terugkwam.

Hij zegt, je wilde een goede zoon zijn.

Maar je vergeet dat je ook een vader was.

De verteller zegt niets.

Hij kijkt naar de grond.

De woorden blijven hangen in zijn hoofd.

Hij denkt aan zijn dochter, aan haar stem aan de telefoon.

Aan de dag dat ze geboren werd.

Hij heeft haar opgegeven voor zijn moeder.

Hij wilde iets goed maken uit het verleden.

Maar hij vergeet wat hij in het heden had.

Hij heeft zijn verantwoordelijkheid als vader genegeerd.

De oude man zegt niets meer.

Hij kijkt alleen.

De verteller beseft dat hij nooit een goede vader is geweest in deze wereld.

Omdat hij hier nooit een vader is geworden.

Hij heeft alles verloren wat hij had.

De oude man haalt iets uit zijn zak.

Het is een horloge.

Het lijkt op het oude, maar kleiner.

Hij geeft het aan de verteller.

Hij zegt dat hij een keer terug mag.

Maar alleen om iets klein te doen.

Geen grote veranderingen.

Geen reddingen.

Alleen een klein gebaar.

De verteller knikt.

Hij neemt het horloge aan.

Hij kijkt ernaar.

Dan drukt hij op de knop.

De wereld om hem heen vervaagt.

Hij voelt een trek in zijn buik.

Alles wordt donker.

Dan staat hij in een ziekenhuiskamer.

Het ruikt naar zeep en medicijnen.

Hij zit in zijn eigen woonkamer.

De telefoon gaat.

Het is zijn dochter.

Ze klinkt vrolijk aan de lijn.

Ze vraagt hoe het met hem gaat.

Hij kijkt om zich heen.

De meubels staan weer op een oude plek.

Op de muur hangt geen vreemde foto meer.

Hij voelt zich rustig.

Zijn moeder is nog steeds dood.

Maar dat verdriet draagt hij nu anders.

Hij praat even met zijn dochter.

Daarna ligt hij de telefoon neer.

Hij blijft stilzitten.

Hij denkt aan zijn moeder.

Ze is niet meer terug te halen.

Dat hoeft ook niet meer.

Hij heeft afscheid van haar genomen.

Hij is weer vader.

Zijn dochter belt hem nog vaak.

Hij is thuis.

Dit boek gaat over de vraag.

Wat betekent het om een goede zoon of dochter te zijn?

De verteller dacht dat hij zijn moeder moest redden om een goede zoon te zijn.

Maar hij leerde dat je ouders niet kunt redden van het leven.

Je kunt alleen van zijn houden terwijl ze er zijn.

En dat je eigen leven en verantwoordelijkheden net zo belangrijk zijn.

Het absurde tijdreizen maakt dit duidelijk.

Elke poging om het verleden te repareren maakt het heede kapot.

Soms is het beste wat je kunt doen, gewoon aanwezig zijn.

Als je van verhalen houdt die je laten nadenken over familie en keuzes,

dan is de goede zoon echt iets voor jou.

Het is een boek dat je bij blijft.

En als je meer wilt lezen en luisteren,

gaat dan naar Dutchfluency.com slash transcripts

waar je op woorden kunt ticken en vertalingen ziet.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause